Door samenwerking beter toezicht

6. Samenwerking in de ketens 

Een belangrijke trend is de toenemende (vraag naar) samenwerking tussen verschillende toezichthoudende en handhavende partijen. Deze samenwerking kan bestaan uit het uitwisselen van informatie tussen toezichthouders, zowel directe informatie-uitwisseling als informatie-uitwisseling door openbaarmaking van inspectierapporten. In toenemende mate blijkt dat toezichthouders het niet alleen kunnen. Ze moeten keuzes maken, verbindingen leggen en de samenwerking zoeken. Deze ontwikkelingen vragen steeds meer dat professionals in de publieke sector in staat zijn om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken en verbindingen te leggen. Dit vraagt om medewerkers die zowel generalistisch als specialistisch kunnen werken, de zogenaamde T-professional. Ook speelt de discussie van breder opleiden om bij te dragen aan het bevorderen van de samenwerking in de veiligheidskolom.

 WERKEN IN EEN MINDER VOORSPELBARE OMGEVING

Om tot een toekomstbestendige politie te komen is een sterkere oriëntatie op samenwerken met andere maatschappelijke dienstverleners nodig en op het functioneren in netwerken. In dit verband moet de flexibiliteit in de uitvoering van het werk worden verhoogd en het aanpassingsvermogen (adaptiviteit) toenemen. Hiertoe moeten uitvoerende politiefunctionarissen beschikken over een groter handelingsrepertoire en bredere kennis hebben van de samenleving in haar groeiende diversiteit (Politie onderwijsraad advies naar een toekomstbestendige politie). Veelvuldige samenwerking tussen de verschillende instanties in de veiligheidskolom is steeds essentiëler.

“Co-creatie dat is iets dat overal heel belangrijk is. Dus een samenwerking tussen particuliere beveiliging, publieke beveiliging en politie. En dan denk je al gauw aan politie, maar dat kan ook douane zijn. Het is nu allemaal heel erg versnipperd. Op hoog niveau is die samenwerking er al bijvoorbeeld met terreurbestrijding. Maar ik denk ook dat je lager, voor de dagelijkse veiligheid waar de burger last van heeft, veel meer kan delen.”
– Nico Bezemer, eX:plain en Nederlandse Veiligheidsbranche

Leren samenwerken is bij de politieacademie een belangrijk onderdeel van de opleiding, omdat de politie eigenlijk altijd in samenwerking met anderen haar werk doet.

‘Tijdens de politieopleiding leren politieagenten in opleiding samenwerken en het opbouwen en inzetten van netwerken. Men moet bijvoorbeeld een plan maken om een concreet criminaliteitsprobleem (preventief en repressief) aan te pakken met andere partners. Studenten creëren bewustzijn in het feit dat politiewerk zich in een bepaalde context afspeelt. Veiligheid is niet het mandaat van de politie; burgers en partners hebben en nemen ook steeds meer verantwoordelijkheid hierin.”
– Pauline van Panhuis, Politieacademie

 

 KRUISBESTUIVING TUSSEN ORGANISATIES

Om de veiligheid binnen organisaties te vergroten, zou er een kruisbestuiving tussen hospitality- en securityorganisaties moeten plaatsvinden. Het is goed als beveiligers de meerwaarde van een gastvrije ontvangstbeleving gaan inzien en gastvrouwen en receptionistes zich beter bewust worden van veiligheidsrisico’s en dreiging. Van den Wijngaard geeft in een artikel van Securitas aan, dat hospitalitymedewerkers moeten beseffen dat kwaadwillenden geregeld gebruik maken van de gastvrijheid van bedrijven. Ik kan een organisatie opbellen en me uitgeven voor wie ik maar wil. Ik stel een paar onbenullige vragen om vervolgens de informatie te vergaren waar ik écht naar op zoek ben (social engineering). Receptionistes hebben het eerste klantcontact, dan wel telefonisch, dan wel aan de balie. Ze maken veel mee. Als organisaties hospitality als informatiebron toevoegen aan het beveiligingssysteem dan wordt de beveiliging vele malen effectiever. Zeker als dat gepaard gaat met een goede incidentenregistratie. Het is belangrijk dat medewerkers alles wat ze als raar of afwijkend ervaren, kunnen melden aan de securityorganisatie. Dat sluit goed aan bij het idee achter proactief beveiligen, namelijk ‘aan de voorkant’ zo veel mogelijk informatie vergaren (Securitas3).

Een integrale aanpak is belangrijk, waarbij verschillende afdelingen informatie met elkaar gaan delen. Het dreigingsniveau kan dan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de totale informatievoorziening, gebaseerd op (openbare) bronnen, contacten met overheidsdiensten en signalen die de organisatie zelf oppikt (Securitas2).

Er zouden meer instroommogelijkheden tussen de verschillende deelmarkten van de veiligheidssector kunnen worden gerealiseerd. De Nationale Politie ziet de instroom van defensiepersoneel niet altijd als een goede mogelijkheid, terwijl deze defensiemensen in de laatste drie jaar dat zij bij defensie werken, de opleiding voor vrijwillige politie – een deeltijdopleiding – zouden kunnen volgen. Dit kan ervoor zorgen dat uitstromers bij defensie, gemakkelijk aan de slag kunnen bij de politie of de private sector. Het idee is in te spelen op de uitstroompieken van de verschillende deelsegmenten. Defensie werft al mensen vanaf 18-jarige leeftijd en de uitstroom vertoont pieken van personeel op 23-jarige leeftijd en op 35-jarige leeftijd. De politie werft bij voorkeur pas kandidaten vanaf gemiddeld 23 jaar die al enige levenservaring hebben. De BOA’s en particuliere beveiliging kennen een jongere leeftijdsopbouw en meer flexibiliteit. Wederzijdse afstemming per functieniveau kan mogelijk een meer optimaal mobiliteitspatroon tussen de in- en uitstroom van personeel in het veiligheidsdomein bevorderen (Marc van der Meer1).

Impact beroepsonderwijs

 DE BEHOEFTE AAN T-SHAPED PROFESSIONALS

Ontwikkelingen in de maatschappij vragen steeds meer dat professionals in de publieke sector in staat zijn om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken en verbindingen te leggen. Dit vraagt om medewerkers die zowel generalistisch als specialistisch kunnen werken. In de literatuur wordt dit type medewerker aangeduid als T-shaped professional. Het T-shaped concept is een metafoor voor de diepte en breedte in de vaardigheden van een individu. De staande balk van de letter staat voor de diepte van de kennis en expertise op een bepaald terrein. De liggende balk vertegenwoordigt het vermogen om over disciplines heen samen te werken met deskundigen op andere gebieden en om kennis vanuit andere vakgebieden toe te passen.

Het hebben van meerdere experts die aan een project werken kan resultaten en oplossingen optimaliseren. Maar experts uit verschillende disciplines binnen een organisatie spreken vaak niet ‘dezelfde taal’ en dit maakt de samenwerking soms aanzienlijk lastiger. T-shaped professionals hebben het vermogen om theoretische en praktische kennis te combineren en kunnen zien waar hun vakgebied overlap heeft met andere kennisgebieden (Vakblad Sociaal werken, arbeidsmarktperspectief en Doorstroomkansen Creatieve MBO opleidingen). Ze kunnen hun competenties uitbreiden over verschillende functionele disciplines en daardoor nieuwe kennis creëren. Innovatie vindt altijd plaats op het grensvlak van disciplines.

Ook de politie heeft T-shaped professionals nodig die binnen en vanuit het basisteam ‘ontschot’ werken, het samenspel aangaan, zowel horizontaal als verticaal kunnen verbinden en sturen: inspelen op posities, verhoudingen en concrete situaties (Politie onderwijsraad).

 BREDER OPLEIDING

Naast de discussie over het opleiden van de T-shaped professional speelt ook de discussie van breder opleiden. Ook een brede basisopleiding kan bijdragen aan het bevorderen van samenwerking in de veiligheidskolom.

In het voortgezet onderwijs wordt een ontwikkeling geschetst die tot een grotere dominantie van algemeen vormend onderwijs leidt. Ook binnen het veiligheidsdomein gaat het steeds meer deze kant op. Beroepen veranderen veel sneller dan in het verleden en laten zich steeds moeilijker omschrijven in vaste beroeps- en competentieprofielen. In de praktijk van het werk is vaak het vermogen om op de grensvlakken van het beroep met andere beroepen flexibel te opereren, en dus ‘breder te kijken dan je specialisme’ even belangrijk als de kernvaardigheden van het eigen beroep. Interdisciplinair werken, netwerken en samenwerken met andere beroepsdomeinen, aanpassen aan veranderende eisen, nieuwe kennis opdoen, afleren van verouderde routines en bijleren van nieuwe worden belangrijk, naast de traditionele beroepsvaardigheden.

Op mbo-niveau zien we dat door deze verandering er een grote spanning ontstaat op zowel de opleidings- als de kwalificatiestructuur. In een aanzienlijk aantal beroepen en sectoren verdwijnen de functies waarvoor mbo-niveau 2 en -3 opleiden, door automatisering en robotisering. Daar waar deze functies blijven bestaan gaat het om uitvoerende dienstverlening met direct klantcontact waarvoor vooral sociaal-communicatieve vaardigheden worden gevraagd. Het ‘vakmanschap’ in de klassieke zin van het woord concentreert zich hierdoor in toenemende mate op mbo-4 niveau. En ook daar is sprake van een geleidelijke verbreding van de beroepsuitoefening (Politie onderwijsraad).

Tijdens de visiebijeenkomst veiligheid gaf ook Ingrid Meeuwissen (Port Security Center) aan dat de focus van scholing zou moeten liggen bij algemene vaardigheden van beveiligers in plaats van hen op te leiden tot een specifiek soort beveiliger. Dit zorgt ervoor dat men flexibel inzetbaar is op de arbeidsmarkt en zijn carrière voortzetten bijvoorbeeld bij luchthavens. Het mbo-onderwijs moet een kweekvijver worden voor de veiligheidssector waar de basisvaardigheden in het middelpunt staan. Om de kwaliteit binnen de particuliere beveiliging te waarborgen zou permanente educatie en bijscholing verplicht moeten worden. Het leven lang ontwikkelen zou meer centraal moeten staan in de loopbanen van alle werknemers in de veiligheidssector (SBB5).

“Het mooiste zou zijn als politie, douane, defensie, publieke en particuliere veiligheid allemaal met elkaar de basiseisen voor een opleiding creëren die iedereen zou moeten hebben. Dat iedereen begint met een bepaalde basisveiligheid. Waar ook van de sociale vaardigheden aan de orde komen. En dat het niet uitmaakt of ze na zo’n jaar uitstromen naar defensie, politie, publiek, privaat, maar dat je allemaal samenwerkt om het beroep goed op de kaart te zetten.”
– Nico Bezemer, eX:plain en Nederlandse Veiligheidsbranche

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS VEILIGHEID