Voertuigen in verbinding

1. Connected mobility

Door het toenemende gebruik van elektronica en communicatiesystemen in nieuwe voertuigen neemt de complexiteit van de voertuigen toe en verandert de inhoud van het vak van autotechnicus. Er is een afname van mechanisch onderhoud en een toename van elektronisch onderhoud. En garagebedrijven moeten data kunnen uitlezen.

Door het toenemende gebruik van elektronica en communicatiesystemen in nieuwe voertuigen neemt de complexiteit van de voertuigen toe. Internet of things, smart mobility, e-call, geo-fencing, algoritmes predictive data en algoritmes zijn diverse ontwikkelingen waarmee het zelf diagnosticerend en herstellend vermogen van de systemen van de voertuigen toeneemt (OOMT1).

Smart mobility

Door de opkomst van smart mobility (de digitalisering van mobiliteit) ontstaan steeds meer ‘connected vehicles’; voertuigen die informatie verzamelen en dit vervolgens delen via het internet. Het gaat hierbij om (internet-) verbindingen tussen 1) voertuigen bv. automatische afstandsbepaling tussen vrachtwagens, 2) bestuurder en het voertuig bv. automatisch inparkeren van een auto met behulp van een app, of 3) voertuig en de omgeving bv. Lane departure system van een auto. ‘Connected vehicles’ vragen om steeds meer productkennis van software en mogelijkheden van connectivity-opties (OOMT2).

De veranderingen in elektronica- en communicatiesystemen in voertuigen gaan snel. Qua techniek is al erg veel mogelijk. Het voertuig verzamelt onder andere informatie over de locatie, het rijgedrag, de gereden routes en de toestand van de motor (ANWB.nl).

‘Parkeersensoren zijn al heel gewoon. Een auto ontdekt glad wegdek en kan dat zelf straks doorgeven aan andere voertuigen.’
– Durk van Wieren, Aventus

ADAS (Advanced Driver Assistance Systems), is een rijhulpsysteem. Door middel van camera’s achter de voorruit kunnen ADAS-systemen de bestuurder ondersteunen tijdens het rijden. ‘Ze helpen bij het onvrijwillig verlaten van een rijbaan, bij het maken van een noodstop, verbeteren het zicht bij nacht, bieden een 360 graden beeld en helpen bij inparkeren. Het zijn de voorbodes van het autonome autorijden (zelfrijdende voertuigen).’
– Bram Wolf, Innovam

Anderzijds worden de voertuigen ook eenvoudiger en overzichtelijker omdat ze in de toekomst modulair zijn opgebouwd. ‘Alle elektrische voertuigen krijgen dezelfde motor, van Siemens bijvoorbeeld, of het nu een Volkswagen of een Renault is. Ook de software zal steeds meer hetzelfde worden.’

– Koen Lau, HAN

Nieuwe businessmodellen

Er is sprake van een afname van mechanisch onderhoud en een toename van elektronisch onderhoud. Vaste APK en onderhoudsbeurten zijn straks niet meer nodig, een voertuig geeft door middel van sensoren zelf aan wanneer en wat voor onderhoud het nodig heeft.

‘Dealers moeten naar een ander businessmodel. Er wordt nog een beetje winst gemaakt op onderhoud, maar dat wordt minder. En het (elektronisch) onderhoud dat nog moet worden gedaan is veel minder winstgevend. Nu kan een dealer marge pakken op bijvoorbeeld de olie, maar als er straks geen onderdelen in de voertuigen zijn die dat nodig hebben, dan verdampt de marge.’
– Edgar Rijsbaarman, OOMT

Over the air

Nieuwe technologie werkt op basis van sensoren en actuatoren, waarbij de sensor signaleert en de actuator dit signaal omzet in de benodigde actie. Dit maakt diagnose stellen en oplossen op afstand (Over The Air) mogelijk. Voertuigen hoeven niet meer fysiek aan de werkplaats verbonden te zijn om aanpassingen te doen in de software. De aanpassingen kunnen veelal zelfs tijdens het rijden uitgevoerd worden (Bovag, Innovam, OOMT, RAI vereniging).

Edgar Rijsbaarman, OOMT

Voor het uitlezen van software is geen dealer meer nodig. Software kan op afstand gereset worden. Door voertuigverbindingen en data in een connected car kan de fabrikant zelf de update direct naar het voertuig van de klant sturen. Dat betekent dat een belangrijk deel van het onderhoud buiten het autobedrijf zal plaatsvinden. Dat is een directe bedreiging voor het tussenkanaal. Je ziet ook dat dealernetwerken nu al gesaneerd worden.

Beschikbare Data

De toenemende software en connected car toepassingen leveren veel voertuiginformatie en gebruikersdata op. Door deze gegevens te koppelen aan de onderhoudshistorie van het voertuig, is het mogelijk voorspellingen te doen over de onderhoudsbehoefte (Bovag, Innovam, OOMT, RAI vereniging).

De data die beschikbaar komt is interessant voor meerdere partijen. Maar van wie is de data? Kan een voertuig straks automatisch aangeven naar welke dealer hij adviseert te gaan? Edgar Rijsbaarman (OOMT) legt uit: ‘Als de data van de fabrikant is wordt een klant bijvoorbeeld naar de dealer gestuurd. Als de consument zelf eigenaar is van de data, dan kan hij/zij ook zelf bepalen naar welke garage hij gaat.’

Ook voor de fiets is er sprake van ontwikkelingen zoals het ‘connected’ zijn. Bij de elektrificering van de fiets gaat het om communicatietoepassingen op de fiets, verbindingen met de mobiel, gemakkelijker fietsroutes en gereden kilometers uitlezen.

‘In Canada hebben ze een fiets gemaakt die je hartslag en aantal calorieën uitleest. Die fietsen komen niet vanuit de traditionele fietswereld maar vanuit bedrijven die inspringen op een gezonde levensstijl en hoe een fiets daarop kan bijdragen. Want waarom zou je op een hometrainer wel heel veel gegevens kunnen uitlezen maar niet op de fiets?’
– Edgar Rijsbaarman, OOMT

Automatisering en robotisering

Automatisering en robotisering kan de komende jaren een grote impact hebben op de werkzaamheden op de werkplaats. Enkele simpele werkzaamheden op de werkplaats kunnen geautomatiseerd worden.

‘De verwachting is dat routinewerk op de werkplaats geautomatiseerd gaat worden. Al lopen de verwachtingen uiteen over het type werkzaamheden dat zich hier al dan niet goed voor leent.’
– Durk van Wieren, Aventus

‘Binnen schadeherstel zie ik nog niet direct mogelijkheden voor robotisering, aangezien schades altijd verschillend zijn. In het spuitproces zie ik in de toekomst wel mogelijkheden voor robotisering.’
– Jos Lamboo, fragment uit de ‘Deel je kennis community’

‘Als de robotisering zover is ontwikkeld dat een robot taken in de werkplaats kan uitvoeren, dan is de vraag; is er dan nog wel een werkplaats? Misschien vindt het onderhoud of reparatie wel op de locatie plaats waar het voertuig staat. Bij de werkgever of bij je thuis. Wat ook de ontwikkelingen op het gebied van parkeren verder zal bevorderen. Misschien is er dan wel een gerobotiseerd magazijn dat de onderdelen uitlevert voor onderhoud/ reparatie op locatie.’
– Roel Akkerman, Summa College, fragment uit de ‘Deel je kennis community’

‘Persoonlijk denk ik dat over 10 jaar de eerste robots al wel hun intrede zullen hebben gedaan in de werkplaats. Dat zal beginnen bij eenvoudige werkzaamheden denk bijvoorbeeld aan automatisch zomer/winterbanden wisselen, bandenmontage en balanceren, foto’s maken.’
– Durk van Wieren, Aventus, fragment uit de ‘Deel je kennis community’

‘Op het gebied van de autoverkoop heeft de fotorobot zijn intrede al gedaan. Deze robot maakt automatisch foto’s van auto’s voor de presentatie op het internet.’
– Durk van Wieren, Aventus, fragment uit de ‘Deel je kennis community’

Schepen intelligent maken begint met het aanbrengen van sensoren zodat ze hun omgeving kunnen waarnemen. Nederland is het eerste land waarbij op nationaal niveau het LoRa netwerk is uitgerold. LoRa staat voor Long Range, Low Power. LoRa sensoren verbruiken weinig stroom en het dataverkeer via het LoRa netwerk is vele malen goedkoper dan dataverkeer over bestaande netwerken (Netherlands Maritime Technology2).

De tweede stap is het gebruik van die gegevens. Dat kan een stuurman zelf doen, maar ook een besturingssysteem vanaf de wal dat sensordata verwerkt tot bruikbare informatie en op basis daarvan motoren en roeren aanstuurt. Een voorbeeld daarvan is dynamic positioning die zorgt dat een schip ongeacht wind en stroming op zijn plaats blijft. Er komt al steeds meer intelligentie aan boord. Dat komt nu ook in de binnenvaart. Schippers krijgen steeds betere informatie zoals adaptieve routeplanners en berekening van aankomsttijd (Delta Lab).

Ook voor de trein gaat ProRail meer gebruik maken van sensoren. Binnen drie jaar wil ProRail alle 5.500 verwarmde wissels op het kernnet voorzien van sensoren om de wisselverwarming continu in de gaten te kunnen houden. Werkt de wisselverwarming niet bij sneeuw of vorst, dan wordt dat meteen duidelijk, waardoor de spoorbeheerder direct kan ingrijpen (Spoorpro.nl4).

Impact beroepsonderwijs

Niet alleen het gebruik van een voertuig, maar ook het werken aan de voertuigen zelf en daarmee de inhoud van het vak van personeel verandert door de snelle ontwikkelingen.

De vraag naar hoger geschoold personeel neemt toe

Meer elektronica zorgt voor complexere systemen en daarmee meer vraag naar hoger geschoold personeel. Omdat het aantal mechanische onderdelen afneemt en de hoeveelheid software toeneemt, is het onderhoud dat gedaan moet worden complexer. Voor die ontwikkelingen zijn andere vakmensen nodig. Puur mechanisch onderhoud neemt af en daarmee de behoefte aan lager geschoold personeel (OOMT1).

‘Voorlopig is er nog voldoende werk. De conventionele voertuigen blijven voorlopig nog wel rijden. Dat er straks minder behoefte kan zijn aan lager geschoold personeel wordt aan studenten nog niet meegegeven het is ook een korte opleiding van twee jaar.’
– Durk van Wieren, Aventus

‘Je ziet inmiddels ook veel hto’ers die receptionist worden. Dat is heel verstandig want autobedrijven hebben niet alleen te maken met de steeds complexer wordende voertuigen maar ook met klanten die veel meer eisen.’
– Koen Lau, HAN

Het werk van de medewerker op mbo-niveau vier wordt complexer, het gaat de kant op van de elektromonteurs.

 ‘Als het werk complexer wordt, dan is een mbo’er niveau vijf nodig of een hto-technicus (hoger technisch onderwijs). De uitdaging is dat deze mensen zijn opgeleid om dingen te ontwikkelen en te ontwerpen (om bijvoorbeeld motoren te bouwen), en niet om onderhoud te doen. In de universele garagebedrijven zie je daarom dat het complexe werk door een goede mbo-er niveau vier gedaan wordt. Dat is iemand die dingen zelf kan oplossen door slim te googlen en daarvan leert. De grote bedrijven (de koplopers) hebben vaak wel hbo’ers in dienst, omdat ze vaker iemand nodig hebben die analytisch is en meer weet van programmeren (lezen en interpreteren).’
– Bram Wolf, Innovam

‘Niveau drie komt onder druk te staan. Als er een storing opgelost moet worden bij een voertuig leest een medewerker op niveau vier dit uit. Maar als je dan weet wat kapot is, zijn het simpele handelingen; dat kan een niveau twee medewerker oplossen. Er ontstaat een gat tussen niveau twee en vier.’
– Edgar Rijsbaarman, OOMT

‘Van het laaggeschoolde monteurswerk blijft uiteindelijk weinig meer over. Wat blijft, zijn routinehandelingen als remmen en banden vervangen. Zomer/winterbanden vervangen, dat kan op een soort band geautomatiseerd worden met een robot die het werk doet. Vaak een monteur die foto’s maakt. Dat leent zich heel goed voor robotisering.’
– Durk van Wieren, Aventus

De komende jaren is er behoefte aan hoger en breder opgeleid personeel: een verkoper, met name van trucks/bedrijfswagens, moet ook kunnen adviseren over onderhoud en heeft dus ook technische kennis nodig. Door innovatie bestaat een groot deel van voertuigen momenteel uit techniek en software. Dit vraagt om meer kennis van monteurs. De verwachting is dat de behoefte aan medewerkers op mbo niveau vier toeneemt (UWV4). 

Ook in de fietsbranche wordt het werk complexer: ‘Aan de technische kant is verstand van elektronica en communicatiesystemen steeds belangrijker. De werkzaamheden worden complexer. Er vindt steeds meer een verschuiving plaats richting niveau drie en vier. Aan de commerciële kant betekent het dat de functie steeds meer een volwaardige verkoopfunctie zal worden. Steeds vaker is er sprake van een aparte managementfunctie in de fietswinkelzaak. Zolang je niet weet wat de hardlopende artikelen zijn weet je niet waar de winst op zit. Je voorraadbeheer is dan ongestructureerd. Een verdere professionaliseringslag in verkoop en marketing is onontkoombaar. Ook als fietswinkel moet je slimmer omgaan met beschikbare data: hoe zorg je ervoor dat een klant die in het voorjaar een fiets heeft gekocht, in het najaar terugkomt voor een onderhoudsbeurt? Er zijn ook winkels die elektrische fietstochten organiseren om de klant aan zich te binden. Zij kunnen tijdens die dag de fiets uit testen. Zo komt een fietswinkel in contact met geïnteresseerden. Zo kun je vanuit de winkel zorgen dat je iets extra’s biedt.’
– Edgar Rijsbaarman, OOMT 

Een manier om jongeren beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt is door in het onderwijs te focussen op de 21st century skills.

ICT vaardigheden steeds belangrijker

Nieuwe technieken (zoals communicatietechnologie) en materialen vragen om andere kennis van medewerkers in de mobiliteitsbranche. ICT-kennis wordt belangrijker dan sleutelvaardigheid.

‘Monteurs en receptionisten moeten veel meer systeemdenkers worden en diagnosespecialisten. In een voertuig zitten tientallen computers, alles werkt samen.’
– Koen Lau, HAN

Ook vraagt het extra kennis van de verkoper om uitleg te kunnen geven over alle technische- en communicatiemogelijkheden van een voertuig.

Durk van Wieren, Aventus
‘Als er dan toch iets stuk gaat aan een elektrisch voertuig, is dat gelijk een mankement van een ander niveau. Dan heeft het te maken met elektronica en software en daar is een andere monteur voor nodig. Iemand met veel meer ICT-vaardigheden. Zo’n Tesla moet je zien als een rijdende computer.’

ICT-vaardigheden worden steeds belangrijk en de mechanische vaardigheden zullen veel minder vereist gaan worden.

‘We proberen die ICT-vaardigheden bij de student zelf te ontwikkelen. Dat begint al bij de werving. Momenteel is het imago van de werkplaats niet zo positief (vies, laagbetaald werk). Dat zijn mensen die het met name leuk vinden om te sleutelen. Als dat straks niet meer nodig is, dan zal het nodig zijn om andere studenten te werven. Die meer interesse hebben in ICT en minder hebben met sleutelen. De ICT docent of technicus is nodig om te kijken hoe je ICT-vaardigheden bij een student kan bijbrengen.’
– Durk van Wieren, Aventus

‘Het werk van de medewerker op mbo vier niveau gaat er anders uitzien, het gaat de kant op van elektromonteurs. Het is lastig werk want je ziet de storing niet. Het werk wordt meer softwarematig gericht.’
– Bram Wolf, Innovam

Ook in de trein wordt de rol van ICT steeds belangrijker. Paul Balsters van de NS geeft aan dat voor de monteurs in de trein veel gaat veranderen: Waar tot op heden nog kilometers kabel door een trein lopen, gaan alles in de trein in de toekomst meer en meer via draadloze verbindingen aangestuurd worden. Dit gaat invloed hebben op de rol / taakinhoud van de (elektro) monteur van de toekomst.

Diagnose en schema-lezen

Auto’s beschikken over (vergaande) zelfdiagnose- TIPS systemen; de monteur komt er alleen aan te pas als het systeem faalt. Een technische helpdesk ondersteunt de monteur op afstand en kan de diagnose-apparatuur overnemen. De diagnose-apparatuur is universeel. Voor het oplossen van de gestelde diagnose maken de monteurs gebruik van augmented reality, zoals het vroegere Google Glass of HoloLens: monteurs volgen eenvoudig de visuele instructie op. De klant betaalt per reparatie of neemt een abonnement af. Daarbij is de klant verbonden met een techline (helpdesk op afstand) (Bovag, Innovam, OOMT, RAI vereniging).

‘Garagebedrijven moeten data kunnen uitlezen, hierdoor is training nodig van personeel in diagnose en schema-lezen.’
– Bram Wolf, Innovam

Automonteurs moeten er storingen kunnen diagnosticeren en moeten er kunnen repareren aan elektrische / waterstofvoertuigen.

Volgens Bert Klink (HAN) wordt de werkplaats in de toekomst meer een laboratorium en horen daar voor een deel van de werkzaamheden ook hbo-geschoolde mensen bij. Niet alleen voor de monteurs die aan de voertuigen werken maar ook voor receptionisten. Al bij de receptie is het belangrijk om de juiste vragen te stellen aan de klanten daar begint namelijk het stellen van de diagnose.

‘Het stellen van de diagnose wordt gedaan door de diagnose-technicus (mbo-niveau vier). Hele complexe storingen komen niet zo vaak voor, dus voor de medewerker van diagnose-technicus is niet altijd een fulltimebaan bij de garagebedrijven. Momenteel werkt een diagnose-technicus zo’n acht procent van zijn tijd op zijn niveau, vaak doet hij daarnaast gewone reparatieklussen: veel werk onder zijn niveau. Een oplossing zou kunnen zijn dat deze medewerker pendelt tussen verschillende vestigingen om zijn kennis en opleidingsniveau optimaler in te zetten.’
– Bram Wolf, Innovam

Communicatievaardigheden worden belangrijker 

In werkelijkheid hebben voertuigen straks minder onderhoud nodig. Dit betekent dat de communicatie met de klant veel belangrijker wordt. De klanten hoeven minder vaak naar de garage te komen. Dan is het voor een garagebedrijf slim om andere dingen te bedenken om de klant aan je te binden. 

‘Nu komt de klant nog bij je voor nieuwe olie en klein onderhoud. Het wordt belangijker om op een andere manier te communiceren; niet alleen face-to-face, maar ook via social media. Bijvoorbeeld straks een whatsapp sturen in plaats van een belletje om te vertellen wat er aan de hand is met je voertuig met een fotootje van bijvoorbeeld versleten banden met het verhaaltje erbij. Dan kan de klant het zien wanneer het voor hem/haar uitkomt.’
– Durk van Wieren, Aventus

‘Connected vehicles’ vragen om steeds meer productkennis van software en mogelijkheden van connectivity opties. De komst van ‘connected vehicles’ leidt dan ook tot andere taken zoals communiceren met klanten en kennis delen binnen het bedrijf over diagnostische connectivity aangelegenheden. De menselijke vaardigheden die hier zoal voor nodig zijn:

  • Aan klanten technische productkennis overdragen, zonder daarbij te willen verkopen
  • Communicatief zeer vaardig zijn om alle type klanten de connectivity mogelijkheden begrijpelijk uit te leggen. Het gaat daarbij om het klanten uitleggen dat ze hun vervoersmiddel kunnen koppelen met allerlei devices, welke informatie en mogelijkheden dat biedt en hoe ze daar mee om moeten gaan.
  • Goed luisteren naar de klant en op een begrijpelijke manier inspelen op zijn vragen
  • Gericht opzoeken van relevante informatiebronnen buiten de standaarddocumentatie zoals blogs en forums (OOMT3)