Vergrijzing, personeelstekort en veel technologische ontwikkelingen

1. DESTEP Algemeen

Demografische ontwikkelingen

BEVOLKING

Nederland telt zo’n 17,3 miljoen inwoners. Dit aantal groeit de komende jaren nog verder. Wel wordt verwacht dat het tempo van de groei zal afnemen ten opzichte van de afgelopen jaren. Naar verwachting zijn er in 2030 17,9 miljoen Nederlanders. Vooral in de Randstad is een sterke bevolkingsgroei. De bevolking van de vier grote steden en middelgrote gemeenten zal de komende decennia naar verwachting sterk blijven groeien. Krimp zal bestaan in kleinere gemeenten (CBS1, PBL1). Nederland telt in de toekomst meer ouderen en meer personen met een migratieachtergrond. In het tweede kwartaal van 2019 telde Nederland 13,0 miljoen personen van 15 tot 75 jaar (potentiële beroepsbevolking) (CBS2).

VERGRIJZING EN ONTGROENING

Ontgroening is het afnemen van het aandeel jongeren in de bevolking als gevolg van een afname van het geboortecijfer. In de bevolkingssamenstelling is sprake van ontgroening en vergrijzing. Enerzijds neemt het aantal jongeren de komende jaren licht af. Anderzijds neemt het aantal ouderen toe en leven we gemiddeld steeds langer. Nederland krijgt zelfs te maken met een ‘dubbele vergrijzing’: binnen de groep 65-plussers neemt vooral het aandeel 80-plussers sterk toe.

MIGRATIE

De komende decennia groeit de bevolking met name vanwege migratie. In 2019 had 23,6 procent van de bevolking een westerse of niet-westerse migratieachtergrond.

In 2030 zal dat naar verwachting 27 procent zijn (CBS1).
In 2050 is dat naar verwachting 29 procent. Vier grote groepen niet-westerse immigranten zijn oorspronkelijk van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst. Zij nemen de komende jaren een relatief bescheiden plaats in door de groei van nieuwe groepen niet-westerse immigranten. Daarnaast zal migratie binnen Europa grote groepen nieuwe Nederlanders van westerse afkomst brengen (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

VERDUNNING

Het aantal gezinnen en jonge huishoudens zullen vrijwel overal afnemen. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe. Mensen gaan later samenwonen of helemaal niet meer. Vrouwen krijgen op latere leeftijd kinderen en krijgen er ook minder dan in het verleden. Meer mensen gaan scheiden en gaan weer alleen wonen (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

DEELNAME MBO

In schooljaar 2018-2019 volgen ruim 496.000 studenten een mbo-opleiding binnen het bekostigd onderwijs. Naar verwachting zal het aantal mbo-deelnemers tot en met 2020 ongeveer op hetzelfde peil blijven. Na 2020 volgt een daling mede als gevolg van de bevolkingsontwikkeling (OCW). In het particulier onderwijs volgen ruim 32.700 mbo-studenten een mbo-opleiding in schooljaar 2017-2018. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs zal in 2025 ruim zes procent kleiner zijn dan in 2018 (DUO1).

Economische ontwikkelingen

ECONOMISCHE GROEI

De koopkracht ontwikkelt zich in 2020 positief door de stijging van de reële lonen en in iets mindere mate beleidsmaatregelen. De verwachte groei van de Nederlandse economie is voor 2020 afgezwakt naar 1,4 procent. Het internationale beeld kent grote onzekerheden die veelal neerwaarts van aard zijn. Denk aan ontwikkelingen in de Europese Unie zoals de Brexit, aanhoudende terroristische dreiging, het monetaire beleid, de groei in China en andere opkomende landen en onzekerheden over een mogelijke handelsoorlog (CPB1).

ONTWIKKELING WERKGELEGENHEID

De werkloosheid bereikt zijn laagste punt in 2019, maar blijft volgend jaar nog steeds uitzonderlijk laag. Bovendien zal het voor werkgevers lastiger worden om geschikt personeel te vinden. Het totale aantal banen groeit tussen 2017 en 2019 naar verwachting in vrijwel alle sectoren. De grootste absolute groei vindt plaats in de sectoren ‘uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling’, zorg en welzijn, bouwnijverheid, horeca en informatie en communicatie. In drie sectoren wordt een afname van het aantal banen verwacht. Het duidelijkst is dat in de financiële dienstverlening en de landbouw, bosbouw en visserij. Bij de laatstgenoemde daling moet opgemerkt worden dat in de landbouw relatief veel uitzendkrachten werken (UWV1). 

VACATURES EN VACATUREGRAAD

In 2018 en in 2019 ontstonden jaarlijks ruim één miljoen vacatures. Vacatures ontstonden door uitbreiding en vervanging van personeel. De arbeidsmarkt is krap. Dat betekent dat er veel vacatures zijn en weinig (passende) werkzoekenden. Vooral in de detailhandel en de zorg en welzijn ontstonden in 2018 en 2019 veel vacatures. Dat geldt ook voor de horeca en de specialistische zakelijke diensten (UWV1).

WERKLOOSHEID & WW

In het tweede kwartaal van 2019 waren 305 duizend mensen werkloos, 3,3 procent van de beroepsbevolking (seizoengecorrigeerd). Ten opzichte van het vorige kwartaal is het aantal werklozen met 11 duizend afgenomen. Wel is de dalende trend van de werkloosheid in de loop van het tweede kwartaal omgeslagen in een lichte stijging. De langdurige werkloosheid daalt ook (CBS3).

De jeugdwerkloosheid kwam in het derde kwartaal van 2019 uit op 7,0 procent (CBS4). In 2017 verstrekte UWV ruim 61.500 nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren tot 27 jaar. Dat was een daling van 18.500 (-23 procent) ten opzichte van het jaar ervoor. In de sectoren detailhandel, gezondheidszorg, welzijn & cultuur en bouwnijverheid is de afname het grootst (SBB & UWV).

Sociaal-culturele ontwikkelingen

STIJGEND OPLEIDINGSNIVEAU

Het gemiddelde opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking stijgt al jaren. In 1990 was nog 45 procent van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 25-64 jaar laagopgeleid (basisniveau of maximaal lbo/vbo/mavo/mbo-1), in 2016 is dit afgenomen tot 23 procent. Een steeds kleiner deel van de bevolking heeft geen startkwalificatie.

EEN LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals flexibilisering en automatisering, zorgen ervoor dat de benodigde vaardigheden voor een baan steeds minder hetzelfde blijven in de tijd. Werknemers moeten daarom blijvend flexibel zijn in carrièreverwachtingen en snel inspelen op veranderingen. Het is belangrijk dat zij hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen. Een leven lang leren wordt steeds belangrijker. Dat betekent dat de strikte scheiding tussen een fase waarin mensen worden opgeleid en een werkende levensfase waarin ze hun kennis toepassen, verdwijnt. Gevolg is dat er meer nadruk komt op leren buiten de formele structuren (onderwijs), namelijk informeel (al doende leren) en non-formeel (cursussen, trainingen). Door de digitalisering is de manier waarop men kan leren veranderd en is aanbod gemakkelijker toegankelijk geworden, onafhankelijk van tijd en plaats. Zo zijn er YouTube-filmpjes ter ondersteuning bij het leren voor een examen of openbaar beschikbare colleges van diverse universiteiten (MOOC: Massive Open Online Course). 

Een recent voorbeeld is de Universiteit van Nederland waar verschillende colleges van hoogleraren voor iedereen toegankelijk zijn. Een ander internationaal voorbeeld is de Kahn Academy, een non-profitorganisatie die een innovatief leerplatform vrij ter beschikking stelt op internet (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

21ST CENTURY SKILLS

Het onderwijsbeleid staat de laatste tien jaar sterk in het teken van prestaties en rendementen. De nadruk op het verbeteren van met name de opbrengsten in taal en rekenen roept discussie op of andere vaardigheden daardoor niet te veel in het gedrang komen (SCP). Een manier om jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst is door in het onderwijs te focussen op de 21st century skills. Doordat de vraag van de arbeidsmarkt verandert door bijvoorbeeld digitalisering, is het belangrijk om jongeren de juiste vaardigheden aan te leren om hen hierop voor te bereiden. Bij 21st century skills gaat het om competenties zoals samenwerken, creativiteit, ict-vaardigheden, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. Om leerlingen goed voor te bereiden op de 21e eeuwse samenleving, is het belangrijk dat deze vaardigheden een plek krijgen in het onderwijs. Diverse scholen vinden dit ingewikkeld. Uit onderzoek blijkt dat lessen op school over computers en het gebruik van digitale media niet of nauwelijks bijdragen aan de digitale geletterdheid van leerlingen (Kennisnet).

Technologische ontwikkelingen

• DE VIERDE INDUSTRIËLE REVOLUTIE

De wereld om ons heen wordt steeds slimmer door de razendsnelle technologische ontwikkelingen. Dit brengt veranderingen en een hoge mate van onzekerheid met zich mee. De mate van verandering, de schaal waarop alles plaatsvindt en de impact op de maatschappij: de ’vierde industriële revolutie’ (Management Impact, Volberda). Waar het in de derde industriële revolutie ging om de komst van computers en digitalisering, gaat het nu om een combinatie van ontwikkelingen uit verschillende industrieën (Rifkin).

• HET INTERNET OF THINGS LEVERT ENORM VEEL DATA

Het Internet of Things (IoT) bestaat uit apparaten met sensoren en software, die in verbinding staan met het internet en met elkaar. Mobiel internet, sociale netwerken en het ‘Internet of Things’ leiden tot hyperconnectiviteit. Alles en iedereen staat met elkaar in contact en informatie is altijd, overal en onmiddellijk beschikbaar. Tegelijkertijd leidt dit tot een extreem grote hoeveelheid data. Slim analyseren en combineren van al die data leiden tot nieuwe inzichten en betere informatie, op grond waarvan nieuwe producten, diensten en business modellen worden ontwikkeld. Er is een grote behoefte aan methoden om Big data te ontsluiten, doorzoeken en beheren. Denk bijvoorbeeld aan standaarden, filters, analyse-, opslag- en zoektechnieken en aan de beveiliging van alle gegevens. Experts verwachten dat er in 2020 meer dan twintig tot dertig miljard toestellen in het Internet of Things zullen zijn opgenomen. Dat is een verdrievoudiging ten opzichte van 2013. Omdat alle mogelijke apparaten sensoren krijgen en de gemeten data worden verzameld en doorgegeven, ontstaat er een enorme hoeveelheid data waarmee nieuwe producten en diensten kunnen worden ontwikkeld (TNO1).

“Niet alleen mensen zijn online, ook bijvoorbeeld machines, auto’s, de thermostaat en de koelkast.”
– XIA, YANG, WANG & VINEL; WEBER & WEBER

IoT kent een groot aantal toepassingsdomeinen, zoals in de gezondheidszorg (eHealth, wearables, quantified self), in de industriële productie (Smart Industry), mobiliteit en logistiek (Smart Mobility, Connected Cars, Intelligent Transport Systems) en domotica (‘huis-automatisering’) (TNO1). Bewoners kunnen op afstand inloggen op hun beveiligingssysteem, de temperatuur regelen en alvast de wasmachine aanzetten. De verwachting is dat IoT in de (nabije) toekomst productieprocessen zal verbeteren en dat het oplossingen kan bieden voor problemen rondom energie en milieu, criminaliteit, gezondheidszorg en onderwijs (Kopetz). Door IoT ontstaan er ‘slimme steden’ waarbij alles in de stad via het internet in verbinding staat met elkaar. In deze steden staan natuurlijk ook ‘slimme huizen’ (Ghaffarianhoseini e.a).

Internettechnologie in combinatie met big data vormt de drijvende kracht achter de ontwikkeling van zogenaamde digitale platformen. Een digitaal platform verschaft partijen een technologische basis voor het distribueren en samenvoegen van diensten en/of content van de aanbieders van die diensten en/of content naar eindgebruikers (TNO1).

• TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN TEN DIENSTE VAN DE MENS

Met de ontwikkeling IoT hangen andere ontwikkelingen samen, zoals kunstmatige intelligentie (KI). De komende jaren verkrijgen veel applicaties een vorm van KI. Bij kunstmatige intelligentie gaat het om machines die intelligent gedrag of acties vertonen. Hier vallen machines onder die op een zeker niveau kunnen redeneren en beslissen, die natuurlijke taal begrijpen en kunnen gebruiken, die zelfstandig nieuwe dingen kunnen leren (TNO1).

Dergelijke intelligente softwaresystemen zijn steeds meer terug te zien op de werkplek, bijvoorbeeld in de vorm van een virtual customer assistant. Het is belangrijk om deze innovatie te zien als een manier om de menselijke activiteit te vergroten, niet om deze te vervangen. Bijvoorbeeld apparaten die semi-automatisch of automatisch taken uitvoeren zonder supervisie, zoals in de landbouw, schoonmaak of gezondheidszorg (Gartner).

Veel technologische ontwikkelingen staan in het teken van dienstverlening aan de mens. Ze moeten processen en taken versimpelen, inzichtelijk maken en efficiënt maken. Ontwikkelingen op dit gebied zijn bijvoorbeeld blockchain technologie, robotica, het gebruik van big data, mixed reality en vergaande digitalisering waarbij gegevensverwerking plaats vindt via de Cloud en Edge.

• EFFECT OP ARBEIDSMARKT EN ONDERWIJS

Naast de introductie van nieuwe technologie zoals clouddiensten, big data, 3D-printen en robotica, is er ook sprake van het volledig overnemen van productieprocessen door machines en de digitalisering van complete bedrijfsprocessen en dienstverlening (PWC1). Technologie maakt werk makkelijker en maakt sommige functies overbodig. Maar er ontstaan ook nieuwe beroepen. Technologische ontwikkelingen vragen dan ook een andere denkwijze van werkgevers, werknemers en de overheid. De benodigde skills veranderen heel snel en een leven lang ontwikkelen wordt daarom steeds belangrijker.

Onzeker is wat het effect van deze steeds verdergaande technologische ontwikkelingen zal zijn op de arbeidsmarkt. De inzet van nieuwe technologieën heeft altijd geleid tot een andere vraag richting onderwijsinstellingen (Rathenau Instituut). Voor de beroepen geldt dat ze dynamisch zijn: ze veranderen snel, verdwijnen of vragen om andere competenties. Banen met routinematige taken, waar de nadruk ligt op feitelijke en procedurele kennis, maken plaats voor banen waarin meer eigen initiatief, creativiteit en sociale interactie nodig is en de nadruk sterker ligt op conceptuele kennis (ECBO1). Om nieuwe technologische mogelijkheden te vertalen naar nieuwe machines en producten, is creativiteit hard nodig in combinatie met talent en samenwerking met andere disciplines (Financieel Dagblad).

Ecologische ontwikkelingen (leefomgeving)

• GRONDSTOFBEHOEFTE STIJGT

Met de groei van de wereldbevolking en de mondiale welvaart neemt ook de vraag naar natuurlijke grondstoffen zoals water, energie, mineralen, metalen en voedsel toe. Er is echter een beperkte hoeveelheid grondstoffen beschikbaar. De economische impact wordt vergroot door de onderlinge afhankelijkheid tussen klimaatverandering en grondstoffen schaarste, met grote invloed op voedsel- en waterproblematiek (PWC2).

• STIMULANS GEBRUIK ALTERNATIEVE TECHNOLOGIËEN EN ENERGIE

Internationale afspraken stimuleren het gebruik van alternatieve energie en beogen een reductie van het gebruik van fossiele brandstoffen en de emissie van schadelijke stoffen. Milieuwetgeving en consumentenvoorkeur leiden tot hogere eisen aan productie en voedselkwaliteit. Maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt steeds belangrijker. Voor Nederland liggen er kansen op het gebied van innovatie en export van kennis over water, duurzame chemie, logistiek en energie- en voedselproductie (PBL2).
Veel groene technologieën staan op het punt om concurrerende alternatieven te vormen voor fossiele brandstoffen, zowel in de energieopwekking (hernieuwbare energie) als in de chemie (biobased economy) (PWC2).

• DEELECONOMIE EN CIRCULAIRE ECONOMIE IN OPMARS

Door digitalisering ontstaat een beweging naar de zogenoemde deeleconomie, waarin het belang van het bezit van producten afneemt en consumenten in toenemende mate producten delen. Een fenomeen dat ook wel ‘collaborative consumption’ wordt genoemd. Via verschillende internetplatforms is het mogelijk producten te ruilen met onbekenden, met mensen uit een andere stad of uit een ander land (Koninklijke bibliotheken). Verder ontstaan er door verbeterde recycling nieuwe mogelijkheden om grondstoffen terug te winnen en opnieuw in te zetten (circulaire economie) (PWC2).

De circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Een van de belangrijkste succesfactoren is (cross-sectorale) ketensamenwerking gericht op het creëren van meervoudige waarde. Hierbij vermeerdert niet alleen de economische waarde van alle bedrijven in de keten, maar ook de ecologische en sociale waarde (MVO Nederland).

Politiek-juridische ontwikkelingen

• DE WERELDORDE VERANDERT

De wereld is ondoorzichtiger geworden. Het betreft niet alleen de economische en geopolitieke verschuiving oostwaarts, maar ook onzekerheid over de opstelling van de VS op vele terreinen, het assertieve gedrag van landen als Rusland, Iran en Noord-Korea, evenals de dreiging van bijvoorbeeld een handelsoorlog, de dreiging van het internationale terrorisme, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering. Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen. Na een periode waarin solidariteit tussen lidstaten op de proef is gesteld door gebeurtenissen met grote consequenties (de economische crisis, de migratiecrisis en het Britse besluit tot een vertrek uit de Unie), zoekt de Europese Unie naar een vernieuwende, toekomstbestendige samenwerking (Ministerie van Buitenlandse Zaken).

• POLITIEKE VERHOUDINGEN

De verhoudingen tussen lokale, landelijke en Europese politiek veranderen. Gemeenten hebben meer taken vanuit het Rijk gekregen die zij op lokaal niveau moeten uitvoeren en vormgeven. Tegelijk ontstaat meer versnippering in het politieke landschap. Het aantal (lokale) partijen dat zitting heeft in de colleges en gemeenteraad neemt landelijk toe. De diversiteit aan standpunten en belangen betekent dat continuïteit in beleid op middellange termijn niet langer een vanzelfsprekendheid is (Marc van der Meer1).

Het regeerakkoord zet aan tot investeringen in effectieve inburgering onder regie van gemeenten en bestrijding van laaggeletterdheid en het ontbreken van basisvaardigheden (educatie). Het mbo, met al zijn contacten in uiteenlopende beroepenvelden, kan onder regie van gemeenten effectief bijdragen aan educatie en inburgering van nieuwkomers in onze samenleving (Ministerie van OCW en MBO Raad).

• DE MACHT RICHTING BURGER

Door moderne communicatietechnieken organiseren mensen zich gemakkelijker op informele wijze rondom bepaalde (politieke) thema’s of interesses. Gevolg is dat er andere machtsverhoudingen ontstaan. Via belangenverenigingen en andere verbanden oefenen burgers invloed uit op het beleid. Waar voorheen de samenleving was gestructureerd rondom instituten, is nu een verschuiving te zien naar structuren rondom het individu en de community buiten deze instituten om: een verschuiving die ook wel een ‘democracy from below’ wordt genoemd. In zo’n samenleving, waarin invloed steeds meer vanuit de gemeenschap zelf en van onderaf wordt georganiseerd, spelen onderlinge connecties, kennisdeling en samenwerking een steeds belangrijkere rol (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

• REGELINGEN VANUIT DE RIJKSOVERHEID: LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Voor volwassenen is permanent leren de nieuwe vorm van zekerheid om grip te krijgen op hun loopbaan en hun eigen ontwikkeling in de snel veranderende arbeidsmarkt. Een leven lang leren is een thema dat de Rijksoverheid stimuleert. Hiervoor zijn verschillende regelingen en plannen ontwikkeld:

  • Pilot flexibilisering en experiment vraagfinanciering: deeltijdstudenten kunnen een opleiding op sommige hogescholen flexibeler samenstellen en zo beter laten aansluiten op de eigen wensen.
  • Duurzame inzetbaarheid: de overheid stimuleert werkgevers om hun werknemers te helpen bij het leren en werken.
  • Ervaringscertificaat: werknemers en werkzoekenden staan sterker op de arbeidsmarkt met een ervaringscertificaat.
  • Tot 55 jaar lenen: Iedereen tot 55 jaar oud die geen recht heeft op studiefinanciering kan geld lenen voor het betalen van collegegeld met het Levenlangleren krediet. Het gaat zowel om publieke als private opleidingen.
  • Startersbeursregeling: met de Startersbeursregeling kunnen jongeren hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren met leer en werkervaring. Met de startersbeurs gaan starters op de arbeidsmarkt gedurende zes maanden aan de slag in het bedrijfsleven.
  • Sectorplannen: werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector of regio hebben gezamenlijk sectorplannen opgesteld om de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • Topsectoren: elke topsector heeft een eigen Human Capital Agenda. Die richt zich op het ontwikkelen van eigen mensen en het aantrekken van talentvolle nieuwe werknemers (Rijksoverheid1).

Deze ontwikkelingen maken de samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven complexer. Het onderwijs verandert voortdurend als gevolg van beleidsimpulsen en maatschappelijke ontwikkelingen en ook in het bedrijfsleven zijn stevige veranderingen als gevolg van marktontwikkelingen en innovatie. Het mbo-stelsel heeft de taak al deze ontwikkelingen met elkaar te blijven verbinden zodat een optimale aansluiting kan blijven bestaan tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt.

• WET ARBEIDSMARKT IN BALANS

Met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wil het kabinet het verschil tussen vast werk en flexwerk verkleinen en vaste contracten aantrekkelijker maken. De WAB maakt volgens minister Koolmees deel uit van een breder pakket aan maatregelen dat erop is gericht om de balans op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het gaat hierbij onder andere om de maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen (AWVN).

DESTEP INHOUDSOPGAVE