Skills upgrading

3. Complexere zorgvraag

WAT HOUDT COMPLEXERE ZORGVRAAG IN?

Zorgverleners krijgen steeds meer cliënten met complexe zorgvragen en ervaren een toename in zorgvragen die zich uitstrekken over verschillende domeinen, aldus het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Zorgverleners beschikken niet over alle kennis binnen de diverse disciplines waardoor cross-over samenwerkingen essentieel zijn, omdat geen enkele zorgverlener alle competenties in huis zal hebben om het gehele zorgpad te bewandelen. Om effectief zorg te kunnen verlenen, moet ook de zorg aansluiten bij de context van de patiënten, zijn of haar mogelijkheden en omstandigheden (Mijn Gezondheidsgids, 2018). De patiënt moet daarbij centraal staan. De complexiteit van de zorgvraag is ook veranderd door de zorgvragers die soms meerdere (chronische) ziekten en multiproblematiek hebben. De verwachting is dat de complexiteit van zorg de komende jaren nog meer zal toenemen. Toenemende complexiteit vraagt om andere competenties. De complexere zorgvraag leidt tot skills upgrading.

 WAT VERANDERT ER? 

Het instrumentarium wordt voor een medewerker steriele medische hulpmiddelen steeds complexer en daarmee arbeidsintensiever. Er is een ontwikkeling te zien van eenvoudig instrumentarium naar heel complex computergestuurd instrumentarium. Steeds vaker worden laparoscopische operaties (ook wel een ‘kijkoperatie’ genoemd) uitgevoerd in plaats van open operaties. Jan Hazelhof werkzaam bij Deltion College legt uit: “Deze kijkoperaties zijn niet nieuw, maar het instrumentarium dat erbij wordt gebruikt is steeds complexer. Het voordeel van een laparoscopische operatie is minder bloedverlies, minder pijn na de operatie, minder littekenweefsel en verklevingen en sneller ontslag uit het ziekenhuis. De chirurg brengt twee, soms meer toicars in en opereert via die openingen. In één van de schachten bevindt zich een optiek, via de andere schacht kan de chirurg instrumenten inbrengen om te opereren. Dat is een ontwikkeling die het werk van een medewerker steriele medische hulpmiddelen van heel eenvoudig tot heel complex heeft gemaakt. Des te complexer en kleiner we willen opereren, des te complexer de instrumenten worden. Naarmate de handelingen kleiner worden, des te sneller moet je overstappen op disposable omdat je niet meer kunt demonteren en monteren, want sommige instrumenten moeten onder microscopen worden samengesteld.”

Naast de vernieuwende operatietechnieken, verandert ook het instrumentarium. Er is een grotere diversiteit aan instrumenten en onderdelen waar een medewerker steriele medische hulpmiddelen kennis van moet hebben om verkeerd gebruik te voorkomen. Een producent produceert het instrument en toetst de functionaliteit of het voldoet aan de eisen van de operateur. De leverancier levert vervolgens het instrumentarium met een, soms erg complexe, gebruiksaanwijzing waarin staat beschreven op welke wijze een procedure gevolgd moet worden om het instrument gereed klaar te maken. Dit alles zorgt voor een complex geheel van werkzaamheden van een medewerker steriele medische hulpmiddelen. Jan Hazelhof werkzaam bij Deltion College vertelt: “De gebruiksaanwijzing moet een CSA medewerker altijd volgen om tot het juiste product te komen. En daar zitten de kneepjes, want een leverancier die heeft bijvoorbeeld een instrument gemaakt dat uit vijf, zes, acht, of tien onderdelen bestaat. En dan omschrijft hij dat die helemaal gedemonteerd moet worden. Dan moet de CSA medewerker beschikken over het juiste instrumentarium om het instrument daadwerkelijk te demonteren. En weten hoe hij ieder individueel onderdeel moet gaan reinigen en desinfecteren, dat is gedeeltelijk in het voortraject handmatig, dan komt er nog een machinaal proces achteraan. En na het machinaal proces moet hij dus alles weer op de juiste manier gaan samenstellen. En dan moet het nog weer getest worden.”

Door de groeiende patiëntenpopulatie hebben artsen zelf minder tijd, waardoor de verwachtingen naar de toa’s veranderen. Oogartsen verwachten dat toa’s meedenken, uitleg geven aan de patiënt, onderzoeken uitvoeren en meewerken aan voorlichtingen bijvoorbeeld over het gebruik van kompressen; hoe patiënten kompressen moeten gebruiken en waar deze te verkrijgen zijn. De arts hoeft hier vervolgens geen aandacht meer aan te geven waardoor er kostbare tijd aan andere onderwerpen besteed kan worden. 

Het niveau van de toa wordt hoger. Zij ondersteunden vroeger vaak alleen de oogarts, maar er wordt nu van de toa meer zelfstandigheid verwacht. Er is meer apparatuur beschikbaar voor extra onderzoeken en er wordt van de toa verwacht dat zonder de oogarts er om vraagt al extra vervolgonderzoeken worden gedaan. Er is bij de toa’s daardoor meer behoefte aan (specifiekere) scholing.

In de branche van technisch oogheelkundig assistenten wordt de werkdruk hoger:

  • Door de komst van nieuwe apparatuur neemt de productiviteit toe: er wordt meer werk gedaan in minder tijd. Vroeger was het spreekuur redelijk algemeen, net als de onderzoeken. Tegenwoordig voert de TOA tijdens het eerste consult vaak al meerdere vervolgonderzoeken uit, om tot een duidelijkere diagnose te komen en de patiënt niet onnodig terug te laten komen en dit alles in dezelfde consulttijd.
  • Bij mensen ouder dan 50 komt maculadegeneratie voor. Maculadegeneratie is een ingrijpende oogziekte waarbij het gezichtsvermogen steeds verder achteruitgaat. Dit komt doordat de kwaliteit van de macula, ook wel gele vlek genoemd, afneemt. Door de vergrijzing komen er meer patiënten met maculatiedegeneratie en daarmee meer handelingen zoals ook de injecties. Bea Vos werkzaam bij het Meander Medisch Centrum Poli Oogheelkunde geeft aan dat dit werk steeds meer tijd in beslag neemt van een toa: “De injecties zijn er steeds meer en worden ook op andere ziektebeelden aangepast. Eerder kon het op één avond in de week in een praktijk met vier oogartsen alle injecties doen. Nu wordt er vijf dagdelen in de week geprikt. Deze patiënten zien we dan ook weer in de spreekuren van de oogartsen terug. Hier komt dan ook weer meer werk uit, zoals meer OCT’s maken. De toa’s bij ons in de praktijk doen het druppelen van de patiënten, zodat ze geprikt kunnen worden met anti-VEGH injecties en zijn verantwoordelijk voor het steriel dekken van de tafels en het assisteren van de physian assistent. Bij de controle bij de oogarts doen we het vooronderzoek en daarna de OCT.”

VOORBEELDEN VANUIT DE PRAKTIJK

Het gebruik van medische instrumenten neemt toe waardoor er hogere eisen gesteld worden aan de verwerkingssnelheid en aan de inrichting van het logistieke proces van een sterilisatieafdeling. Daarbij dient de kwaliteit constant te zijn en worden hogere eisen aan de capaciteiten van de medewerker medische steriele hulpmiddelen gesteld (SBB, 2015). Dit betekent dat CSA’s en sterilisatiebedrijven steeds meer FTE’s nodig hebben om het werk uit te voeren.

Er komen meer moeilijke casussen voor de technisch oogheelkundig assistent. Door de komst van nieuwe lenzen zijn de opties van lenzen groter geworden en verwachten klanten na een operatie waar een standaard lens geplaatst werd, geen bril meer nodig te hebben. Het aanmeten van een lens geeft meer werk dan vroeger. Het is meer rekenen, uitzoeken en voorlichting geven.

“Toen ik net begon, hadden we veel diabetes controles. Dat wordt nu al meer bij de huisartsen neergelegd door middel van fundusfoto’s. Nu komen patiënten alleen bij afwijkingen. Zo krijgen we nu toch wat meer de moeilijkere casussen”
– Bea Vos (Meander Medisch Centrum Poli Oogheelkunde).

Impact beroepsonderwijs

Voor de medewerker steriele medische hulpmiddelen zijn de kernvaardigheden: kennis hebben van het reinigingsproces, dus op welke manier en welke middelen mogen zij gebruiken bij het reinigen, en dat in combinatie met de materialen die worden aangeboden. Alle materialen hebben eigen eisen. Een medewerker steriele medische hulpmiddelen moet het onderscheid kunnen aanbrengen tussen de verschillende materialen. Jan Hazelhof werkzaam bij Deltion vertelt hoe dit bijdraagt aan het complexere werk: “Een medewerker moet de materialen onderscheiden, zo ook als het gaat om latex of siliconen of één van de 40 soorten kunststof. Een medewerker dient te weten dat het ene kunststof wel in een bepaald proces mag en het andere niet.” Door het complexere werk is de verwachting van Jan Hazelhof dat er een scheiding ontstaat voor meer specialistisch werk en centrale regulering:Ik verwacht dat we het specialistischer/ wat geavanceerder wordt in de manier van steriliseren en reinigen. Dat er meerdere sterilisatiemethoden op de markt komen, bijvoorbeeld ozonsterilisatie. En verder verwacht ik dat diverse kleine CSA’s (centrale sterilisatieafdelingen) wellicht ophouden te bestaan. Dat het meer centraal geregeld gaat worden, waarbij klinieken elkaar gaan ondersteunen daarin.”

INHOUDSOPGAVE TRENDS GEZONDHEIDSTECHNISCH VAKMANSCHAP