Een terugtredende overheid

6. Politiek-juridische ontwikkelingen

Bij politiek-juridische factoren gaat het om kenmerken en invloed van ontwikkelingen op het gebied van overheidsbeslissingen, zoals huidige wetgeving, wijzigingen in de wet, en subsidies.

DE WERELDORDE VERANDERT

De wereld is ondoorzichtiger geworden. Het betreft niet alleen de economische en geopolitieke verschuiving oostwaarts, maar ook onzekerheid over de opstelling van de VS op vele terreinen, het assertieve gedrag van landen als Rusland, Iran en Noord-Korea, evenals de dreiging van een handelsoorlog, de dreiging van het internationale terrorisme, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering. Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen. Na een periode waarin solidariteit tussen lidstaten op de proef is gesteld door gebeurtenissen met grote consequenties (de economische crisis, de migratiecrisis en het Britse besluit tot een vertrek uit de Unie), zoekt de Europese Unie naar een vernieuwende, toekomstbestendige samenwerking (Ministerie van Buitenlandse Zaken).

POLITIEKE VERHOUDINGEN

De verhoudingen tussen lokale, landelijke en Europese politiek veranderen. Gemeenten hebben meer taken vanuit het Rijk gekregen die zij op lokaal niveau moeten uitvoeren en vormgeven. Tegelijk ontstaat meer versnippering in het politieke landschap. Het aantal (lokale) partijen dat zitting heeft in de colleges en gemeenteraden neemt landelijk toe. De diversiteit aan standpunten en belangen betekent dat continuïteit in beleid op middellange termijn niet langer een vanzelfsprekendheid is. (Marc van der Meer, Het MBO naar 2025: twee verhaallijnen, 2015)

Het regeerakkoord zet aan tot investeringen in effectieve inburgering onder regie van gemeenten en bestrijding van laaggeletterdheid en het ontbreken van basisvaardigheden (educatie). Het mbo, met al zijn contacten in uiteenlopende beroepenvelden, kan onder regie van gemeenten effectief bijdragen aan educatie en inburgering van nieuwkomers in onze samenleving (Ministerie van OCW, MBO-Raad).

REGELINGEN VANUIT DE RIJKSOVERHEID: LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Voor volwassenen is permanent leren de nieuwe vorm van zekerheid om grip te krijgen op hun loopbaan en hun eigen ontwikkeling in de snel veranderende arbeidsmarkt. Een leven lang leren is een thema dat de Rijksoverheid stimuleert. Hiervoor zijn verschillende regelingen en plannen ontwikkeld:

  • Pilot flexibilisering en experiment vraagfinanciering: deeltijdstudenten kunnen een opleiding op sommige hogescholen flexibeler samenstellen en zo beter laten aansluiten op de eigen wensen. 
  • Duurzame inzetbaarheid: de overheid stimuleert werkgevers om hun werknemers te helpen bij het leren en werken.
  • Ervaringscertificaat: werknemers en werkzoekenden staan sterker op de arbeidsmarkt met een ervaringscertificaat (EVC).
  • Tot 55 jaar lenen: Iedereen tot 55 jaar oud die geen recht heeft op studiefinanciering kan geld lenen voor het betalen van collegegeld met het Levenlangleren krediet. Het gaat zowel om publieke als private opleidingen.
  • Startersbeursregeling: met de Startersbeursregeling kunnen jongeren hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren met leer- en werkervaring. Met de startersbeurs gaan starters op de arbeidsmarkt gedurende zes maanden aan de slag in het bedrijfsleven.
  • Sectorplannen: werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector of regio hebben gezamenlijk sectorplannen opgesteld om de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • Topsectoren: elke topsector heeft een eigen Human Capital Agenda. Die richt zich op het ontwikkelen van eigen mensen en het aantrekken van talentvolle nieuwe werknemers (SBB6).

Deze ontwikkelingen maken de samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven complexer. Het onderwijs verandert voortdurend als gevolg van beleidsimpulsen en maatschappelijke ontwikkelingen en ook in het bedrijfsleven voltrekken zich stevige veranderingen als gevolg van marktontwikkelingen en innovatie. Het mbo-stelsel heeft de taak al deze ontwikkelingen met elkaar te blijven verbinden zodat een optimale aansluiting kan blijven bestaan tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt (SBB6).

Techniek en gebouwde omgeving

Het grensgebied tussen privaat en publiek groeit. Uitbesteding wordt een belangrijk thema, de verschuiving van taken van het publieke naar het private domein.

TERUGTREDENDE OVERHEID

De overheid treedt steeds verder terug en draagt steeds meer uitvoerende taken over aan de markt. Deze ontwikkeling is essentieel voor de relatie tussen opdrachtgevers en -nemers in expertise en uitvoeringsprocessen. Dit is geen nieuwe ontwikkeling. Al eerder trad de overheid terug uit de telecommunicatie, het openbaar vervoer en de woningbouw. Recenter nam de overheid afstand in de zorg en het onderwijs. Het grensgebied tussen privaat en publiek groeit. Uitbesteding wordt een belangrijk thema, net als de verschuiving van taken van het publieke naar het private domein. 

VAN LOKAAL NAAR GLOBAAL

De bouwsector is al lang geen nationaal gebonden bedrijfstak meer. Steeds meer vastgoedontwikkelaars, bouw- en installatiebedrijven en toeleveranciers werken grensoverschrijdend. Ook is de sector steeds meer een kennis gedreven dienstverlener in plaats van alleen een capaciteitsindustrie. En kennis beweegt zich gemakkelijk over landsgrenzen heen. De financiering van projecten is soms al ten dele of volledig geglobaliseerd. Verder beïnvloedt de Europese Unie de bouw- en vastgoedsector door regelgeving voor corporaties en voor bijvoorbeeld luchtkwaliteit, bodem en water.

De Nederlandse maakindustrie telt mee op internationaal vlak. Als het gaat om concurrentiekracht, innovatie en wetenschappelijk onderzoek behoort de industrie internationaal gezien tot de top. De innovatiekracht van de Nederlandse maakindustrie leidt tot nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen zoals duurzame energie, schoon drinkwater en voedselveiligheid. Steeds meer productie komt terug naar Nederland. Voornaamste reden: de kwaliteit van in het buitenland geproduceerde componenten en onderdelen laat vaak te wensen over. Ook stijgen de loonkosten in een land als China inmiddels zódanig dat het concurrentievoordeel steeds kleiner wordt. Maar wellicht de belangrijke reden dat reshoring steeds populairder wordt: de voortschrijdende technologie. Investeringen in robots en automatisering zorgen ervoor dat bedrijven ook in Nederland weer concurrerend kunnen produceren. Het resultaat: energiebesparingen tot maar liefst 80 procent, een sneller productieproces, minder benodigde ‘handen’ én minder materiaalverbruik (Rabobank).

DUURZAAMHEID

Duurzaamheid heeft niet alleen technologische, maar ook een politiek en juridisch component. De overheid heeft op het gebied van duurzaamheid genoeg ambities. Zo moet er een vermindering van het energieverbruik in de bestaande gebouwen gerealiseerd worden. Voor de woningbouw vindt een aanscherping van de EPC-norm plaats zodat nieuwbouw 50 procent energie-efficiënter is, met als uiteindelijk doel volledig energie neutrale nieuwbouw in 2020. Voor de utiliteitsbouw geldt een vergelijkbare aanscherping (IDBB). Daarnaast hoopt Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) met een aantal maatregelen de vraag naar aardgas te verminderen. Zo gaat hij grootverbruikers, zoals industriële afnemers en elektriciteitscentrales, vragen over te stappen op alternatieve energiebronnen.

De overheid werkt samen met partijen om duurzaamheid te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan het digitaliseringsprogramma. De energie neutrale ambitie is alleen haalbaar met een probleemloze, digitale informatie-uitwisseling. Met het digitaliseringsprogramma kunnen de partijen de innovatiekracht van de bouwsector versterken. Ook helpt snelle digitalisering om de energietransitie betaalbaar te maken. Dit programma draagt dus ook bij aan de ambities van het Klimaatakkoord.

PLAN VAN AANPAK CIRCULAIRE ECONOMIE IN HET MBO

In januari en februari 2019 ondertekent SBB een intentieverklaring en een convenant die bijdragen aan goed mbo-onderwijs dat inspeelt op de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Daarnaast beschreef SBB voor de minister van OCW hoe onderwijs en bedrijfsleven meer aspecten van de circulaire economie in het mbo kunnen laten terugkomen. In de intentieverklaring arbeidsmarkt en scholing maken onder andere overheden, bedrijfsleven, onderwijs (mbo, hbo, wo) en woningcoöperaties afspraken over een wijkgerichte aanpak voor de verduurzaming van gebouwen en infrastructuur. De aanpak zorgt ervoor dat de verduurzaming op een geregisseerde, gefaseerde en daardoor haalbare manier wordt uitgevoerd. Dit biedt kansen voor het ontwikkelen van technologische en sociale innovatie, waarbij scholing van werkenden en nieuwe arbeidskrachten cruciaal is (SBB7).

VERANDERENDE ROLLEN

De overheid wil verder de positie van opdrachtgevers vanaf 2018 op een aantal punten versterken:

Bouwers worden aansprakelijk voor alle gebreken die aan hen zijn te wijten. Nu zijn aannemers en bouwbedrijven alleen aansprakelijk voor de verborgen gebreken van een woning of bedrijfsgebouw. Aannemers moeten opdrachtgevers informeren of en hoe zij zijn verzekerd. Bijvoorbeeld bij een faillissement of tegen gebreken bij de bouw. Een aannemer is niet verplicht verzekerd. De opdrachtgever kan kiezen of hij een goed verzekerde aannemer in de arm neemt of niet.

Ook wil de overheid dat bouwbedrijven meer verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van bijvoorbeeld woningen, kantoren en bruggen. Erkende bedrijven controleren daarom vanaf 2018 de kwaliteit van gebouwen. Tot nog toe was dat een taak van de gemeente.

VERANTWOORDELIJKHEID GEMEENTEN

De gemeente blijft wel verantwoordelijk voor het afgeven van een bouwvergunning en beoordeelt:

  • of een erkend bedrijf de bouwkwaliteit controleert;
  • de welstandseisen: voor bijvoorbeeld de vorm en kleur van een ontwerp;
  • het bestemmingsplan: past het gebouw in de bestemming van een gebied?
  • de veiligheid: zijn er risico’s voor omwonenden?