Groei en tekorten: een dilemma

2. Economische ontwikkelingen

Bij economische factoren gaat het om kenmerken en invloed van ontwikkelingen van de economie, zoals economische groei, werkgelegenheid en werkloosheid.

ECONOMISCHE GROEI

De economische groei zet door. In 2018 stijgt deze, net als vorig jaar, met meer dan 3%. Dergelijke groeipercentages hebben zich sinds 2007 niet meer voorgedaan. Door de aanhoudend hoge groei is in 2018 sprake van hoogconjunctuur. In 2018 stijgt de werkgelegenheid met 2%. Door de krappe arbeidsmarkt betalen bedrijven meer loon om personeel te kunnen aantrekken of om zittend personeel te kunnen behouden. Door de hogere werkgelegenheid en stijgende reële lonen hebben huishoudens meer te besteden (CPB).

ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID

In de meeste sectoren groeit het aantal banen van werknemers. Alleen in de financiële dienstverlening en het openbaar bestuur krimpt het aantal banen. In de financiële dienstverlening blijft de werkgelegenheid afnemen door voortgaande automatisering. De grootste banengroei is in 2017, net als in 2016, te zien bij de uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling: 40.000 banen. Maar naar verwachting vlakt de groei af in 2018. In 2017 en 2018 neemt, na een jarenlange krimp, het aantal werknemersbanen in de sector zorg en welzijn met zo’n 30.000 toe. De groeiende zorgvraag en het schrappen van bezuinigingen in deze sector liggen hieraan ten grondslag (UWV2).

VACATURES EN VACATUREGRAAD

In 2017 ontstonden ruim één miljoen vacatures (UWV2). Van de circa 680.000 vacatures op mbo-niveau was bijna de helft geschikt voor recent gediplomeerde mbo’ers (SBB1). Vacatures ontstaan door uitbreiding en vervanging van personeel. De arbeidsmarkt wordt weer wat krapper. Dit betekent dat er veel vacatures zijn en weinig (passende) werkzoekenden. Dit blijkt uit de toename van de vacaturegraad: het aantal openstaande vacatures per duizend werknemers. De toename is vooral te zien in de sectoren zorg en welzijn, bouw en onderwijs. Ook in de Ict is de vacaturegraad weer toegenomen, terwijl deze al jaren vrij hoog is (UWV2).

WERKLOOSHEID & WW

Sinds de piek van de werkloosheid van 7,9% in februari 2014, daalt deze vrijwel continu. In januari 2018 was de werkloosheid 4,2% van de beroepsbevolking (CBS3). Door de aantrekkende arbeidsmarkt neemt het aantal ww-uitkeringen naar verwachting met ongeveer 100 duizend af in twee jaar tijd (UWV2). De jeugdwerkloosheid kwam in januari 2018 uit op 7,4% (CBS3). In 2017 verstrekte uwv ruim 61.500 nieuwe ww-uitkeringen aan jongeren tot 27 jaar, een daling van 18.500 (-23%) ten opzichte van het jaar ervoor. In de sectoren detailhandel, gezondheidszorg, welzijn & cultuur en bouwnijverheid is de afname het grootst (SBB1 & UWV2).

 

Rabobank

De bestedingen aan Ict functionaliteiten nemen overal toe. Ict neemt een steeds belangrijker plaats in bij bedrijven. Dit geldt voor vrijwel alle sectoren.

MARKTSEGMENT ICT

Toename Ict-functionaliteiten
De bestedingen aan Ict-functionaliteiten nemen overal toe..Ict neemt een steeds belangrijker plaats in bij bedrijven. Dit geldt voor vrijwel alle sectoren’. (Rabobank1). Twee op de drie Ict’ers werkt buiten de sector informatie en communicatie. In de tweede helft van 2017 is er sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt. Hoe krapper de arbeidsmarkt, hoe minder kortdurend werkzoekenden er beschikbaar zijn per openstaande vacature. Geen enkele andere beroepsrichting kent zo’n sterke mate van krapte. De krapte in de Ict- branche komt met name tot uiting in een aantal specifieke hogere en wetenschappelijke Ict-beroepen.

Mismatch Ict
In de Ict is sprake van te weinig (passende) kandidaten, een kwalitatieve mismatch. De vraag naar Ict kennis stijgt en verandert zeer snel. Er is soms wel aanbod, bijvoorbeeld vanuit de WW, maar dit sluit vaak niet goed aan bij de vraag van de werkgever. Voor een deel heeft dit te maken met opleidingsniveau: er bieden zich nog relatief veel Ict’ers aan met een laag of maximaal mbo-2 opleidingsniveau, terwijl hier weinig vraag naar is (UWV1).

In de zoektocht van werkgevers om de tekorten te lijf te gaan, ontstaan er ook steeds meer kansen voor mbo-opgeleiden. Duidelijk is dat er verschillen zijn tussen de mbo-niveaus. De kansen op niveau 4 zijn beter dan die op mbo niveau 2. De toekomstige arbeidsmarktkansen voor afgestudeerden zijn voldoende en die voor afstudeerders van niveau 2 gering. Alleen de mbo-4 opleiding Gamedeveloper biedt matige baankansen. Deze opleiding is in populariteit toegenomen, terwijl het aantal beschikbare vacatures beperkt is (SBB2).

 

MARKTSEGMENT COMMUNICATIE, MEDIA EN DESIGN

Binnen Nederland is de bedrijvigheid in de creatieve industrie geconcentreerd in de Noordelijke Randstad (Amsterdam, Utrecht, Hilversum, Amersfoort) met daarnaast Den Haag en Rotterdam (met een concentratie in architectuur) en in Eindhoven(specialisatie in design). Voorts geldt dat de sector vooral geconcentreerd is in de grote steden (Kenniscentrum creations).

Daling vaste banen
Tijdens de economische crisis van de afgelopen jaren zijn veel beroepsbeoefenaren in de creatieve industrie hun baan kwijtgeraakt en gedwongen op zoek gegaan naar ander werk. De werkgelegenheid in de totale creatieve industrie groeit voornamelijk door de toename van het aantal zelfstandige beroepsbeoefenaren, terwijl de werkgelegenheid in het aantal (vaste) banen voor werknemers structureel terugloopt. Voor de gehele creatieve industrie geldt dat het aantal banen voor werknemers tussen 1 januari 2007, dus het jaar voorafgaand aan de economische crisis, en 1 januari 2017 met 20% is afgenomen, van 141.108 naar 112.665 (-28.443). De minste teruggang over deze periode is te zien bij de reclamebureaus (-1.030) en de meeste teruggang bij de grafimediabranche (-14.800) en de architectenbureaus (-5.100).

De daling van het aantal (vaste) banen voor werknemers zet zich in de grafimediabranche het sterkst door, ondanks het aantrekken van de economie. Bij de reclamebureaus en de architectenbureaus zien we door het economisch herstel tevens enig herstel in het aantal banen voor werknemers. Bij de uitgeverijen lijkt de afname in het aantal banen voor werknemers in het afgelopen jaar gestopt te zijn (GOC1). In de grafimediabranche daalt het aantal grafimediabedrijven en het aantal medewerkers nog steeds maar is er toch sprake van groei in vacatures. Dat komt door een toegenomen vervangingsvraag als gevolg van vergrijzing (Grafimedia). Bij de film- en tv-productiebedrijven varieert de toe- en afname in de afgelopen jaren nogal van jaar tot jaar (GOC1).

Voor de opleidingen binnen Communicatie, media en design branche geldt dat de kans op werk nogal divers is. Gediplomeerden van zowel de opleiding Mediavormgever als Medewerker Sign hebben een geringe kans op werk. De opleiding Basismedewerker printmedia en AV-specialist biedt een matige kans op werk. Gediplomeerden van de opleiding Mediaredactie medewerker hebben een gunstig arbeidsmarktperspectief (SBB2).

 

MARKTSEGMENT KUNSTEN EN ENTERTAINMENT

Tijd van bezuinigingen achter de rug
De culturele branche heeft een ingrijpende periode van overheidsbezuinigingen achter de rug. De Rijksoverheid heeft vanaf 2013 200 miljoen euro bezuinigd op cultuur. Gemeenten hebben in de periode 2011 tot en met 2014 circa 250 miljoen euro bezuinigd op cultuur. Die bezuinigingen hebben vooral betrekking op muziekscholen, bibliotheken en kunstencentra. Bovendien had het publiek tot voor kort minder te besteden en was er sprake van een sterk krimpende markt van bedrijfspresentaties. De culturele branche is sterk geraakt door de economische crisis (SER1).

WW-uitkeringen hoog in culturele branche

In de periode 2009 tot en met 2013 zijn in de culturele branche circa 20 duizend banen van werknemers verloren gegaan, waarvan de helft in 2013. Door de economische crisis en de bezuinigingen is in de periode 2009 tot en met 2014 het aantal lopende WW-uitkeringen van werklozen afkomstig uit culturele instellingen met een derde toegenomen. In 2014 daalde de werkloosheid in de branche weer licht. De werkloosheid in de branche is verhoudingsgewijs hoog. Het aantal nieuwe en lopende WW-uitkeringen per honderd verzekerden is ongeveer twee keer zo hoog als in de economie als geheel (SER1).

Behalve dat het aantal banen is gedaald, hebben werknemers in de culturele sector ook relatief vaak en in toenemende mate een tijdelijk dienstverband. Zo nam het aandeel werknemers van gesubsidieerde instellingen met een tijdelijk dienstverband toe van 34% in 2010 tot 37% in 2013. Dit is hoog vergeleken met Nederland als geheel, waar in 2013 25% van de werknemers een tijdelijk dienstverband heeft dan wel op uitzend- of oproepbasis werkt (SER1).

Andere verdienmodellen
Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van andere verdienmodellen, zoals het aanbieden van audio, films, series en documentaires aanbieden via een online platform (‘streaming’) (ABN AMRO1). Onder invloed daarvan is bijvoorbeeld het carrièreverloop van muzikanten ingrijpend veranderd. Zij zijn, vaak ook noodgedwongen, zelfvoorzienend geworden. Zij maken zelf opnames, nemen clips op en zijn te vinden via online platforms.

Managers en muziek labels blijven nog nodig voor meer slagkracht en goede positionering op de markt, voor marketing en communicatie. Platforms worden ook gebruikt voor het aanbod van audiovisuele content en series. De markt van online kinderseries groeit en als spin-off ook die van live-voorstellingen in theaterzalen en themaparken. In deze productielijn van televisie, streamingdienst en theaterzaal is voor mbo-artiesten het nodige werk te vinden, in ieder geval in de themaparken en met extra training ook als acteurs voor de camera. Zowel vertegenwoordigers van opleidingen als van het werkveld noemen deze ontwikkeling (Kenniscentrum Creation).Voor de opleidingen binnen het marktsegment Kunsten en entertainment geldt dat de kans op werk gemiddeld genomen matig is (SBB2).

ZZP

De werkgelegenheid in de totale creatieve indrustrie groeit voornamelijk door de toename van het aantal zelfstandige beroepsoefenaren, terwijl de werkgelegenheid in het aantal (vaste) banen voor werknemers structureel terugloopt.