Economische groei en marges onder druk

2. Economische ontwikkelingen

Bij economische factoren gaat het om kenmerken en invloed van ontwikkelingen van de economie, zoals economische groei, werkgelegenheid en werkloosheid.

ECONOMISCHE GROEI

Door de aanhoudend hoge groei was in 2018 sprake van hoogconjunctuur. Ten opzichte van het derde kwartaal van 2017 waren er in het derde kwartaal van 2018 268 duizend banen van werknemers en zelfstandigen meer. Door de krappe arbeidsmarkt betalen bedrijven meer loon om personeel te kunnen aantrekken of om zittend personeel te behouden.

Ook in 2019 is de groei van de Nederlandse economie met 2,2% nog stevig. Na groeipercentages van 2,9% in 2017 en 2,6% in 2018 is de piek van de groei achter de rug. De groei vlakt af. De onzekerheden die de economie negatief kunnen beïnvloeden, blijven groot. Het internationale beeld kent grote onzekerheden die veelal neerwaarts van aard zijn; over de ontwikkelingen in de Europese Unie (nieuwe schuldencrisis, Brexit), over aanhoudende terroristische dreiging, over het monetaire beleid in Europa en de VS, over de groei in China en andere opkomende landen en over de ontwikkeling van de financiële markten (CPB).

ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID

In de meeste sectoren groeit het aantal banen van werknemers. Alleen in de financiële dienstverlening en het openbaar bestuur krimpt het aantal banen. In de sector financiële dienstverlening blijft de werkgelegenheid afnemen door voortgaande automatisering. De grootste banengroei is in 2017, net als in 2016, te zien bij de sector uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling: 40.000 banen. Maar naar verwachting vlakt de groei af in 2018. In 2017 en 2018 neemt, na een jarenlange krimp, het aantal werknemersbanen in de sector zorg en welzijn met zo’n 30.000 toe. De groeiende zorgvraag en het schrappen van bezuinigingen in deze sector liggen hieraan ten grondslag (UWV2).

VACATURES EN VACATUREGRAAD

In 2017 ontstonden ruim één miljoen vacatures (UWV2). Van de circa 680.000 vacatures op mbo-niveau was bijna de helft geschikt voor recent gediplomeerde mbo’ers (SBB1). Vacatures ontstaan door uitbreiding en vervanging van personeel. De arbeidsmarkt wordt weer wat krapper. Dit betekent dat er veel vacatures zijn en weinig (passende) werkzoekenden. Dit blijkt uit de toename van de vacaturegraad: het aantal openstaande vacatures per duizend werknemers. De toename is vooral te zien in de sectoren zorg en welzijn, bouw en onderwijs. Ook in de Ict is de vacaturegraad weer toegenomen, terwijl deze al jaren vrij hoog is (UWV2).

WERKLOOSHEID & WW

Sinds de piek van de werkloosheid van 7,9 procent in februari 2014, daalt deze vrijwel continu. In januari 2018 was de werkloosheid 4,2 procent van de beroepsbevolking (CBS3). Door de aantrekkende arbeidsmarkt neemt het aantal WW-uitkeringen naar verwachting met ongeveer 100 duizend af in twee jaar tijd (UWV2).

De jeugdwerkloosheid kwam in januari 2018 uit op 7,4 procent (CBS3). In 2017 verstrekte UWV ruim 61.500 nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren tot 27 jaar, een daling van 18.500 (-23 procent) ten opzichte van het jaar ervoor. In de sectoren detailhandel, gezondheidszorg, welzijn & cultuur en bouwnijverheid is de afname het grootst (SBB en UWV).

Specialistisch vakmanschap

De verwachting is dat het aantal arbeidsplaatsen in FTE tot 2024 zal toenemen met drie procent. In totaal zijn er jaarlijks 20.000 nieuwe mensen nodig in de ambachtseconomie. Daarbij is de verdeling tussen zelfstandigen/werknemers gelijk. Deze instroombehoefte betreft met name de vervangingsvraag. Terwijl het personeelsaanbod juist zal afnemen met één procent (ABF research1 en UWV1).

De instroom in ambachtelijke opleidingen baart zorgen. Dit kan leiden tot een tekort aan vakmensen met name voor de technische beroepen. Denk hierbij aan tekorten in het cluster gezondheidstechniek (waaronder de gezondheidstechnische beroepen), en overige technische beroepen, zoals de creatief technische beroepen (UWV1).

De opwaartse economische trend is vanzelfsprekend positief voor de creatief technische beroepen. Want luxe goederen lijken voor een grotere markt bereikbaar te worden, dit is duidelijk zichtbaar in bijvoorbeeld de juweliersbranche (FlyWheel Business).

Ook onder restauratoren is er vertrouwen in de markt.  Uit een onderzoek van Raadsaam Erfgoedprojecten blijkt dat 40 procent positief is, zij vinden dat de markt weer aantrekt. “Ik merk een toenemende interesse voor
kwaliteitsvolle restauraties”, geeft een respondent aan. Verder wordt aangegeven dat er een positief beeld
heerst vanwege eigen kunnen en het netwerk. Een kleiner deel (38 procent) is neutraal: “Restauratiewerk wordt minder in de toekomst: door de bezuinigingen van de afgelopen jaren is het werk voor musea minder en particulieren hebben andere interesses dan antiek in de weer oplevende economie”, aldus een respondent uit het onderzoek (Raadsaam Erfgoedprojecten2).

Voor gezondheidstechnische beroepen zijn er goede arbeidsmarktverwachtingen. UWV (UWV3) verwacht mede op basis van SBB Kans op Werk prognoses, goede kansen voor de medisch technische beroepen. Dit zijn veelal moeilijk vervulbare vacatures, de kans op werk voor deze groepen is goed. Denk hierbij aan beroepen als: medewerker steriele medische hulpmiddelen, audicien, opticien en technisch oogheelkundig assistent.

ROL VAN DE VERZEKERAARS

Verzekeraars spelen een belangrijke rol bij het te verkrijgen marktaandeel. Bijvoorbeeld in de optiek. Daar is het aankoopkanaal afhankelijk van afspraken met de zorgverzekeraar. Bij de eerste aankoop van een bril op sterkte of contactlenzen heeft zeventien procent speciaal gekozen voor een optiekbedrijf waarmee de zorgverzekeraar afspraken heeft gemaakt. Bij de laatste aankoop is dit opgelopen naar 23 procent. Dit neemt in de toekomst verder toe. Zo geeft zelfs 40 procent aan bij een volgende aankoop waarschijnlijk te kiezen voor een optiekbedrijf waarmee de zorgverzekeraar afspraken gemaakt heeft (NUVO1).

In interviews met experts komt ook de rol en positie van de zorgverzekeraar aan bod waarbij werd aangegeven dat deze nog meer voorschrijvend en bepalend gaat worden: 

De zorgverzekeraars zijn wel dominant door het bepalen van de prijs voor de orthopedische hulpmiddelen zonder rekening te houden met de werkelijke kosten voor de bedrijven. Ze drukken de prijzen steeds verder omlaag
– Max Mulders, NVOS-Orthobanda

De vergoeding is veranderd. Verzekeraars zijn op een heel andere manier zorg gaan inkopen, ook met aanbestedingen, daarmee komt er druk op de prijs. De grens is nu bereikt, er ligt een enorme druk op de branche
– Meindert Stolk, NVAB

De prijzen staan behoorlijk onder druk, en hetgeen dat je als audicien ervoor moet leveren en de protocollen worden steeds zwaarder. Een voorbeeld is de nazorg die je moet leveren van een hoortoestel, volgens de voorwaarden voor een vergoeding moet je nog vijf jaar lang leveren aan de klant
– Femke Lavrijssen, Specsavers

De zorgverzekeraar stelt ook steeds meer voorwaarden aan het aanbieden van semi-confectie in plaats van maatwerk.

Het orthopedisch bedrijfsleven heeft ten gevolge van marktontwikkelingen en de financiële druk door o.a. veranderingen in het zorgverzekeringsstelsel de focus meer en meer moeten leggen op de eigen bedrijfsprocessen. Dat betekent goedkoper produceren en productie outsourcen. Veel bedrijven besteden inmiddels een groot deel van hun productie (schachten, onderwerk, leesten) uit bij gespecialiseerde bedrijven (NVOS-Orthobanda2).

Max Mulders, NVOS-Orthobanda

Vroeger had je alleen maatschoenen, maatprotheses. Nu zie je dat er ook semi-confectie is. Er zijn bijvoorbeeld orthopedische schoenenwinkels met een aanbod aan (brede) comfort schoenen. Deze semi-confectie schoenen bieden een oplossing voor mensen met niet al te zware klachten. Voorheen kregen die de veel duurdere schoenen die op maat gemaakt werden.