Vergrijzing en krimping bevolking

1. Demografische ontwikkelingen

Bij demografische factoren gaat het om de kenmerken en invloed van ontwikkelingen van de bevolking, zoals aantal inwoners, leeftijd en inkomen. 

BEVOLKING

Nederland telt zo’n 17,3 miljoen inwoners. Dit aantal groeit de komende jaren nog verder, wel wordt verwacht dat het tempo van deze groei zal afnemen ten opzichte van de afgelopen jaren. Naar verwachting zijn er in 2030 17,9 miljoen Nederlanders. Vooral in de Randstad is een sterke bevolkingsgroei te zien. De bevolking van de vier grote steden en middelgrote gemeenten zal de komende decennia naar verwachting sterk blijven groeien, krimp zal bestaan in kleinere gemeenten (CBS1, PBL1). Nederland telt in de toekomst meer ouderen en meer personen met een migratieachtergrond. In het tweede kwartaal van 2018 telde Nederland 12,9 miljoen personen van 15 tot 75 jaar (potentiële beroepsbevolking) (CBS2).

MIGRATIE

De komende decennia groeit de bevolking met name vanwege migratie. In 2017 had 23 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2030 zal dat naar verwachting 27 procent zijn (CBS1).

In 2050 is dat naar verwachting 29 procent. De vier grote groepen niet-westerse immigranten (oorspronkelijk van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst) nemen de komende jaren een relatief bescheiden plaats in door de groei van nieuwe groepen niet-westerse immigranten. Daarnaast zal migratie binnen Europa grote groepen nieuwe Nederlanders van westerse afkomst brengen (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

VERGRIJZING EN ONTGROENING

In de bevolkingssamenstelling is sprake van ontgroening en vergrijzing. Enerzijds neemt het aantal jongeren de komende jaren licht af. Anderzijds neemt het aantal ouderen toe en leven we gemiddeld steeds langer. Nederland krijgt zelfs te maken met een ‘dubbele vergrijzing’: binnen de groep 65-plussers neemt vooral het aandeel 80-plussers sterk toe.

VERDUNNING

Het aantal gezinnen en jonge huishoudens zal vrijwel overal afnemen. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe: mensen gaan later samenwonen of helemaal niet meer. Vrouwen krijgen op latere leeftijd kinderen en krijgen er ook minder dan in het verleden. Meer mensen gaan scheiden en gaan weer alleen wonen (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

DEELNAME MBO

In schooljaar 2018-2019 volgen ruim 496.000 studenten een mbo-opleiding binnen het bekostigd onderwijs. Naar verwachting zal het aantal mbo-deelnemers tot en met 2020 ongeveer op hetzelfde peil blijven, maar na 2020 volgt een daling als gevolg van de bevolkingsontwikkeling (OCW). Binnen het particulier onderwijs gaat het om ruim 32.700 mbo-studenten in schooljaar 2017-2018.

RETAIL, COMMERCE, IH/GH en MITT

Instroom vanuit vmbo en deelname mbo (sector breed)
Het vmbo zal in de komende vijftien jaar sterker krimpen vergeleken met de rest van het voortgezet onderwijs. De sterke daling in het vmbo wordt veroorzaakt door demografische krimp en doordat het percentage leerlingen dat naar het vmbo gaat nog steeds licht afneemt (CBS). Na de eerste twee leerjaren voortgezet onderwijs stroomt één procent van deze leerlingen uit zonder diploma, gaat 44 procent naar het havo/vwo en 50 procent naar het vmbo. In zowel het praktijkonderwijs als het voortgezet speciaal onderwijs stroomt twee procent uit zonder diploma. In het vmbo stroomt 42 procent door naar het mbo, tegenover 4% die naar havo gaat. Na havo gaat 3% naar het mbo (DUO, Rijksoverheid).

Binnen het mbo worden er verschillende leerwegen onderscheiden. Zo is er de bol-variant en de bbl- variant. Bij de bol variant zit de student op school en loopt één of meerdere stages, en bij de bbl- variant combineert de student leren met werken. Het aantal bol-voltijd studenten is gestegen van 346.800 studenten in 2011 naar 375.600 in 2018 (DUO).

In de bbl-en bol-deeltijd is het aantal studenten flink gedaald. Van 154.400 bbl’ers in 2011 naar 120.700 in 2018 en van 7.700 bol-deeltijd studenten in 2011 naar vrijwel geen in 2018. De afgelopen jaren is het aantal bbl’ers wel weer aan het stijgen. Het minst aantal studenten was in 2015 nog (95.700) en is inmiddels weer opgeklommen (naar 120.700). In het schooljaar 2018-’19 staan er in totaal 43.987 studenten ingeschreven voor opleidingen binnen de sectorkamer Handel. Het marktsegment Retail heeft de meeste studenten (28.775) gevolgd door Commercie internationale handel/groothandel (12.042) en Mode, Interieur, Tapijt en Textiel (3.128) (SBB).

Een andere doelgroep
De vraag van klanten verandert: ouderen geven hun geld anders uit dan jongeren en vormen een ander soort doelgroep voor Retailers. Door deze demografische ontwikkelingen ligt de nadruk steeds meer op een specifieke doelgroep benadering. Vrouwen en oudere werknemers gaan een steeds groter deel uitmaken van een krapper wordende arbeidsmarkt. 

De volgende vier demografische trends hebben een hoge impact op de marktsegmenten Retail, Commercie, IH/GH en MITT: 

  1. Verdunning van de huishoudens
  2. Ontgroening en vergrijzing
  3. Verkleuring van de bevolking
  4. Urbanisatie

Alleen wonen wordt de norm
Het aantal alleenstaanden in Nederland stijgt sterker dan het aantal meerpersoonshuishoudens. De verwachting is dat het aantallen gezinnen en jonge huishoudens afnemen. Daarentegen neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe: mensen gaan later samenwonen of niet meer, vrouwen krijgen op latere leeftijd kinderen en meer mensen gaan scheiden en weer alleen wonen (CPB1). Ook is sprake van individualisering. IKEA speelt duidelijk in op deze situatie in haar communicatie. De eerste vijftien pagina’s van hun gids wordt gebruikt voor het zogenaamde small space living. In de binnenstad zijn ook supermarkten en andere levensmiddelenzaken hier steeds meer van bewust. Zij richten zich op goede kant-en-klaar maaltijden.

Vergrijzing: doelgroep 65+ wordt belangrijker
Als gevolg van de vergrijzing en daarbovenop de ontgroening verandert de omvang van de bevolking in een aantal gebieden snel. De ontgroening en vergrijzing gaan verder: het aandeel 65-plussers was in 2002 nog 14 procent, anno 2018 is dat bijna 18 procent (CPB). Ouderen hebben in het algemeen meer te besteden dan jongeren. Door de vergrijzing gaan ook consumptiepatronen veranderen; ouderen richten hun leven anders in en hebben andere behoeften dan gezinnen met kinderen of jonge tweeverdieners (SCP, HBD). De vergrijzing heeft een impact op de toekomstige bestedingen in winkels. Niet alleen neemt het aandeel 65-plussers in de bevolking toe, ze zijn ook langer vitaal en ondernemend en beschikken over veel tijd en besteedbaar inkomen. Tegelijkertijd winkelen ouderen naar verhouding weinig en geven zij ook minder uit; vooral doordat ze al veel spullen hebben en in een fase van hun leven zijn beland dat ze minder behoefte hebben aan steeds weer nieuwe spullen (ING, Retail bureau Q&A). Ook ouderen kopen in vergelijking met een paar jaar terug steeds meer online. 

Webloyalty en GfK deden onderzoek naar het (online) winkelgedrag van Nederlandse 55-plussers. Van deze groep verwacht meer dan de helft (55 procent) de komende twee jaar meer online te gaan shoppen. De afgelopen twee jaar was al een toename te zien in het online aanschaffen van onder meer elektronica en reizen. Dagelijkse boodschappen wordt door de oudere doelgroep nog maar weinig online aangeschaft (Panteia1).

Retail relatief ‘jonge’ sector
Ondanks de vergrijzing werken er veel jonge mensen in de detailhandel. De helft van de werkenden is jonger dan 30 jaar. Zo’n 31 procent van het totale personeelsbestand bestaat uit scholieren of studenten (gemiddeld is dit tien procent van alle werkzame personen) (UWV1). Dit is hoog vergeleken met andere sectoren. Jongeren werken vaak als verkoper of vakkenvuller in kleine (bij)banen met een tijdelijk karakter. Twaalf procent van de sector is 55-plus (ROA). Door de huidige bloei in de Retail zijn er steeds meer 50-plussers uit de WW die een kans maken in de sector. In 2019 vindt zo’n 42 procent van de verkopers van 50 jaar of ouder met een WW-uitkering binnen een jaar een baan. In 2018 was dit nog maar 26 procent. Klantbeleving wordt steeds belangrijker voor fysieke winkels. Dat betekent voor het winkelpersoneel dat er hogere eisen worden gesteld aan hoe klantgericht ze werken. Ook hebben medewerkers tegenwoordig betere vakkennis nodig (ROA, UWV).

Gemiddelde leeftijdsgroep binnen Groothandel
Het aandeel werknemers in de leeftijd 30–55 jaar is relatief het grootst in de sector Groothandel t.o.v. de Retail en MITT (ROA). In de groothandel werken minder jongeren dan gemiddeld in Retail en MITT. In een tweetal beroepsgroepen zijn naar verhouding veel jongeren te vinden, namelijk in de commerciële en in de transport- en logistieke beroepen. De laatste beroepsgroep valt officieel niet in de onderverdeling van de sectorkamer Handel. Het gaat om jongeren die onder andere werken als verkoopmedewerker, orderpicker en lader & losser. Zo’n 46 procent van de werkenden is middelbaar opgeleid (SBB). Dat is iets meer dan het gemiddelde over alle sectoren. Vooral in de commerciële en de bedrijfseconomische en administratieve beroepen is het aandeel middelbaar opgeleiden groot. Dat geldt ook voor de monteurs en installateurs van machines en apparaten. Daarentegen werken in de transport- en logistieke beroepen vooral laagopgeleiden (Max. mbo-1 opleiding), terwijl de managers voor het overgrote deel hoger opgeleid zijn (UWV, ROA).

Vergrijzing tapijt- en textielbranche
SO MITT heeft in 2017 een grootschalig onderzoek onder werkgevers en werknemers in de MITT-sector uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de gemiddelde leeftijd van alle werknemers binnen de MITT- sector 43,8 jaar is: in de mode- en interieurindustrie is dit 41,2 jaar en in de tapijt- en textielindustrie 45,6 jaar. In de tapijt- en textielindustrie werken naar verhouding meer oudere (45+) werknemers (MITT-monitor). Ook blijkt uit de MITT-monitor dat ruim een kwart van bevraagde werkgevers vergrijzing als knelpunt ervaart. Dit geldt voornamelijk voor de sectoren wonen/interieur, Tapijt en (technische) Textiel. Mode bedrijven geven aan minder last te hebben van vergrijzing.

Multicultureel Nederland
Nederland wordt steeds multicultureler. Dit heeft gevolgen voor consumentvoorkeuren/patronen. Volgens het CBS woont bijna 40 procent van de bevolking met niet-westerse afkomst in de vier grote steden. Dit zijn ruim 700.000 consumenten wat betekent dat bijna een derde van de inwoners van grote steden van een niet-westerse afkomst is (CBS). Deze bevolkingsgroepen hebben duidelijk andere behoeften in verschillende detailhandelscategorieën zoals in voeding en verzorgingsproducten.

Urbanisatie
Een andere demografische trend die relevant is voor de Handel brache is verstedelijking. Met name in opkomende economieën is de toestroom van platteland naar de Randstad groot. Mensen komen af op plekken waar de welvaartsgroei het hoogst is. Verstedelijking en toenemende welvaart veranderen ook de behoeften van mensen met betrekking tot kleding en schoenen en andere producten. Een grotere middenklasse zal zichzelf meer en andere items kunnen veroorloven. Ook dit draagt bij aan toenemende interesse voor betaalbare producten in zowel food als non-food (ING).

DESTEP INHOUDSOPGAVE