Adaptiviteit door meer flexibiliteit

7. Flexibilisering

 HELFT VAN DE ARBEIDSKRACHTEN OP BOUWPLAATS IS ZZP’ER

Flexibilisering in de bouw en in de techniek is in de afgelopen jaren toegenomen. In de bouw is dat te zien aan het hoge aantal werkzame zzp’ers en in de techniek aan de hoge inzet van uitzendkrachten. Het Economische Instituut voor de Bouw (EIB) signaleerde al eerder een voortschrijdende flexibilisering van de arbeid in de bouw. Volgens het EIB is het aandeel van zelfstandigen (in verhouding tot het totaal aantal banen) gegroeid van 21% in 2008 naar 30% in 2017. De bouwarbeidsmarkt maakt turbulente tijden mee. Na zes jaar van crisis en een enorm verlies aan arbeidsplaatsen, is binnen enkele jaren de situatie drastisch omgeslagen. De werkloosheid is fors gedaald en het aantal vacatures is explosief toegenomen.

“We voorzien wel dat medewerkers geen contract voor het leven meer aan gaan, dat was vroeger wel zo. We hadden hier een compleet familiebedrijf van hele gezinnen die werkzaam waren, dat is gewoon niet meer zo”
– 
Agnes Flinkenflögel, Enexis Groep.

 VERSCHUIVING VAN INTERNE NAAR EXTERNE FLEXIBILITEIT

De bouwsector heeft vanwege de sterke conjunctuurgevoeligheid en weersinvloeden altijd behoefte aan flexibiliteit in dienstverbanden gekend. En de industrie heeft vanwege de altijd onzekere internationale concurrentie behoefte aan flexibele inzet van personeel. De manier waarop in deze behoefte wordt voorzien is mede dankzij wijzigingen in de Ziektewet en de groei van de particuliere herstel- en verbouwmarkt wel veranderd.

Waar voorheen productieschommelingen veelal opgevangen werden met eigen werknemers, gebeurt dit in toenemende mate door inhuur van zelfstandigen. Het aandeel zelfstandigen in de uitvoerende bouw is na de crisis spectaculair gestegen. Er is vooral een sterke groei te zien onder bouwplaatspersoneel. Was in 2000 nog één op de vijf arbeidskrachten op de bouwplaats zelfstandige, in 2016 steeg dit aandeel naar bijna één op de twee. Ook is er sprake van een toename van het aantal buitenlandse zzp’ers (UWV2). 

“Er is duidelijk een tekort aan monteurs in de ondergrondse infra. Wat ons opvalt is dat er ook heel veel detacheerders mensen aan het opleiden zijn om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te kunnen vullen”
Brenda Witzier, Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer, Bouwend Nederland.

 HUIDIGE FLEXIBILISERINGSBEELD VERSCHILT NAAR BEROEP

In de praktijk is bouwpersoneel niet één homogene groep, maar betreft het verschillende beroepen met verschillende mate van flexibilisering. Met name voegers, stukadoors, steigerbouwers en metselaars laten hoge flexibiliseringsgraden zien (60%-87%). Terwijl deze bij timmermannen en monteurs lager liggen (19%-32%) en ook bij grond-,weg- waterbouw (gww) beroepen ligt dit percentage lager (36%-48%). Infraberoepen kennen gemiddeld lagere flexibiliseringsgraden dan bouwplaatsberoepen. Flexibilisering komt het sterkst voor bij kaderpersoneel (38%) en het minst bij leidinggevenden (5%) (EIB, UWV2).

Impact beroepsonderwijs

Flexibilisering vraagt om een andere benadering van de arbeidsrelatie, arbeidsverhoudingen en sociale zekerheid. Studenten voorbereiden op hun eigen verantwoordelijkheid op ‘het leven lang ontwikkelen’ zorgt ervoor dat zij makkelijker kunnen schakelen in hun carrière pad indien dat nodig is. Door de conjunctuurgevoeligheid van de bouwsector en de toenemende flexibiliteit is het ook nuttig om de studenten ondernemingsvaardigheden mee te geven. Als zzp’er in de bouw kan het helpen om samen te werken met andere zzp’ers uit andere disciplines. Competenties als durf, doorzettingsvermogen, vakkennis en ondernemersgeest zijn cruciaal en daar moeten studenten bewust van zijn. Daarnaast moet kennis up-to-date gehouden worden en het belang van leven lang ontwikkelen uitgelegd worden, omdat innovaties in deze sector in een rap temp elkaar opvolgen. Het dus belangrijk om studenten mee te geven dat zij zich blijven verdiepen in het eigen vakgebied en op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen die er spelen.

SECTORALE TRENDS TGO INHOUDSOPGAVE