Meer regels en/of taken

6. Politiek-juridische ontwikkelingen

Bij politiek-juridische factoren gaat het om kenmerken en invloed van ontwikkelingen op het gebied van overheidsbeslissingen, zoals huidige wetgeving, wijzigingen in de wet, en subsidies.

DE WERELDORDE VERANDERT

De wereld is ondoorzichtiger geworden. Het betreft niet alleen de economische en geopolitieke verschuiving oostwaarts, maar ook onzekerheid over de opstelling van de VS op vele terreinen, het assertieve gedrag van landen als Rusland, Iran en Noord-Korea, evenals de dreiging van bijvoorbeeld een handelsoorlog, de dreiging van het internationale terrorisme, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering. Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen. Na een periode waarin solidariteit tussen lidstaten op de proef is gesteld door gebeurtenissen met grote consequenties (de economische crisis, de migratiecrisis en het Britse besluit tot een vertrek uit de Unie), zoekt de Europese Unie naar een vernieuwende, toekomstbestendige samenwerking (Ministerie van Buitenlandse Zaken).

POLITIEKE VERHOUDINGEN

De verhoudingen tussen lokale, landelijke en Europese politiek veranderen. Gemeenten hebben meer taken vanuit het Rijk gekregen die zij op lokaal niveau moeten uitvoeren en vormgeven. Tegelijk ontstaat meer versnippering in het politieke landschap. Het aantal (lokale) partijen dat zitting heeft in de colleges en gemeenteraad neemt landelijk toe. De diversiteit aan standpunten en belangen betekent dat continuïteit in beleid op middellange termijn niet langer een vanzelfsprekendheid is (Marc van der Meer2).

Het regeerakkoord zet aan tot investeringen in effectieve inburgering onder regie van gemeenten en bestrijding van laaggeletterdheid en het ontbreken van basisvaardigheden (educatie). Het mbo, met al zijn contacten in uiteenlopende beroepenvelden, kan onder regie van gemeenten effectief bijdragen aan educatie en inburgering van nieuwkomers in onze samenleving (Ministerie van OCW en MBO Raad).

 DE MACHT RICHTING BURGER

Geholpen en gestimuleerd door moderne communicatietechnieken organiseren mensen zich in toenemende mate horizontaal, soms wereldwijd, en op informele wijze rondom bepaalde thema’s of interesses. Gevolg is dat er andere machtsverhoudingen ontstaan. Via belangenverenigingen en andere verbanden oefenen burgers invloed uit op het beleid. Waar voorheen de samenleving was gestructureerd rondom instituten, is nu een verschuiving te zien naar structuren rondom het individu en de community buiten deze instituten om: een verschuiving die ook wel een ‘democracy from below’ wordt genoemd. In zo’n samenleving, waarin invloed steeds meer vanuit de gemeenschap zelf en van onderaf wordt georganiseerd, spelen onderlinge connecties, kennisdeling en samenwerking een steeds belangrijkere rol (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

 REGELINGEN VANUIT DE RIJKSOVERHEID: LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Voor volwassenen is permanent leren de nieuwe vorm van zekerheid om grip te krijgen op hun loopbaan en hun eigen ontwikkeling in de snel veranderende arbeidsmarkt. Een leven lang leren is een thema dat de Rijksoverheid stimuleert. Hiervoor zijn verschillende regelingen en plannen ontwikkeld:

  • Pilot flexibilisering en experiment vraagfinanciering: deeltijdstudenten kunnen een opleiding op sommige hogescholen flexibeler samenstellen en zo beter laten aansluiten op de eigen wensen.
  • Duurzame inzetbaarheid: de overheid stimuleert werkgevers om hun werknemers te helpen bij het leren en werken.
  • Ervaringscertificaat: werknemers en werkzoekenden staan sterker op de arbeidsmarkt met een ervaringscertificaat.
  • Tot 55 jaar lenen: Iedereen tot 55 jaar oud die geen recht heeft op studiefinanciering kan geld lenen voor het betalen van collegegeld met het Levenlangleren krediet. Het gaat zowel om publieke als private opleidingen.
  • Startersbeursregeling: met de Startersbeursregeling kunnen jongeren hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren met leer en werkervaring. Met de startersbeurs gaan starters op de arbeidsmarkt gedurende zes maanden aan de slag in het bedrijfsleven.
  • Sectorplannen: werkgevers- en werknemersorganisaties in een sector of regio hebben gezamenlijk sectorplannen opgesteld om de arbeidsmarkt te verbeteren.
  • Topsectoren: elke topsector heeft een eigen Human Capital Agenda. Die richt zich op het ontwikkelen van eigen mensen en het aantrekken van talentvolle nieuwe werknemers (Rijksoverheid).

Deze ontwikkelingen maken de samenwerking tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven complexer. Het onderwijs verandert voortdurend als gevolg van beleidsimpulsen en maatschappelijke ontwikkelingen en ook in het bedrijfsleven voltrekken zich stevige veranderingen als gevolg van marktontwikkelingen en innovatie. Het mbo-stelsel heeft de taak al deze ontwikkelingen met elkaar te blijven verbinden zodat een optimale aansluiting kan blijven bestaan tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt (SBB2).

• WET ARBEIDSMARKT IN BALANS

Met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) wil het kabinet het verschil tussen vast werk en flexwerk verkleinen en vaste contracten aantrekkelijker maken. De WAB maakt volgens minister Koolmees deel uit van een breder pakket aan maatregelen dat erop is gericht om de balans op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het gaat hierbij onder andere om de maatregelen rond de positie van zelfstandigen, de verplichtingen van werkgevers in verband met arbeidsongeschiktheid en ziekte en het stimuleren van een leven lang ontwikkelen (AWVN).

Zakelijke dienstverlening en Veiligheid

Hieronder geven we een beschrijving van de sectorspecifieke politiek-juridische ontwikkelingen. Politiek-juridische factoren als wetgeving, overheidsbeleid, invloed van de overheid op het bedrijfsleven en de mate van interventie door de overheid in de economie, raken specifieke sectoren en beroepsgroepen binnen Zakelijke dienstverlening en veiligheid, zoals bijvoorbeeld de financiële dienstverlening en de veiligheidsberoepen.

ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

Financiële diensten, Office en Juridisch
Sinds de bankencrisis in 2007-2008 hebben banken en verzekeraars te maken gekregen met strenger toezicht, striktere regels en strengere kapitaaleisen. Tegelijkertijd worden ze opgeroepen te investeren in bedrijven, om zo de economie op gang te helpen. Ook wordt gewerkt aan maatregelen om de transparantie bij financiële instellingen te vergroten. Kortom, de activiteiten van financiële instellingen liggen onder een vergrootglas (TNO1).

Vanaf mei 2018 is de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) van kracht die de bescherming van persoonsgegevens borgt. Ook de communicatie-, financiële- en juridische branche hebben met deze wetgeving te maken. Veel financiële instellingen werken met financiële gegevens van hun klanten en met burgerservice-nummers (BSN). Banken en verzekeraars zijn verplicht om het BSN van klanten te gebruiken om gegevens met de Belastingdienst uit te wisselen (UWV factsheet5).


VEILIGHEID

De aandacht voor veiligheid op de politieke agenda bepaalt de vraag naar personeel. Op dit moment is veiligheid een speerpunt.

De verhoudingen tussen lokale, landelijke en Europese politiek veranderen. Gemeenten krijgen meer taken vanuit het Rijk die zij op lokaal niveau moeten uitvoeren en vormgeven. Tegelijk ontstaat meer diversiteit in het politieke landschap. 

 

Deze diversiteit aan standpunten en belangen betekent dat continuïteit in beleid op middellange termijn niet langer een vanzelfsprekendheid is. Op dit moment is er extra aandacht voor veiligheid Hoe zich dat de komende jaren verder gaat ontwikkelen staat echter niet vast en is mede afhankelijk van de stabiliteit van regeringen en de opstelling van het maatschappelijk middenveld (Panteia).

Ondermijningswetgeving
De ‘ondermijningswetgeving’ is een verzamelnaam voor meerdere wetsvoorstellen, reeds lopend en nieuw. Een aantal onderdelen hiervan heeft betrekking op gemeenten.

De wijziging van de Opiumwet verruimt de bevoegdheid van een burgemeester om een pand of woning te sluiten in verband met drugshandel of -productie. Ook is er een wetsvoorstel in de maak om de Gemeentewet te wijzigen, zodat burgemeesters ook sluitingsbevoegdheid krijgen in geval van woningbeschietingen of het aantreffen van wapens. Een ander onderdeel van de ondermijningswetgeving waarmee gemeenten te maken krijgen is het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS), dat het delen van informatie binnen samenwerkingsverbanden als veiligheidshuizen moet vergemakkelijken.

Daarnaast krijgen gemeenten meer mogelijkheden tot onderzoek naar ondermijning door een uitbreiding van de Wet Bibob (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Op grond daarvan kan de aanvraag van een subsidie of vergunning worden geweigerd en een verleende beschikking worden ingetrokken. Door de wetswijziging mag bijvoorbeeld ook de zakelijke omgeving van een bedrijf of persoon onderzocht worden. Ook wordt Bibob-onderzoek straks mogelijk bialle overheidsopdrachten. Nu is dit nog beperkt tot de sectoren bouw, ICT en milieu. Het voorstel is goedgekeurd door de ministerraad, na advies van de Raad van State is het Wetsvoorstel wijziging Bibob aangepast en ingediend bij de Tweede Kamer.

Bij de aanpassing van wetgeving is er ook aandacht voor de rol van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) bij het voorkomen, signaleren en aanpakken van ondermijning. Zij moeten in de beleidsregels ‘een algemene bevoegdheid krijgen om signalen van ondermijning buiten het domein van hun eigen opsporingsbevoegdheid te melden aan collega’s van het desbetreffende domein’ (Sdu).

DESTEP INHOUDSOPGAVE