Vraag naar hoger opgeleiden neemt toe

3. Sociaal-culturele ontwikkelingen

Bij sociaal-culturele factoren gaat het om kenmerken en invloed van de cultuur en leefgewoonten, zoals normen en waarden, subculturen, en opleidingsniveau.

STIJGEND OPLEIDINGSNIVEAU

Het gemiddelde opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking stijgt al jaren. In 1990 was nog 45 procent van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 25-64 jaar laag opgeleid (basisniveau of maximaal lbo/vbo/mavo/mbo-1), in 2016 is dit afgenomen tot 23 procent. Een steeds kleiner deel van de bevolking heeft geen startkwalificatie. 

EEN LEVEN LANG ONTWIKKELEN

Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals flexibilisering en automatisering, zorgen ervoor dat de benodigde vaardigheden voor een baan steeds minder hetzelfde blijven in de tijd. Werknemers moeten daarom blijvend flexibel zijn in carrièreverwachtingen en snel inspelen op veranderingen. Het is belangrijk dat zij hun kennis en vaardigheden blijven ontwikkelen; een leven lang leren wordt steeds belangrijker (STC Group). Dat betekent dat de strikte scheiding tussen een fase waarin mensen worden opgeleid en een werkende levensfase waarin ze hun kennis toepassen, verdwijnt. Gevolg is dat er meer nadruk komt op leren buiten de formele structuren (onderwijs), namelijk informeel (al doende leren) en non-formeel (cursussen, trainingen). Door de digitalisering is de manier waarop men kan leren veranderd en is aanbod gemakkelijker toegankelijk geworden, onafhankelijk van tijd en plaats. Zo zijn er YouTube-filmpjes ter ondersteuning bij het leren voor een examen of openbaar beschikbare colleges van diverse universiteiten (MOOC: Massive Open Online Course). 

Een recent voorbeeld is de Universiteit van Nederland waar verschillende colleges van hoogleraren voor iedereen toegankelijk zijn. Een ander internationaal voorbeeld is de Kahn Academy, een non-profitorganisatie die een innovatief leerplatform vrij ter beschikking stelt op internet (Sectorinstituut Openbare Bibliotheken1).

21ST CENTURY SKILLS

Het onderwijsbeleid staat de laatste tien jaar sterk in het teken van prestaties en rendementen. De nadruk op het verbeteren van met name de opbrengsten in taal en rekenen roept discussie op of andere vaardigheden daardoor niet te veel in het gedrang komen (SCP). Een manier om jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst is door in het onderwijs te focussen op de 21st century skills. Doordat de vraag van de arbeidsmarkt verandert door bijvoorbeeld digitalisering, is het belangrijk om jongeren de juiste vaardigheden aan te leren om hen hierop voor te bereiden. Bij 21st century skills gaat het om competenties zoals samenwerken, creativiteit, ict-vaardigheden, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. Om leerlingen goed voor te bereiden op de 21e eeuwse samenleving, is het belangrijk dat deze vaardigheden een plek krijgen in het onderwijs. Diverse scholen vinden dit ingewikkeld. Uit onderzoek blijkt dat lessen op school over computers en het gebruik van digitale media niet of nauwelijks bijdragen aan de digitale geletterdheid van leerlingen (Kennisnet).

Zakelijke dienstverlening en Veiligheid

Hieronder geven we een beschrijving van de sectorspecifieke sociaal-culturele ontwikkelingen, eerst voor het segment Zakelijke dienstverlening (Financiële diensten, Office en Juridisch), en daarna voor Veiligheid.

 ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

Financiële diensten
Bij accountantskantoren wordt controle en begeleiding van de klant steeds crucialer. Bij de controle speelt (vertrouwen op) juistheid van gegevens en toetsing aan wet- en regelgeving een belangrijke rol. Het takenpakket wordt daarmee verbreed en soms complexer. De behoefte aan mbo+ of hoger opgeleiden bij de (financiële) administratiekantoren en accountants neemt dan ook toe, waardoor er een gat ontstaat voor mbo’ers. Deze ontwikkeling wordt (nog) niet verwacht bij salarisadministrateurs. In deze branche blijft werkgelegenheid op mbo-niveau bestaan, of soms aangevuld met adviseurs op hbo- of wo-niveau. De upgrading is goed te zien aan de hand van de ontwikkeling van het aantal ontstane vacatures voor financieel-administratief werk. Het aantal financieel administratieve functies waarbij minimaal een hbo-opleiding wordt gevraagd is relatief sterk toegenomen. Het aantal vacatures waarbij in de vacaturetekst een vmbo/mbo, mbo of mbo+ niveau wordt gevraagd neemt vanaf 2011 juist sterk af (UWV3).

De krimp van werkgelegenheid in de financiële dienstverlening treft vooral administratieve backoffice functies op lager en middelbaar beroepsniveau. Het is erg lastig voor deze groep om weer werk te vinden, zeker in de sector zelf. Er is een verschuiving gaande naar beroepen waarvoor een hoog opleidingsniveau wordt gevraagd. Het aandeel werkenden met een lage of middelbare opleiding daalde tussen 2010 en 2016 met 15 procentpunt, het aantal hoog opgeleide werkenden nam in deze periode toe met 13 procentpunt (UWV5). 

Office
Ook bij de secretariële beroepen is sprake van upgrading; werkgevers geven vaker de voorkeur aan managementassistenten met een hoger opleidingsniveau (mbo+ of hoger). Nog altijd zijn er beduidend meer mbo-vacatures dan hbo-vacatures voor secretaresses. Echter het aandeel hbo-vacatures groeit, wellicht door toedoen van de verandering in gevraagde competenties.Dat betekent niet dat mbo-opgeleiden met een baan als secretaresse ook per definitie een mbo-functie vervullen. Uit onderzoek blijkt dat vier op de vijf secretaresses door verbreding van het takenpakket inmiddels een mbo-/hbo-functie vervult (UWV3). 

Door de verschuiving naar online moeten bedrijven in de communicatiebranche meer investeren in personeel met ICT-vaardigheden en de samenwerking met technologiebedrijven opzoeken. Ook zien we de concurrentie van buiten de sector toenemen. ICT-bedrijven mengen zich op markten die traditioneel waren voorbehouden aan communicatiebureaus (Rabobank1).

Juridisch
De klant doet (eenvoudige) dingen zelf via allerlei hulpprogramma’s. De vraag naar (eenvoudige) dienstverlening door professionals neemt daardoor af. Voor complexe dienstverlening die creativiteit en sociale interactie vereist, blijft voorlopig professionele dienstverlening nodig. De vraag naar specialistische, complexe dienstverlening neemt toe. Er is behoefte aan hulp bij grensoverschrijdende problemen/vraagstukken waarbij verschillende jurisdicties van belang zijn (Ministerie van Veiligheid en Justitie).

Flexibel werk en zelfstandig
Financiële diensten, Office en Juridisch

Binnen de beroepsgroep bedrijfseconomische en administratieve beroepen zijn ruim 1,3 miljoen werknemers in dienst van een bedrijf of organisatie (86% van totaal). Meer dan een miljoen werknemers zijn in vaste dienst.

Een kwart miljoen werknemers heeft een flexibele arbeidsrelatie. Daarnaast zijn er meer dan 200 duizend zelfstandigen werkzaam binnen deze beroepsgroep. Het aandeel zelfstandigen is met 13 procent iets lager dan gemiddeld (17%). De helft van de zelfstandigen in deze beroepsgroep heeft een beroep op hoger/wetenschappelijk niveau (UWV4 en ROA1).

 

De behoefte aan een flexibele arbeidsmarkt wordt groter door snellere veranderingen en groeiende onzekerheid. 

De zogenaamde flexibele schil van bedrijven, bestaande uit werknemers met tijdelijke contracten en externen, neemt in omvang toe. In Nederland zijn er daardoor steeds meer banen voor zelfstandigen, waaronder zzp’ers.

Ook binnen de zakelijke en financiële dienstverlening hebben organisaties een steeds grotere flexibele schil. De flexibele schil wordt bij een economische krimp als eerste geraakt (PWC1). Een relatief hoog aandeel zelfstandigen komt voor bij de sector specialistische zakelijke diensten, waaronder rechtskundige dienstverlening, accountancy, administratie en boekhouding vallen (UWV2).

VEILIGHEID

Opleidingsniveau
Voor het segment Veiligheid zijn de beroepsgroepen beveiligingspersoneel en militaire beroepen relevant, die het ROA onderscheidt.

Binnen de beroepsgroep beveiligingspersoneel heeft het grootste deel van de werkenden mbo 2-3 als opleidingsniveau (33%), gevolgd door mbo 4 (17%) en hbo (12%). Binnen de beroepsgroep militaire beroepen is het aandeel mbo 2-3 ook het grootst (30%), gevolgd door hbo (18%) en mbo 4 (14%) (ROA1).

Flexibel werk en zelfstandig
Binnen de beroepsgroep beveiligingspersoneel is het aandeel flexibel werk met 29 procent hoger dan gemiddeld (20%). Binnen de beroepsgroep militaire beroepen is dat aandeel met 4 procent erg laag.Het aandeel zelfstandig is bij de beroepsgroep beveiligingspersoneel (4%) en bij de beroepsgroep militaire beroepen (1%) (ROA1).

Dreiging en onveiligheidsgevoel
Een specifieke sociaal-culturele ontwikkeling die de veiligheidssector kan beïnvloeden is het gevoel van onveiligheid in de maatschappij. De dreiging van terreur en de terroristische aanslagen in omringende landen in Europa leiden tot een onveiligheidsgevoel dat door de politiek vertaald kan worden in meer uitgaven aan politie, justitie en defensie (Panteia).

Uit onderzoek door Securitas blijkt, dat de meningen verdeeld zijn over maatschappelijke dreigingen zoals terreurdreiging. Relatief nieuwe ontwikkelingen zoals werken in de cloud, ‘bring your own devices’ en Het Nieuwe Werken (HNW) waarbij werknemers vaker flexibel en vanuit huis werken, lijken door het bedrijfsleven niet als zeer bedreigend te worden beschouwd. Als het gaat om fysieke bedreigingen noemt het bedrijfsleven ongeoorloofde toegang als grootste bedreiging voor de bedrijfscontinuïteit. Met name in het publieke domein ziet men gevaar in het onbewust handelen van medewerkers en is agressie een dreiging (Securitas1).

DESTEP INHOUDSOPGAVE