Een nieuwe koers

5. Ecologische ontwikkelingen

Bij ecologische factoren gaat het om kenmerken en invloed van ontwikkelingen op de fysieke leefomgeving, zoals milieu en klimaat, maar ook werkomgeving.

GRONDSTOFFENBEHOEFTE STIJGT

Met de groei van de wereldbevolking en de mondiale welvaart neemt ook de vraag naar natuurlijke grondstoffen zoals water, energie, mineralen, metalen en voedsel toe. Er is echter een beperkte hoeveelheid grondstoffen beschikbaar. De economische impact wordt vergroot door de onderlinge afhankelijkheid tussen klimaatverandering en grondstoffen schaarste, met grote invloed op voedsel- en waterproblematiek (PWC2).

STIMULANS GEBRUIK ALTERNATIEVE TECHNOLOGIËEN EN ENERGIE

Internationale afspraken stimuleren het gebruik van alternatieve energie en beogen een reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen en de emissie van schadelijke stoffen. Milieuwetgeving en consumentenvoorkeur leiden tot hogere eisen aan productie en voedselkwaliteit. Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds belangrijker. Voor Nederland liggen er kansen op het gebied van innovatie en export van kennis over water, duurzame chemie, logistiek en energie- en voedselproductie (PBL2).

Veel groene technologieën staan op het punt om concurrerende alternatieven te vormen voor fossiele brandstoffen, zowel in de energieopwekking (hernieuwbare energie) als in de chemie (biobased economy).

DEELECONOMIE EN CIRCULAIRE ECONOMIE IN OPMARS

Door digitalisering ontstaat een beweging naar de zogenoemde deeleconomie, waarin het belang van het bezit van producten afneemt en consumenten in toenemende mate producten delen. Een fenomeen dat ook wel ‘collaborative consumption’ wordt genoemd. Via verschillende internetplatforms is het mogelijk producten te ruilen met onbekenden, met mensen uit een andere stad of uit een ander land (Koninklijke bibliotheken). Verder ontstaan er door verbeterde recycling nieuwe mogelijkheden om grondstoffen terug te winnen en opnieuw in te zetten (circulaire economie) (PWC2).

De circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Een van de belangrijkste succesfactoren is (cross-sectorale) ketensamenwerking gericht op het creëren van meervoudige waarde. Hierbij vermeerdert niet alleen de economische waarde van alle bedrijven in de keten, maar ook de ecologische en sociale waarde (MVO Nederland).

 

RETAIL, COMMERCIE, IH/GH EN MITT

Gevoed door continue toegang tot informatie wil de consument van vandaag meer weten over organisaties. Hierdoor neemt de druk, om het als organisatie goed te doen, toe. De waarheid is belangrijk en consumenten gaan op zoek naar de bron om deze te achterhalen. Voor Retail, Commercie en de MITT sector betekent dit een transitie van een gesloten naar een open organisatie met meer transparantie over duurzaamheid.

Consuminderen
Er komt steeds meer nadruk op het delen en hergebruiken van producten/diensten. Termen als collaborative consumption en de circulaire economie zijn hot binnen deze sector. De moderne, digitale consument hecht minder aan bezit en maakt gebruik van een product of dienstverlening zonder het zelf te hoeven hebben. Het gaat dan voornamelijk over producten zoals vervoermiddelen en meubilair.  Toegang is belangrijker dan bezit, kopen maakt plaats voor delen en lenen. Bezit krijgt ook minder status, terwijl immateriële zaken als toegang tot personen of netwerken, het actief zijn via sociale media of online reputatie, meer iemands status bepalen (T-mobile).

Duurzaamheid als boodschap
In het onderzoek Retail richting 2030 wordt duidelijk dat sociale druk en bewustwording de drijvende krachten zijn achter de ontwikkeling van het bewust consuminderen. De consument, maar ook bedrijven worden steeds meer bewust van hun eigen potentiële bijdrage aan een beter milieu. Meer winkels maken de stap van een abstracte boodschap naar een tastbare boodschap. Zoals in plaats van afstandelijke berekeningen over vermeende CO2-impact of plastic zwerfafval, nu concrete maatregelen die direct een beroep doen op de consument. Een voorbeeld is Albert Heijn, dat het aanbod van groente en fruit zonder plastic verder gaat uitbreiden. Bij de proef werden honderd groente- en fruitproducten zonder plastic verpakking in de schappen gelegd. Doel van de proef was om te zien wat de invloed was op de producten. Daarbij gebruik gemaakt van ‘dry misting’, waarbij water verneveld wordt en op de producten gespoten wordt. Hiermee blijven de producten langer vers. Na de proef concludeert de supermarktketen dat de combinatie van dry misting en geen plasticverpakking een positief effect heeft op de kwaliteit en houdbaarheid van bananen, alle paprika’s en bospeen. Dry misting wordt op dit moment in 150 winkels toegepast; dat aantal stijgt (RTLZ).

Er zijn al heel wat veranderingen in die context in het leven geroepen. Maaltijd- en pakketbezorging per fiets of elektrisch, minder plastic en effectievere verpakkingen en meer herbruikbare concepten, met name in de to go-consumptie zoals de hervulbare beker of fles.

Duurzaamheid steeds belangrijker in MITT-sector
Duurzaamheid en mode worden meestal niet in een adem genoemd. Het is voor de meesten dan waarschijnlijk ook een verrassing dat de kledingindustrie eigenlijk de op één na grootste vervuiler ter wereld is – na de olie-industrie (AlterNet). Om een T-shirt te maken is ongeveer 2700 liter water nodig, laat staan hoeveel water er nodig is voor de 80 miljard kledingstukken die jaarlijks worden geproduceerd. Bovendien komt 73 procent van onze afgedankte kleding op de vuilnisbelt terecht, waardoor er jaarlijks 53 miljoen ton afval ontstaat. Veel kleding wordt ook verbrand. Modemerk Burberry verbrandde in 2017 bijvoorbeeld meer dan $36,5 miljoen aan onverkochte kleding(Edited). Dit blijkt een vrij gangbare manier van zaken te zijn in de kledingindustrie. 

De uitdagingen zitten vooral in de recylbaarheid van kleden, gebruik van grondstoffen bij het maken van kleding en de grote hoeveelheden kleding die niet verkocht zijn. Een andere belangrijke aspect is de locatie van de fabrieken. Het grootste deel van de kleding wordt geproduceerd in ontwikkelingslanden als China, Bangladesh, Pakistan, Vietnam en de Filippijnen. De kleding wordt vervolgens voor de verkoop naar de VS en Europa verscheept – nog een grote bron van kooldioxide-uitstoot.

Omdat consumenten steeds meer waarde hechten aan maatschappelijk verantwoord ondernemen voelen bedrijven zich verplicht gehoor te geven aan die behoefte. De boodschap lijkt over te komen bij de modemerken, die langzaam maar zeker meer aandacht gaan besteden aan duurzaamheid en stappen zetten om hun impact op het milieu terug te dringen. De afgelopen jaren zijn er een aantal nieuwe, milieuvriendelijke modemerken op de markt verschenen. Het outdoor kledingmerk Patagonia is bijvoorbeeld voor velen al synoniem met duurzaamheid. Het is een van de eerste bedrijven die kleding ging produceren van gerecyclede plastic flessen en het merk gebruikt maar twee soorten materiaal in hun kleding – 100 procent biologisch katoen of een mix van gerecycled katoen en gerecycled polyester (Rankabrand).

Diverse andere grote modemerken doen ook steeds meer met duurzaamheid. Adidas heeft bijvoorbeeld onlangs een paar hardloopschoenen uitgebracht die volledig zijn gemaakt van gerecycled maritiem plastic afval. Ook lanceerde het sportmerk shirts voor Europese voetbalreuzen Bayern München en Real Madrid die van hetzelfde materiaal zijn gemaakt (Sustainablebrands). H&M en Zara, twee van ’s werelds grootste modemerken, hebben inmiddels ook duurzame kledinglijnen: Conscious en Join Life (H&M). Conscious vertegenwoordigt 5,4 procent van het totale kledingaanbod van H&M, terwijl Join Life 3,6 procent van Zara’s assortiment vertegenwoordigt. En ook al zijn dit nog vrij lage percentages, het is het begin van een evolutie naar duurzame mode.

De tapijtsector speelt een initiërende en leidende rol in de ontwikkeling en implementatie van duurzame productie en retoursystemen. Een herkenbaar en breed geaccepteerd duurzaamheidslabel voor tapijt staat borg voor betrouwbaarheid en transparantie. In Nederland is weer sprake van een ‘tapijtinstituut’ (network of excellence) waarbinnen keten en kennispartners samenwerken aan een hoogwaardige en duurzame ontwikkeling van de Nederlandse tapijtsector. Bedrijven schakelen snel en goed van gezamenlijke activiteiten naar eigen productontwikkeling en marktintroductie van innovaties. Samenwerken met partijen in de keten is daarbij van essentieel belang (Routekaart Tapijt 2030) Binnen de tapijtindustrie wordt geproduceerd met minimale input van Virgin materialen en fossiele energie. Materialen op olie basis worden maximaal gerecycled en uiteindelijk als secundaire energie benut. Met een optimale inzet van natuurlijke materialen en bio-based kunststoffen is het gebruik van aardolie gebaseerde kunststoffen verder teruggedrongen. Voor de energiebehoefte wordt maximaal ingezet op energie-efficiency en hernieuwbare energie. Energiewinst in de keten wordt gerealiseerd door het verbeteren van het warmtecomfort van tapijt, energie-efficiënt reinigen en recycling van synthetische materialen (Routekaart Tapijt 2030).

DESTEP INHOUDSOPGAVE