Grijze golf

1. Demografische ontwikkelingen

Bij demografische factoren gaat het om de kenmerken en invloed van ontwikkelingen van de bevolking, zoals aantal inwoners, leeftijd en inkomen.

BEVOLKING

Nederland telt op dit moment zo’n 17 miljoen inwoners. Dit aantal groeit de komende jaren nog verder, wel wordt verwacht dat het tempo van deze groei zal afnemen ten opzichte van de afgelopen jaren. Naar verwachting zijn er in 2030 17,9 miljoen Nederlanders. Vooral in de Randstad is een sterke bevolkingsgroei te zien. De bevolking van de vier grote steden en middelgrote gemeenten zal de komende decennia naar verwachting sterk blijven groeien, krimp zal bestaan in kleinere gemeenten (CBS1, PBL1). Nederland telt in de toekomst meer ouderen en meer personen met een migratieachtergrond. In het vierde kwartaal van 2017 telde Nederland 12,9 miljoen personen van 15 tot 75 jaar (potentiële beroepsbevolking) (CBS1).

VERGRIJZING EN ONTGROENING

In de bevolkingssamenstelling is sprake van ontgroening en vergrijzing. Enerzijds neemt het aantal jongeren de komende jaren licht af. Anderzijds neemt het aantal ouderen toe en leven we gemiddeld steeds langer. Nederland krijgt zelfs te maken met een ‘dubbele vergrijzing’: binnen de groep 65-plussers neemt vooral het aandeel 80-plussers sterk toe.

MIGRATIE

De komende decennia groeit de bevolking met name vanwege migratie. In 2017 heeft 23% van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond, in 2030 zal dat naar verwachting 27% zijn (CBS2).

DEELNAME MBO

In schooljaar 2017-2018 volgden zo’n 485.000 studenten een mbo-opleiding. Naar verwachting zal het aantal mbo-deelnemers tot en met 2020 ongeveer op hetzelfde peil blijven, maar na 2020 volgt een daling als gevolg van de bevolkingsontwikkeling (OCW1).

Techniek en gebouwde omgeving

Arbeidsmarktkrapte houdt voor veel beroepen in de bouw en techniek structureel aan. Komende jaren wordt dit versterkt door: aanhoudende economische groei, vergrijzing en beperkte instroom in technische- en bouwopleidingen.

 GROTE LEEFTIJDSVERSCHILLEN IN TECHNIEK EN GEBOUWDE OMGEVING

Geen enkele sector ontsnapt aan de vergrijzing, hoewel het tempo ervan verschilt per bedrijfstak. De gemiddelde leeftijd van werkenden is sinds de eeuwwisseling gestegen. De stijging van de gemiddelde leeftijd was het grootst in de financiële sector (+5,8 jaar), gevolgd door de bouw en de industrie (beide +4,5 jaar). Dit is te verklaren door het feit dat in deze sectoren tijdens de crisis veel ontslagen vielen, en momenteel er weinig instroom is van nieuwe mensen. Door die kleinere instroom van nieuwe medewerkers vergrijzen deze sectoren sneller dan gemiddeld (Rabobank). De leeftijdsopbouw van werkende technici is ongeveer gelijk aan het gemiddelde van alle beroepen. De meesten zijn tussen de 25 en 45 jaar. Het aandeel 45-55-jarigen en vooral 55-plussers is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In 2006 bedroeg het aandeel 55-plussers nog 12 procent; in 2016 is dit aandeel toegenomen naar 18 procent. De komende jaren gaat een aanzienlijk aantal technici met pensioen. Deze hoeven wellicht niet allemaal vervangen te worden vanwege voortgaande automatisering en robotisering. Toch kan vervanging vanwege pensionering in sommige beroepsgroepen zorgen voor problemen (CBS3). Beroepsgroepen met een hoog aandeel 55-plussers zijn meubelmakers, metaalbewerkers, productcontroleurs en productieleiders industrie en bouw (UWV1, CBS3, ING1).

Het aandeel 55-plussers in de bouwnijverheid is in tien jaar tijd gestegen van 12% naar 18%. Hoewel het aandeel toeneemt, loopt het gelijk met het gemiddelde van alle bedrijfssectoren bij elkaar (19%). De ontgroening is wel forser: in de bouwnijverheid is slechts 6% van de werkenden jonger dan 25 jaar. Dat is weinig vergeleken met het gemiddelde van alle sectoren bij elkaar (15% is jonger dan 25 jaar) en is ook minder dan het aandeel jongeren in de industrie (9%). In de bouw is de instroom vanuit het beroepsonderwijs tijdens de crisis sterk gedaald. Opleidingsplaatsen verdwenen doordat bouwbedrijven failliet gingen, terwijl bedrijven die wel overeind bleven terughoudender waren met het aanbieden van leer-werkplaatsen (UWV2). Het personeelsbestand in de Metalektro is met een gemiddelde leeftijd van 45,6 ouder dan gemiddeld in Nederland, en zal daarom de komende vijf jaar meer pensioenuitstroom kennen dan gemiddeld. Getalsmatig is de groep uitvoerende technici het grootst en daar zal dan ook de grootste uitstroom plaatsvinden. Ongeveer een derde van de deelnemende bedrijven verwacht daarbij veel vervangingsproblemen. Om deze verwachte vervangingsproblemen tegen te gaan kiezen de deelnemende bedrijven er vaak voor om nieuwe werknemers aan te nemen en zelf op te leiden, alsook om hun huidig personeel breder inzetbaar te maken door taakroulatie (UWV2, ROA, Metalektro).

 DE UITDAGING VAN DUURZAME INZETBAARHEID

De bouw en techniek bevat veel mensenwerk; zonder mensen wordt er niet gebouwd of aangelegd. Op dit moment is het tekort aan mensen het grootste knelpunt in de uitvoering. Door de flexibilisering is het een uitdaging om mensen binnen het bedrijf te houden. De medewerkers moeten dus worden gestimuleerd op hun eigen duurzame inzetbaarheid waarbij de focus ligt op individuele ontwikkeling (Bouwend Nederland1, Bouwend Nederland2, CNV1). Een voordeel van duurzame inzetbaar is niet alleen een hogere arbeidsproductiviteit maar ook minder ziekteverzuim. 

Duurzame inzetbaarheid is mogelijk wanneer er op verschillende gebieden aspecten veranderen zoals cao voorwaarden, opleidingsmogelijkheden en monitoring van de gezondheid en advies daarover voor eigen personeel. De bouw- en infrasector kent een aantal centrale, in de cao verankerde voorzieningen die opleiden en ontwikkelen faciliteren en duurzame inzetbaarheid bevorderen.

Agnes Flinkenflögel, Enexis Groep

De vraag naar technici is zo groot, die gaan we de komende jaren moeizaam ingevuld krijgen, we zijn om die reden daarnaast ook aan het kijken naar herdefinitie van werkprocessen, vergroten van efficiëntie, automatisering etc.

 DEELNAME MBO’ERS TECHNIEK EN GEBOUWDE OMGEVING

In het mbo is het aandeel mbo-studenten in bètatechnische richting sinds 2015 weer licht toegenomen van 29% naar 32%; de grootste stijging is hierbij te zien op niveau 3: in 2013- 2014 was er sprake van 18% en in het schooljaar 2016/’17 is het 29% (SBB1, CBS4). In het schooljaar 2018/’19 staan in totaal 67.543 studenten ingeschreven op een van de dossiers binnen Techniek en Gebouwde omgeving. In totaal behaalden 19.162 studenten in het schooljaar 2017/’18 een diploma binnen de sector Techniek en Gebouwde omgeving (SBB5). De meeste gediplomeerden vallen onder het marktsegment Metaal en Metalektro (6292), gevolgd door de marktsegmenten Technische installaties (3295) en Procesindustrie en lab (2951). Minder mbo’ers kiezen voor een chemische beroepsopleiding. De overall instroomontwikkeling in het chemie-onderwijs is voor niveau 1 tot en met niveau 3 dalend. Chemieonderwijs is Procesoperator. A neemt af, B is constant. Niveau 4 onttrekt zich aan dit patroon, hier is sprake van een forse stijging. Vooral de groep analisten, allround operators en operators nemen de grote instroom voor hun rekening in de afgelopen jaren (Topsector Chemie, SBB5).

 1 OP DE 10 MEISJES HAALT MBO TECHNIEKDIPLOMA

Sinds het schooljaar 2010/’11 halen steeds meer meisjes op het mbo een technisch diploma. Toen deed 6% van de meisjes op het mbo zo’n opleiding en dit groeide naar 11% in 2015/’16. Vervolgens daalde het naar 10% een jaar later. Bij de jongens daalde dit aandeel juist van 46% (schooljaar 2010/’11) naar 41% (2016/’17).

“Ik ben er heilig van overtuigd dat we een drastisch tekort aan technici gaan krijgen en dat is niet alleen een probleem in onze sector, maar dat gaan we zo ook in andere sectoren zien, bijv. bij defensie, IT, zorg en onderwijs. De ontgroening van de samenleving zorgt ervoor dat er onvoldoende aanwas komt om al die sectoren te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel. Dus we gaan collectief in Nederland met een tekort aan arbeidskrachten te maken krijgen. De vraag is als je een collectief tekort aan arbeidskrachten hebt, hoe ga je dan het werk organiseren? Want je hebt dus te weinig mensen of je hebt te veel werk en daar zit een groot gat tussen. Je zal dus innovatie moeten inzetten om meer werk met minder mensen te kunnen uitvoeren”
– Alex Verdel, Stedin.