Herstructurering van
processen en taken

4. Taakherschikking

WAT HOUDT TAAKHERSCHIKKING IN?

Deregulering in de zorgsector, toegenomen werkdruk en een grotere financiële druk op de sector leiden tot verschuivingen van taken en verantwoordelijkheden. Taakherschikking is het herschikken van taken en verantwoordelijkheden in nieuwe en/of vernieuwde functies’ (Kanters, 1999). In beleidsstukken, literatuur en discussies worden allerlei begrippen gehanteerd om veranderingen in taken en taakverdeling te beschrijven. Taakherschikking heeft primair tot doel het proces van zorgverlening doelmatiger te organiseren om ook de bestaande capaciteit beter te benutten en een antwoord te geven op de toekomstige stijgende en steeds veranderende zorgvraag. Daarnaast moet taakherschikking bijdragen aan het verhogen van de kwaliteit van zorg door de voordelen die het heeft. Taakherschikking kent belangrijke voordelen voor de patiënt. Zo zal er doorgaans meer aandacht en tijd voor de patiënt zijn. Maar ook voor de arts zijn er voordelen. Omdat de routinematige handelingen uit handen worden genomen heeft de arts meer tijd voor specialistische zorg (KNMG et al, 2012). Taakherschikking is een complex proces dat professionele rollen beïnvloedt. Door herverdeling van taken wordt het mogelijk gemaakt om verschillende professionals meer met elkaar samen te laten werken waarbij de professionele grenzen vervagen. De invoering van taakherschikking resulteert in dynamische grenzen tussen professies, waarbij mogelijkheden zijn ontstaan om veranderingen aan te brengen in de traditionele jurisdictie waarin de medicus dominant is (Currie et al, 2010).

 WAT VERANDERT ER? 

Enerzijds veranderen taken in de zorg, en zo ook voor gezondheidstechnisch vakmanschap, door de nadruk op vroegtijdige signalering (van curatief en preventief). De complexiteit van de zorgvraag en ook de zorgvragers, die soms meerdere (chronische) ziekten en multiproblematiek hebben, is veranderd. Ook omdat zij langdurig een beroep doen op de zorg. Anderzijds veranderen taken door nieuwe digitalisering en nieuwe technieken. Zo ontstaan er dus ook meer verschuivingen van taken binnen bestaande of nieuwe functies. 

 VAN CURATIEF NAAR PREVENTIEF

Zowel in de algemene zorg als in gezondheidstechnisch vakmanschap neemt de aandacht toe voor vroegtijdige signalering van risicovolle situaties en tijdige interventie ter voorkoming van zwaardere ondersteuning en zorg. De focus op bestrijding van ziekte en intensieve ondersteuning verschuift naar een focus op behoud van gezondheid en eigen kracht door aanpassing van leefstijl en preventie. Deze ontwikkeling wordt versterkt doordat er steeds meer informatie beschikbaar is over wat wel en niet gezond is. Preventieve zorg is een uitdaging omdat patiënten en cliënten meestal pas in contact komen met een professional als er een zorgvraag is. Het vraagt van zorgprofessionals een andere manier van aanpakken en andere vaardigheden.

Voorbeeld

De tendens van curatief naar preventief heeft tot gevolg dat steeds meer oogheelkundige onderzoeken en het geven van voorlichting en begeleiding door de technisch oogheelkundig assistent (toa) worden uitgevoerd, zij het dat de verantwoordelijkheid bij de oogarts blijft. Het zou voor de toa dan steeds belangrijker worden de meest voorkomende oogafwijkingen zelf te herkennen. Dit vereist een goede samenwerking tussen disciplines, waarvan de samenwerking tussen toa en oogarts het meest van belang is (SBB, 2015). Door een tekort aan toa’s worden taken steeds vaker uitbesteed aan doktersassistenten. Zo voeren zij bijvoorbeeld gezichtsveldonderzoeken uit. Soms doen zij zelfs een deel van het vooronderzoek. Het is nodig om duidelijk onderscheid te maken in wat de capaciteiten zijn van een toa versus de capaciteiten van een doktersassistent. Maar wat een toa wil kunnen en ambieert verschilt ook per student.Ik stimuleer studenten wel om kenbaar te maken wat je weet en wat je inzicht is door vooraf met de oogarts te overleggen welk onderzoek je zou willen doen ook al is het niet overal toegestaan om die keuze zelf te maken. Op het moment dat je steeds laat merken dat je dat inzicht hebt, is er een kans dat op een gegeven moment de oogarts denkt van: nou jij kan dat prima zelf bepalen, doe dat ook maar. Dus ik denk dat dat stukje stimuleren van de student om te laten weten wat je weet en wat je inzicht is belangrijk is. In de opleiding zou je die kennis nog een stukje kunnen uitbreiden om een duidelijk onderscheid te kunnen maken tussen de capaciteiten van een toa versus de capaciteiten van een doktersassistent– Jenny van Tol (DHTA).

Een belangrijke toename van de praktijkondersteuning waar de technisch oogheelkundig assistent een cruciale rol speelt is in het afnemen van de vooronderzoeken, het geven van spreekuurondersteuning en het geven van voorlichting aan patiënten. In de toekomst kan de meerwaarde van de technisch oogheelkundig assistent onder andere liggen in de screening van patiënten, stroomlijning van de maculapoli, zelfstandig glaucoomspreekuur houden en adviseren in lenskeuzes en maken en beoordelen van fundusfoto’s (SBB, 2015).

Jenny van Tol werkzaam bij DHTA vertelt: “Je zou het in het kwalificatiedossier meer zichtbaar kunnen maken door niet alleen de kunde van het uitvoeren van het onderzoek erin te zetten, maar ook het stukje beoordelen van de uitkomst van een onderzoek waarbij je onderscheid maakt tussen normaal en niet normaal en de meest voorkomende pathologie. Op het moment dat je dat extra benoemt, dan kun je dat ook gericht bevragen in examens wat nu niet een vast onderdeel is. Daarmee kun je de opleiding nog meer versterken en misschien ook het zelfvertrouwen van de studenten.”

 TAKEN VERANDEREN DOOR DIGITALISERING

Digitalisering leidt ertoe dat sommige beroepen veranderen. De digitale (r)evolutie waar Nederland zich in bevindt, raakt de economie en de arbeidsmarkt en heeft grote gevolgen voor de gevraagde vaardigheden en kennis. Werknemers moeten zich wel (kunnen) blijven ontwikkelen. Van werkenden vraagt het bereidheid en inzet tot bij- en omscholing om hun nieuwe taken te kunnen vervullen binnen hun huidige baan, of hun carrière in nieuwe banen en sectoren voort te zetten.

Voorbeelden:

Wolter Jagt (VLHT) vertelt dat de digitalisering van invloed is op de rollen die de tandtechnicus straks kan invullen: “De tandtechnicus heeft straks drie rollen: de IT rol om data te analyseren, de ontwerper/designer van een prothese, kunst- of brugwerk en de constructeur die alles afweet van de werking van materialen. Het is nog de vraag of dat straks allemaal van een mbo vier niveau kan worden verwacht. Ik verwacht dat we naast mbo vier niveau straks meer behoefte hebben aan mbo vier+ niveau.”

Harrie van den Broek (TTL Sips) ziet door digitalisering een tendens dat de taken van de tandtechnicus minder worden, het werk dat blijft is met name het designerswerk. 

“Straks is alleen nog iemand nodig die het design doet, en op het einde het polijsten, maar voor de rest gebeurt straks alles helemaal digitaal. Voor kroon- en brugwerk zie ik dat nog niet in de komende vijf jaar. Maar als je de ontwikkelingen in China ziet, daar krijgen tandartsen een scanner, een freesapparaatje en een oventje. Die stuurt het naar een digitaal lab. Die doen het design en dan gaat het met de blank en de kleur terug naar de tandarts, die freest en zet het terug in de mond, dus daar zit de tandtechnicus helemaal niet meer tussen. Ik weet niet of dat in Nederland ook zal gebeuren, maar je ziet wel dat je steeds minder afdrukken binnen krijgt. De gipstechnieken zullen voor een deel overbodig worden. Steeds meer mensen zitten achter de computer voor het designwerk. Dan blijft nog de keuze om het helemaal afgewerkt te krijgen óf om een halffabricaat te ontvangen.”

Voor de rol van designer is een gekwalificeerde tandtechnicus nodig. “Die heeft vakkennis nodig om het werkstuk te ontwerpen; je moet weten wat je moet maken, hoe een kroon eruitziet, hoe een tand eruitziet. Dat werd vroeger gemodelleerd, maar dat is nu van de techniektafel naar de computer verschoven. Ze moeten iets met computers hebben; dat is wel handig. Je hoeft niet te weten hoe je een programma maakt, maar wel wat de knoppen kunnen, maar dat leer je in de loop van het jaar” – Harrie van den Broek (TTL Sips).

TAKEN VERSCHUIVEN DOOR TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN

Veel technologische ontwikkelingen staan in het teken van dienstverlening aan de mens. Ze moeten processen en taken versimpelen, inzichtelijk maken en efficiënt maken. De technologische ontwikkelingen wijzen op een verschuiving van een technisch beroep naar een zorgberoep. Er is sprake van een mix van beroepskrachten.

Voorbeelden

Door technologische ontwikkelingen in de orthopedie is de ene groep meer ‘productgericht’, waarbij de techniek een dominante rol heeft. De andere groep is van mening dat de kracht van de OT-er in de ‘paskamer’ ligt oftewel bij de intake. Het adviseren van en communiceren met cliënten, het ontwerpen van hulpmiddelen, het maken van een plan is dan belangrijk (NVOS-Orthobanda, 2014).

Ivo Balk, DHTA

Er wordt iets gemaakt, het wordt gecorrigeerd door mij en dan gaat het naar productie, dan komt het terug en maak ik het af voor de patiënt. Die stappen daartussen ben ik zo min mogelijk mee bezig. Het werk wordt gecentraliseerd.

Er zijn verschillende ontwikkelingen zichtbaar als het gaat om wat onder het takenpakket valt van een technisch oogheelkundig assistent danwel onder het takenpakket van een optometrist. “Er zijn ziekenhuizen waar zowel toa’s als optometristen naast elkaar werken en allebei hun eigen takenpakket uitvoeren. Het verschil is voornamelijk dat een optometrist meestal meer zelfstandige taken kan doen. Voor een toa verschilt de mate waarin hij zelfstandig taken uitvoert per kliniek of ziekenhuis. Tijdens een diabetes spreekuur bijvoorbeeld zou een toa de oogdruk kunnen bepalen van een patiënt, een oogmeting doen en druppels toedienen. Een optometrist zou naast deze taken ook een fundoscopie uitvoeren en beoordelen of er afwijkingen zijn. Dus dat is een stukje extra wat een optometrist zou kunnen doen”– Jenny van Tol (DHTA).

 TAAKDELEGATIE

Een andere zich steeds verder uitbreidende ontwikkeling is de taakdelegatie van deeltaken. Taakdelegatie wil volgens Stichting Kwaliteit en Ontwikkeling Huisartsenzorg (koh) zeggen het overdragen van de uitvoering van een taak aan een lager opgeleide. Degene die delegeert houdt wel zelf de eindverantwoordelijkheid. Anders dan bij taakherschikking, waar taken verdeeld worden tussen beroepen is er bij delegatie sprake van een verdeling tussen functies. Een tweede onderscheid is dat herschikking altijd structureel is en delegatie niet.

Voorbeelden:

De tandarts delegeert taken aan de tandtechnicus. Het gaat hierbij dan met name om de taakdelegatie aan tandtechnici die speciaal voor deze te delegeren taken een opleiding tot klinisch tandtechnicus hebben gevolgd. Volgens Rob Maters (branchevereniging tandtechniek) bestaat het fenomeen klinisch tandtechnicus al sinds 2000, destijds geïntroduceerd om de reeds bestaande ontwikkeling van taakdelegatie vanwege het tekort aan tandartsen te professionaliseren. Maar mede door het internet weten steeds meer patiënten de tandtechnici te vinden en bewandelen zij de omgekeerde route: ze lopen eerst binnen bij het tandtechnisch lab en vragen de tandtechnicus of deze een tandarts voor hen weet. Naast de meest bekende variant van klinisch prothesetechnicus bestaat er ook de klinisch tandtechnicus kroon- en brugwerk. Het toegenomen belang van communicatie met de patiënt komt gelukkig ook aan bod in de tandtechnische opleiding.

Ook wordt er veel werk uitbesteed aan andere landen zoals het maken van kronen, bruggen, frames, beugeltjes. “Het komt vandaag aan en gemiddeld komt het met negen dagen terug. Heel snel leveren lukt dus niet. Je zit met vervoersdagen. Vijf productiedagen en vier verzend-/transportdagen. Maar als je dat accepteert, dan kan alles. We doen dat al heel veel. Er zitten Nederlandse technici in Thailand waar je goed mee kunt communiceren. Er is een tijdsverschil. ’s Ochtends om zes uur zit ik mijn mail te behandelen en dan hebben zij het voor de middag binnen. Dat is het voordeel van Thailand” – Harrie van den Broek (TTL Sips).

Door de 3d technologie, wordt een deel van het werk uitbesteed binnen de orthopedische techniek. Dimphy Hoitzing van OIM Orthopedie Holding legt uit: “Wij ontwerpen kokers en spalken in huis. Dat doen we dus zelf. Het ontwerp wordt vervolgens naar een extern bedrijf met een 3D-printer gestuurd, waar het wordt geproduceerd. Zo’n bedrijf gebruikt de 3D-printer ook voor andere klanten. 3D-printen is momenteel nog duur, de kostprijs is nog hoog. Maar vaak wordt technologie met de tijd goedkoper en dan wordt het steeds aantrekkelijker. Daarom willen we nu al leren hoe wij oplossingen met 3D-technieken kunnen maken. Dat soort technieken en de materialen die gebruikt worden, inclusief hun voor- en nadelen, moet je als vakspecialist wel kennen. Dan kun je bewust kiezen voor de beste oplossing voor elke individuele patiënt.

In de orthopedische schoentechniek zien ze dat de productie in het buitenland terugloopt vanwege de logistieke uitdagingen en de gewenste kwaliteit. “Er is een trend geweest dat er veel productie uitbesteed werd naar andere landen maar ik merk ook dat sommige bedrijven hiervan terugkomen. De continuïteit van de leveringen, maar ook de kwaliteit die je wilt waarborgen van medische schoenen is soms lastiger te organiseren
– Rianne van Pijkeren (DHTA).

Impact beroepsonderwijs

De afbakening t.o.v. andere zorg- en dienstverleners krijgt daardoor meer aandacht. Bedrijven die het schoenherstellen uitvoeren krijgen wat vaker opdrachten vanuit orthopedisch schoentechnische bedrijven. Dit zorgt voor een veranderde nadruk in reparatiewerkzaamheden. Het vraagt van een schoenhersteller dat hij een allround vakman is. Dit schept kansen voor een schoenhersteller om zich te profileren. Hans Heine (Schoenservice Heine) beaamt dit: “Een schoenmaker moet weten hoe een voet in elkaar zit; hoe de spieren en botten lopen. En hij moet verstand hebben van de voet en draagcomfort. Wat kan je eraan doen om klachten op te lossen? Je bent natuurlijk geen orthopedisch schoenmaker, maar als een schoenhersteller een zool vervangt, dan moet hij wel weten dat het draagcomfort van die schoen hetzelfde blijft. Het is niet alleen de zool opschuren, want het hele draagcomfort kan daardoor veranderen. Hoe zit de voet in de schoen als de schoen gerepareerd is? Die voetafdruk moet wel hetzelfde blijven en daar wordt nogal eens te makkelijk over gedaan.” Dit betekent dat schoenherstellers andere soorten werkzaamheden krijgen. Hans Heine legt uit: Je moet wel een allround vakman zijn; dat is de basis. Dat vergt opbouwvaardigheden, dat zit al in de opleiding. Onze policy is ook; we maken alles wat de klant wil. Wij gaan daar heel ver in en veel is mogelijk. Maar als de schoen de reparatie niet waard is, dan geven we dat ook aan. Je moet ook materialenkennis hebben en de vaardigheden om te bepalen welke materialen het beste bij welke schoen passen.

INHOUDSOPGAVE TRENDS GEZONDHEIDSTECHNISCH VAKMANSCHAP