De kracht van innovatie

1. Co-botisering

WAT HOUDT CO-BOTISERING IN?

Er is sprake van een toenemend gebruik van nieuwe maatname-, ontwerp- en vervaardigingstechnieken, zoals scantechnologie, CAD-CAM, 3D techniek, OCT scan, Angiografie en lasertechniek. Het zijn slimmere technieken waarmee producten gemaakt kunnen worden of onderdelen van het menselijk lichaam in beeld gebracht kunnen worden. Om nieuwe technieken eigen te maken zijn investeringen, creativiteit en zelflerend vermogen noodzakelijk. Ook vindt alle communicatie over een patiënt of diens dossier digitaal plaats. Door tijdbesparing die de nieuwe technologische hulpmiddelen en communicatiemiddelen met zich meebrengen kunnen meer uren besteed worden aan de patiënt aan de stoel en zijn meer uren achter het beeldscherm noodzakelijk.

CAD-CAM
De stap naar het ‘voorspellend’ ontwerpen is niet ver meer. Op basis van een Computer Aided Design and Simulation System (CAD – CIS) is het mogelijk om op basis van simulatie de effecten van een bepaalde voorziening op voorhand te tonen. De voordelen die deze manier van werken met zich meebrengt zijn; kortere ontwerp- en productietijden, kleinere foutmarges, en minder afval. Dat leidt tot een efficiënter en duurzamer proces.

Naast CAD is er ook CAM (Computer Aided Manufacturing): het fabriceren van producten met behulp van een computer en software. CAD-CAM integratie betekent met hulp van de computer en software productiebestanden uit de ontwerpbestanden genereren.

CAD-CAM printen is een sterke stimulans geweest voor de digitalisering in de tandtechnische branche. Al jaren is de branche gewend aan de digitalisering van het kroon- en brugwerk. En nu is ook de prothetiek begonnen aan een flinke opmars. Volgens Rob Maters, voorzitter branchevereniging tandtechniek, gaat het hierbij bijvoorbeeld om digitalisering van tandtechnisch werkprocessen zoals CAD-CAM printen van de basisplaat, individuele lepels, opstellingen, onderstructuren en digitale modellen. Maar ook set-up opstellingen ten behoeve van het vervaardigen van splinten en dieptrekplaten behoren tegenwoordig tot de mogelijkheden. Pioniers op dit gebied zijn vooral de wat ‘grotere’ labs, maar door de continue daling van de kosten komen deze nieuwe technologieën ook binnen handbereik van minder grote of de meer gespecialiseerde tandtechnische laboratoria.

Wolter Jagt (VLHT)

Het kroon- en brugwerk is voor 80 procent al digitaal ontworpen. Het prothesewerk is voor ongeveer 95 procent nog analoog. Over vijf jaar is dat andersom en is die 95 procent ook digitaal ontworpen. Dat geldt ook voor de orthodontie.

De branche van tandtechnici richt zijn focus op de mogelijkheden van CAD-CAM technologie en daarmee ook op de productie van werkstukken voor het freeswerk. En het gebruik van mondscanners neemt toe. Zo vertelt Harrrie van den Broek werkzaam bij TTL Sips: “Ook de digitalisering van de mondscanners (om het gebit in beeld te brengen) gaat de komende twee á drie jaar verder. Zelfs de eenmanstandartsen gaan de mondscanner gebruiken.” Een kroon kan bijvoorbeeld volledig geautomatiseerd worden vervaardigd zonder afdrukken te nemen van de mond (ABF Research, 2015). Door gebruik te maken van software wordt de hele behandeling van tevoren beter gepland. Wolter Jagt van de Vereniging van Laboratoriumhoudende Tandtechnici (VLHT) vertelt “De gehele behandeling is beter te plannen. Door de combinatie van technieken: de mondscanner, een röntgenfoto (om het kaakbot inzichtelijk te maken) en de CAD-CAM technologie kan de tandtechnicus samen met de tandarts bepalen op welke manier het implantaat er het mooiste in komt te staan. Het implantaat kan zo gemakkelijker op de gewenste positie en diepte geplaatst worden. Het proces wordt hiermee voorspelbaarder.”

Ook in de revalidatie is het mogelijk om gebruik te maken van technieken die door middel van analyses voorspellingen doen hoe goed een ontwerp is. In de orthopedie wordt volgens Livit gebruik gemaakt van Anatomy in Motion (AIM) en Virtual Reality handschoenen. AIM is een model waarbij gebruik wordt gemaakt van het looppatroon. Door de stand van de gewrichten en de bewegingsmogelijkheid van elk gewricht in dit model te plaatsen, is nauwkeurig te bepalen wat er aan de hand is. Virtual Reality handschoenen zijn handschoenen waarin een feedback systeem is geïntegreerd waardoor er real time vertaling naar Virtual Reality gemaakt kan worden. Door deze techniek is het mogelijk om het product te zien en indien nodig aan te passen nog voor het wordt geproduceerd.

3D-techniek
Nieuwe ontwikkelingen en veranderingen roepen soms angst op. Zal de ontwikkeling van de 3D printtechnologie het handmatige specialistisch vakmanschap overbodig maken? Maar innovatieve technieken bieden ook veel mogelijkheden. Zo biedt 3D mogelijkheden om ontwerpen te visualiseren. Met nieuwe 3D visualisatie-technieken worden ontwerpen realistischer getoond aan klanten in bijvoorbeeld een verkoopgesprek.

Voor gezondheidstechnische producten maken slimmere ICT-techniek, 3D scanning en 3D printing het mogelijk om sneller en eenvoudiger te produceren, bijvoorbeeld in hoortoestellen, gebitsprotheses of orthopedische hulpmiddel. De verwachting is dat 3D scannen en 3D printen steeds verder gestandaardiseerd gaat worden in de orthopedie (NVOS-Orthobanda3).

Het aanpassen van het productieproces naar 3D printen dat is één van de grootste ontwikkelingen en uitdagingen in de branche, vooral met betrekking tot het maakproces. Er zijn altijd wel kleine ontwikkelingen geweest in hoe de productie plaats vond, maar dat was meer evolutie. De huidige veranderingen gaan veel sneller” – Ivo Balk (DHTA).

Een medewerker steriele medische hulpmiddelen moet met daarvoor toereikende apparatuur sterilisaties uitvoeren op hulpmiddelen uit de robotchirurgie. In het proces van reiniging, desinfectie en sterilisatie krijgt de medewerker steriele medische hulpmiddelen te maken met 3D prints. Dit heeft ook voor hen impact op hun werkzaamheden. Er zijn echter nog veel onduidelijkheden over de inzet van 3D prints. Jan Hazelhof werkzaam bij Deltion College noemt als voorbeeld: “Wat voor effect heeft het slijpsel, dat eraf komt tijdens bijvoorbeeld een zaagbeweging in het lichaam? En wat voor effect kan het hebben op langere termijn als het achterblijft in het lichaam? En dan heb je nog de vraag: waar ga je die 3D print dan steriliseren? Ga je het op de O.K. 3D printen en dan direct na de print het product inzetten? Of gaan we het eerst door de CSA laten steriliseren?”

OCT Scan, Angiografie en laserbehandeling
Voor een technisch oogheelkundig assistent (toa) zijn en worden de technieken waarmee ze werken de afgelopen en komende jaren ook sterk gedigitaliseerd:

  • OCT: Een Optical Coherence Tomography (OCT), is eigenlijk een echografie, maar dan met licht in plaats van geluidsgolven. Afwijkingen zijn met een OCT scan snel te herkennen. Het OCT onderzoek is een groot deel van het takenpakket van iedere toa. De eerste ontwikkelingen van de OCT waren rond 1980, de eerste OCT’s in ziekenhuizen kwamen zo rond 2000. De OCT is nu niet meer weg te denken uit de oogheelkundige praktijk. Het keuzedeel ‘Maken en beoordelen van een OCT scan’ volgt elke student en in de nabije toekomst zal het daarom een vast onderdeel zijn van de opleiding.

  • Angio-OCT: De Angio-OCT zet de bloedvaten ook op beeld in meerdere dieptes. Er zijn nog weinig toa’s die hiermee werken, maar deze techniek wordt in diverse praktijken al ingezet en wordt steeds meer uitgerold naar perifere ziekenhuizen. Volgens Jenny van Tol (DHTA) zit deze ontwikkeling nog in de beginfase. Maar zo vertelt ze: “Deze ontwikkeling zal waarschijnlijk snel een vlucht gaan maken zeker als het de FAG voor een deel zou kunnen vervangen want dan hoeft er bij een patiënt niets meer ingespoten te worden wat belastend is en een risico inhoudt. Men is nu bezig met Angio OCT waarbij je een diepere laag van het netvlies gedetailleerd in beeld kunt brengen. Dat is een techniek die zo nieuw is dat we hier in de oogheelkunde nog mee om moeten leren gaan. Ook veel oogartsen moeten nog voldoende ervaring opbouwen om de beelden leren interpreteren.”
  • Laserbehandelingen: Er zijn veel verschillende soorten laserbehandelingen zoals bijvoorbeeld lasers om het netvlies te laseren en lasers om de oogdruk te verlagen. Daarnaast wordt er voortdurend onderzoek gedaan naar verdere mogelijkheden van laserbehandelingen om personen van een bril af te helpen.

WAT VERANDERT ER?

De achterliggende techniek van 3D printing bestaat al jaren. En 3D printers raken langzaam maar zeker meer bekend en geaccepteerd. Voor gezondheidstechnische producten maken slimmere ICT-techniek, 3D scanning en 3D printing het mogelijk om sneller, pro-actiever en eenvoudiger aanpassingen te doen, bijvoorbeeld in hoortoestellen of orthopedische hulpmiddelen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een 3D printer voor een tandtechnicus snel (terwijl de patiënt erop wacht) een noodkroon op maat print in tandkleurig, biocompatibel vulmateriaal (Dental Tribune). En de verwachting is dat 3D scannen en 3D printen gestandaardiseerd wordt in de orthopedie (NVOS-Orthobanda, 2018).

Doordat nieuwe ontwikkelingen generieker inzetbaar zijn, neemt ook de kruisbestuiving van kennis vanuit andere branches toe. Zo vertelt Ivo Balk (DHTA): “Voor het 3D printen van prothese kokers worden onder andere kunststoffen gebruikt die hun oorsprong vinden in de vliegtuigindustrie. Andere technieken hebben we overgenomen vanuit de tandtechniek. Om op deze manier kennis op te halen vanuit andere branches zijn generieke vaardigheden nodig, zoals nieuwsgierigheid en de wil om over de grenzen van het eigen beroep en vandaag te kijken.

WELKE VOORBEELDEN ZIJN ER IN DE PRAKTIJK

De technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller, zeker wanneer ze sociaal-cultureel geaccepteerd worden en passen bij de veranderende levensstijl. Een hoortoestel is altijd geassocieerd met ouderdom en met ernstige gehoorafwijkingen. Maar voortaan komen er steeds functionaliteiten en mogelijkheden bij en zijn er ook gehoortoestellen voor bijvoorbeeld ruisonderdrukking en oorsuizen. En komen “gehooroplossingen” als wearables op de markt, als een soort accessoire. De drempel om van zo’n gehooroplossing gebruik te maken wordt daarmee steeds kleiner. “De nieuwste ontwikkelingen zijn Instant Fits. Deze “bijna onzichtbare hoortoestellen” zijn zo klein dat ze volledig in een gehoorgang passen. Voorheen was dat op maat te maken. Tegenwoordig past het in het oor met een hoesje bij iedereen en is het direct mee te nemen. Met een gratis app op een iPhone of Android telefoon is het volume of programma op het hoortoestel eenvoudig zelf aan te passen”-  Femke Lavrijssen, Specsavers.

Fieldlabs zijn praktijkomgevingen waarin bedrijven en kennisinstellingen doelgericht oplossingen ontwikkelen, testen en implementeren alsmede een omgeving waarin mensen deze oplossingen leren toe te passen. In heel het land zijn inmiddels ruim 30 fieldlabs actief. De ROC’s in Rotterdam, Amsterdam, Noord-Nederland, Twente of Eindhoven grijpen de kans om hun leerlingen met de nieuwste technologieën te laten werken en ze te laten samenwerken met ervaren vaklieden (Bakker, 2018).

Impact beroepsonderwijs

NIEUWE VAARDIGHEDEN TANDTECHNICUS

In het onderwijs zijn de veranderingen bijna niet meer bij te houden. Het ontwikkelen van het zelflerend vermogen is als reactie op de snelle ontwikkelingen van groot belang. De tandtechnicus, die voorheen creatief bezig was en echt met zijn handen werkte, zal enerzijds meer uren direct aan de patiënt besteden (“aan de stoel”) en anderzijds meer achter de computer. Dit vraagt meer competenties zoals sociale-, communicatie- en ICT vaardigheden. Omdat het in het werk van een tandtechnicus steeds meer gaat om digitalisering, moet een tandtechnicus 3D kunnen kijken en denken. “Bij het gebruik van een 3D-printer gaat het werk door; je kunt niet vragen of iemand komt kijken. Je moet dus heel zelfstandig kunnen werken” – Harrie van den Broek (TTL Sips).

Ook Wolter Jagt werkzaam bij VLHT vertelt wat een tandtechnicus nodig heeft: “Een tandtechnicus moet in staat zijn om een 2D ontwerp in 3D vorm voor te stellen. Voorheen had een tandtechnicus een ontwerp (met was gemaakt) in zijn handen. Digitaal moet een tandtechnicus het zich vanaf het scherm voorstellen. Daar is ruimtelijk inzicht voor nodig. Dat is niet alleen belangrijk in de huidige opleiding om studenten te leren, ook voor de huidige tandtechnici is omscholing nodig om straks digitale ontwerpen te maken.”

Om met de mondscanner te werken moet je kennis hebben van de computerprogramma’s en weten waar je mee bezig bent. “Het is lastig omdat er wel 30 verschillende programma’s zijn. Als je een beetje de digitale wereld kent is het meer ‘waar zitten de buttons’. Het gaat over hoe het eindproduct moet worden. Die kennis moet je wel hebben en die moet verbreed worden. Ik zou ze drie dagen naar school laten gaan of drie dagen in een lab. Om ze echt daarmee bezig te laten zijn. Iemand die nu digitaal aan een prothese werkt moet eigenlijk al 50 of 100 protheses hebben opgesteld, om te weten waar hij/zij mee bezig is. Ze moeten weten hoe een product eruit moet zien, weten waar het probleem zit, hoe de belijning loopt. Dat je niet alleen een afdruk kunt uitgieten, maar dat je ook weet waarom je een afdruk moet uitgieten en je moet weten waarom je zo moet slijpen en waarom; al die dingen. Dat leren ze niet meer’
Harrie van den Broek (TTL Sips).

NIEUWE VAARDIGHEDEN VOOR EEN TECHNISCH OOGHEELKUNDIG ASSISTENT

Een technisch oogheelkundig assistent moet het OCT apparaat goed kunnen bedienen. Om dit te leren is leergierigheid en technisch inzicht nodig. Ook moeten toa’s zorgen dat ze het angio apparaat goed onder de knie hebben en dat ze weten wat ze zien, dat is hooguit wat specialistischer dan een OCT maken. Een toa zal het nog niet hoeven te beoordelen, dat doet de oogarts. Ook zal een toa op de hoogte moeten zijn van de laatste ontwikkelingen. “Een toa voert een laserbehandeling niet daadwerkelijk uit, dus voor de vaardigheden zal dat geen verschil maken maar wel voor de kennis, want op moment dat er een nieuwe laserbehandeling in het ziekenhuis uitgevoerd gaat worden zal een toa moeten weten wat dat inhoudt zodat hij daar wat over kan vertellen aan de patiënt – Jenny van Tol (DHTA).

“De student moet verschillende typen scans kunnen maken, maar ook in staat zijn om een kwalitatief goede scan te maken want daar heb je al vaardigheden voor nodig. Ze moeten de kennis hebben om te zien of een scan technisch goed is; als dat niet zo is, waar ligt dat dan aan en wat moet gedaan worden om het te verbeteren? En daarnaast is een stukje beoordeling nodig: niet zozeer een diagnose stellen maar wel het onderscheid kunnen maken tussen een normaal en een abnormaal fundusbeeld. Waarbij we ze wel de meest voorkomende pathologie leren herkennen. Het is belangrijk dat de studenten een abnormaal fundusbeeld signaleren zodat ze met de oogarts kunnen gaan overleggen”
– Jenny van Tol (DHTA).

NIEUWE VAARDIGHEDEN BINNEN DE ORTHOPEDISCHE (SCHOEN)TECHNIEK

Een deel van de orthopedische schoenen worden steeds meer digitaal gedaan. Het belang van kennis van digitale vaardigheden neemt daarom toe in de orthopedische (schoen)techniek. Er wordt steeds vaker gebruik gemaakt van scan apparatuur om voeten te scannen en daar passchoenen mee te maken. Om leesten digitaal te maken, is de basiskennis nodig. “Er worden steeds vaker leesten digitaal gemaakt. Ik denk dat je een goede digitale leestenmaker kan worden als je ervaring hebt met beide. Leesten met de hand maken als ook met de computer. Schachten tekenen vergt veel aandacht; helemaal in de orthopedie omdat de belijning heel belangrijk is. Je kan door belijning een schoen veel grover of eleganter laten lijken. Het is heel belangrijk dat je goed 3D naar 2D kan vertalen. Voor het inscannen van voeten heb je wel anatomische en pathologische kennis nodig: hoe voeten in elkaar zitten, maar ook waar je op moet letten als er sprake is van een ziekte en of aandoening? Waar moet je rekening mee houden en waar je moet of kan corrigeren, accepteren of ondersteunen”
– Rianne van Pijkeren (DHTA).

Voor het gebruik van een 3D printer zijn geen andere vaardigheden nodig, maar wel voor een 3D scan. Je maakt een 3D scan van een ledemaat en op basis daarvan wordt het product gemaakt in plaats van een gipsafdruk. Dat vraagt een verschil van handvaardigheid. “De huidige orthopedisch technici zijn zeer ervaren in het maatnemen met gips. Als dit opeens moet, heb je daar een hele andere skillset voor nodig. Je moet opnieuw gevoel creëren voor dat digitale. Het is toch anders omdat je er tijdens de maatname niet met je handen aan kan zitten. Kennis van beide dingen blijft echter wel belangrijk. Je kan niet alles scannen en wat je digitaal doet in de latere correcties heeft nog altijd veel overeenkomsten met gips. Je moet waarschijnlijk toch beide beheersen” – Ivo Balk (DHTA).

“Ik denk dat Nederland één van de beste van de wereld is in de orthopedische (schoen) techniek. Ik vind het belangrijk dat we die kennis behouden en doorgeven, zodat het niet verloren gaat. Ook al hebben we deze kennis soms niet direct hier in Nederland nodig. In het buitenland kan het een wezenlijk verschil maken voor mensen. Als we alles gaan digitaliseren en we vergeten waar het vandaan komt, missen we een basis. Op dit moment gaan heel veel orthopedische schoenmakers met pensioen en daarmee verdwijnt ook veel kennis”
– Rianne van Pijkeren (DHTA).

NIEUWE VAARDIGHEDEN VOOR EEN MEDEWERKER STERIELE MEDISCHE HULPMIDDELEN

Het gebruik van de 3D technieken vraagt andere kennis en vaardigheden van een medewerker steriele medische hulpmiddelen. Een medewerker moet weten welke kunststof er is gebruikt, welke samenstelling het heeft en wat voor effect het heeft op het reinigingsproces. Jan Hazelhof werkzaam bij Deltion vertelt: “Een medewerker steriele medische hulpmiddelen gebruikt bij de reiniging bepaalde chemicaliën. Dan moet een medewerker weten wat voor effect het heeft op het materiaal waar het van geprint is. Wordt het bijvoorbeeld geabsorbeerd? Wanneer en op welke wijze? Die kennis is nodig voor een medewerker om te weten: wat ik nu ga doen is goed, en daar kan ik achter staan, maar overal waar je niet achter staat moet je ook niet doen.”  Daarnaast moet een medewerker flexibel zijn. Ook hebben ze meer ICT kennis nodig, door de complexiteit van bepaalde dingen en ook de hele automatisering die daaraan ten grondslag ligt. De medewerker moet steeds meer digitaal kunnen verwerken en scannen.

LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Succesvol meebewegen met technische veranderingen vraagt van werkenden niet alleen een zekere mate van flexibiliteit en pro-activiteit, maar vraagt ook om eigenaarschap van de eigen loopbaan. Een leven lang ontwikkelen wordt steeds belangrijker, waarbij er constant aandacht is voor de ontwikkeling van iemand of diegene nu starter, herstarter of doorstarter is. De ontwikkeling houdt niet op als een beginnend beroepsbeoefenaar de arbeidsmarkt betreedt (MBO Raad, 2017). Femke Lavrijssen (Specsavers) beaamt dit: “Dagelijks bijscholen is belangrijk, het gaat harder dan een aantal jaar geleden.”

INVESTERINGEN EN SAMENWERKING NODIG

Het is niet voor iedereen mogelijk om de investeringen te doen die nodig zijn om de nieuwe technieken in huis te halen. Uit gesprekken blijkt dat kleinere bedrijven meer genoodzaakt zijn om samen te werken en daarvoor van elkaars specialisaties en apparatuur gebruik te maken. Ook scholen hebben niet altijd de laatste innovaties in huis. Budgetten ontbreken om de investeringen mogelijk te maken. Echter is elke student erbij gebaat dat ze kennisnemen van innovatieve technieken. Als het voor een school onmogelijk is om de software in huis te halen dan is een goede samenwerking met bedrijven en de keuze voor een stageplek extra belangrijk. Als een school niet de laatste technieken in huis heeft maar daarvoor samenwerkt met bedrijven die deze technieken wel in huis hebben betekent het dat het onderwijs in de toekomst nog meer locatie-onafhankelijk wordt.

Je bent als stagiair bevoorrecht als je bij een bedrijf stage kan lopen dat wel een laser, 3D printer of CAD-CAM in huis heeft en daar opdrachten mee uitvoert. “Op de DHTA in Utrecht hebben ze geen 3D printer, geen CAD-CAM en geen scan. Maar dat zijn wel dingen die je tegenkomt. Dat moet de student dan leren in een bedrijf. Als je bbl doet is dat vier dagen, maar met bol moet het op school. Dat is ook waar ze op de DHTA tegen aanlopen. Op Fontys hebben ze meer budgetten om investeringen te doen en hebben ze die apparatuur wel. Daar doen de studenten ook opdrachten voor bedrijven” –  Max Mulders (NVOS-Orthobanda).

INHOUDSOPGAVE TRENDS GEZONDHEIDSTECHNISCH VAKMANSCHAP