Niet meer, maar andere medewerkers

4. Skills upgrading & samensmelting disciplines

Het werk in de techniek en bouw wordt steeds meer allround, wat vraagt om flexibele en breed inzetbare medewerkers. Net als in andere vakgebieden hebben automatisering, digitalisering en robotisering groeiende invloed op de inhoud van werk. Het arbeidsmarktperspectief op mbo-niveau in de bouw en technische sector blijft goed. Wel zie je een verschuiving van personeel in de technische sector waar een hoger werk- en denkniveau wordt gevraagd (minimaal mbo-niveau drie en vier). Ook neemt het belang van soft skills als samenwerken, flexibiliteit en zelfstandigheid toe.

We horen momenteel allerlei nieuws over die zelfrijdende auto, maar het zelf vliegende vliegtuig kennen we allang (automatische piloot) en zijn we al vergeten. We gaan toe naar een industrie die ook zelfrijdend, vliegend en besturend is en over dertig jaar ziet dat er zo uit; de fabriek bestuurt zichzelf en als AI op een grotere schaal geadopteerd is dan leert die fabriek zichzelf ook bij. De mensen die dan nodig zijn moeten net als een piloot voldoende kennis hebben om het overzicht te houden, zodat zij het moment dat er iets mis gaat beschikken over de vaardigheid om snel te kunnen schakelen.

Onno de Vreede, VNCI

Automatisering leidt tot een andere manier van het vak uitoefenen dan we gewend zijn. Als alles uit zichzelf gaat in een fabriek ontstaat er meer tijd om naar de data in de fabriek te gaan kijken om de processen verder te verbeteren. Ondertussen moet je wel alert blijven. Als er iets gebeurt in de fabriek moet je snel kunnen schakelen, net als een piloot in een automatisch vliegtuig.

“Door het verleggen van werkzaamheden en verantwoordelijkheden van de netbeheerder naar de aannemer, zie je dat daar een verschuiving komt van de werkzaamheden, wat andere taken en verantwoordelijkheden met zich mee neemt. En dus ook van het opleidingsniveau waardoor de aannemer steeds meer mensen op MBO niveau vier nodig heeft”
Brenda Witzier, Vakgroep Ondergrondse Netwerken en Grondwaterbeheer, Bouwend Nederland.

WENDBARE CREATIEVE STUDENTEN

De samensmelting van slimme software, big data, machines en robotica betekent voor een medewerker dat werk op een aantal manieren gevarieerder en veeleisender wordt: technologische ontwikkelingen leiden volgens werkgevers in een rap tempo tot ‘customized’ producten en diensten en tot meer en snellere productinnovaties. Dat doet een sterk toenemend beroep op de student om zijn/haar werk elke dag net iets anders in te richten en op het vermogen om snel te wisselen tussen verschillende taken, andere benodigde kennis, wisselende werkinstructies en het creatief vermogen.

“Bij een complexere omgeving past in de industrie van grotere bedrijven een niveau van tenminste vier of vier plus. De vraag en roep om niveau vijf en of zes werknemers is inmiddels hoorbaar”
– Hans Wentink, STC Group.

ANALYTISCH VERMOGEN

Routinematige werkzaamheden neemt steeds verder af waardoor men steeds vaker geconfronteerd wordt met complexe situaties, nieuwe uitdagingen, veel informatie en tegenstrijdige belangen. Om met die situaties om te gaan hebben studenten analytisch vermogen nodig: het gestructureerd oplossen van problemen en daarbij hoofd- en bijzaken onderscheiden. Daarnaast is het noodzakelijk dat technische studenten ook omgaan met veel én complexe data die machines of apparaten leveren. Ze dienen deze data te kunnen interpreteren en om te zetten naar handelingsinformatie waarbij zij verbanden in datastromen ontdekken en herkennen.

“Machines en installaties worden steeds complexer, dus heb je ook mensen nodig die de complexiteit kunnen overzien. Dit zit niet zo zeer in een hoger opleidingsniveau maar het zit in een hoger abstractieniveau en analytisch vermogen”
Nico van Leeuwen, ROVC.

LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Verder wordt er in toenemend beroep gedaan op de professionele ontwikkeling van studenten/ werknemers door de continue veranderingen in technologie en machines. De veranderingen in technologie gaan veel sneller plaatsvinden dan men op dit moment gewend is. Huidige werknemers moeten steeds bijleren om te kunnen werken met nieuwe technologie en machines. Bovendien moeten zij in toenemende mate in staat zijn om te anticiperen op onvoorspelbare en ongestructureerde situaties.

De industriële revolutie gaat steeds sneller, nog een halve eeuw geleden haalde een werknemer zijn pensioen nog met de kennis die hij/zij leerde op school. Met de komst van de vierde industriële revolutie is dat niet meer mogelijk. Dus in principe kun je er van uit gaan dat iedere baan die je nu hebt of waar nu opgeleid voor wordt over 20 jaar of niet meer bestaat of drastisch veranderd is. Dat betekent dat medewerkers in de toekomst gemiddeld een halve dag per werkweek gewoon moet bijleren, dat is 10% van de werktijd
– Prof. Dr. Ir. Egbert-Jan Sol, TNO.

SAMENSMELTING DISCIPLINES

In de bouw wordt het daadwerkelijk werken op de bouwplaats in de toekomst steeds eenvoudiger. Door industrialisatie kan er meer gedaan worden met minder mensen. Door het modulair bouwen zijn de meeste installatiesystemen en elementen Plug en Play waardoor er meer mensen uit verschillende disciplines nodig zijn.

Studenten moeten in staat zijn om met collega’s uit verschillende disciplines en een andere opleidingsachtergrond te communiceren, dit betekent het aanleren van soft skills of 21-eeuwse vaardigheden.

Binnen de wereld van de procesoperator / operationeel technicus wordt de wereld in tegendeel tot de bouw complexer en vergt goede samenwerking tussen werknemers.

“Ook iets als soft skills wordt belangrijker, dus je bent  vakman en je bent goed in hetgeen je doet maar je moet ook steeds beter bewust zijn van je omgeving en kunnen samenwerken met andere disciplines, het T-shaped model. Je moest dertig jaar geleden ook al samenwerken, maar momenteel is de complexiteit van de fabrieken veel groter dan 30 jaar geleden waardoor samenwerken een hele belangrijke skill is geworden”
Onno de Vreede, VNCI.

“Mijn inschatting is dat veel van dit soort beroepen een mono discipline zijn, bijvoorbeeld een loodgieter kon in het verleden lood gieten en we weten nu allang dat hij allerlei leidingen kan aansluiten, maar straks doet hij niet alleen de verwarming en de leidingen aansluiten, hij sluit ook die warmtepomp aan. Als je daar een elektricien, een timmerman en een loodgieter voor laat komen dat werkt niet. Je krijgt straks opleiding waar mensen wat breder zijn opgeleid en mutli-inzetbaar zijn”
Prof. Dr. Ir. Egbert-Jan Sol, TNO.

Impact beroepsonderwijs

MULTIDISCIPLINAIR SAMENWERKEN

Zoals al eerder benoemd moeten studenten leren om in wisselende teams van collega’s, klanten en leveranciers samen te werken. Dat komt doordat er een steeds verdere integratie van processen in de keten gaat plaatsvinden door geavanceerde software en machines. Bedrijven zijn daardoor steeds meer en sterker met elkaar verbonden. Ook vindt werk volgens geïnterviewde experts steeds meer in kort-cyclische projecten plaats. Dit vergt skills om in multidisciplinaire projectteams te werken. Die projectteams zijn steeds vaker afdelings- of zelfs bedrijfsoverstijgend: mensen werken bijvoorbeeld in wereldwijde of virtuele teams van leveranciers en klanten met elkaar samen om maatwerk producten te maken.

TOENEMEND BELANG EXPERTKENNIS

Voor wat betreft kennisaspecten viel op dat de experts vrij duidelijk zijn over het toenemende belang van expertkennis; een ‘brede’ opleiding is niet genoeg. Dit betekent dat studenten expert moeten zijn binnen de eigen discipline door op de hoogte te zijn van de nieuwste ontwikkelingen door de grenzen van het eigen vakgebied op te zoeken en te verbreden. Bijvoorbeeld meer kennis van vraagstukken over data-integriteit en security, continue en integrale procesoptimalisatie over de gehele keten en uitdagingen op het gebied van user interfaces en op afstand bedienbare technologie. Een voorbeeld van grenzen opzoeken is de dunne lijn tussen een bedrijfskundige en een technicus in de toekomst. Een technicus moet in toenemende mate een vergaand inzicht hebben in de processen, de supply-chain en businessmodellen. Hij of zij is in staat om continu het werk of project in relatie tot de organisatie of zelfs de gehele keten te kunnen plaatsen en moet actief bezig zijn met de interne en externe ontwikkelingen. De ideale technicus is bovendien een soort marketeer: iemand die snel verbindingen kan leggen tussen mensen, zichzelf weet te verkopen en een scherp oog heeft voor nieuwe mogelijkheden.

DE DOCENT ALS STARTPUNT

Volgens experts ligt een deel van de verantwoordelijkheid om wendbaar onderwijs te creëren ook bij docenten. Ook al zijn docenten zich steeds meer bewust van innovatie en nieuwe technieken, het kan volgens de geïnterviewde experts veel beter. Het onderwijs moet tijdig kunnen anticiperen op ontwikkelingen door flexibel te zijn. Dit betekent dat ze in ieder geval kennis moeten hebben van alle nieuwste ontwikkelingen in het vakgebied. Diverse publiek-private samenwerkingen zijn hiervoor gestart, waarbij er ‘gastdocenten’ vanuit het bedrijfsleven komen mee draaien in een docententeam om ze de nieuwe trends en ontwikkelingen bij te brengen. Ook zou volgens experts naast de eigen verantwoording van de docent om bij te blijven, ook veel meer geput moeten worden uit afstudeeropdrachten van studenten.

“Het gaat er natuurlijk om dat zo’n docent mee blijft doen, want eigenlijk is hij of zij de echte ‘change agent’. Dus als de docent bij is, dan is de student dat ook. De kunst voor de toekomst is om een soort onderwijs 2.0 de lucht in te tillen waarbij de ervaringen van de stages actiever worden betrokken in het lesmateriaal”
Jan Cromwijk, ISSO, kennisinstituut voor de installatietechniek.

SECTORALE TRENDS TGO INHOUDSOPGAVE