Van standaard naar persoonlijke zorg

1. Complexere zorgvraag

Binnen de drie branches Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg is de vraag naar zorg de afgelopen tien jaar groter en complexer geworden. Zorgverleners zien de zorgvragen van zorgvragers veranderen. Zij krijgen bijvoorbeeld steeds vaker cliënten met complexe problematiek. Ook spelen de ontwikkelingen van tekorten in de zorg en het feit dat mensen langer thuis blijven wonen een rol. Een complexe zorgvraag ‘past’ niet goed in de manier waarop standaard zorg en ondersteuning is georganiseerd. Complexe zorgvragen zijn vaak domein overstijgend: iemand heeft hulp nodig op verschillende leefgebieden of zorg die kennis uit verschillende disciplines vraagt. Dat de zorgvraag complexer wordt heeft meerdere oorzaken.

GRIJZE DRUK NEEMT TOE

De komende jaren neemt het aantal ouderen rap toe. Volgens de CBS Bevolkingsprognose zal het aantal 65-plussers toenemen: waren er in 2012 nog 2,7 miljoen 65-plussers, in 2041 zullen dat er 4,7 miljoen zijn. Tot 2060 blijft het aantal schommelen rond 4,7 miljoen (CBS5). De komende jaren zal vooral het aandeel 65-79-jarigen op de totale bevolking sterk stijgen. Vanaf 2025 neemt ook de groep 80-plussers sterk toe (de dubbele vergrijzing). In 2040, het hoogtepunt van het aantal 65-plussers, is naar schatting 26 procent van de bevolking 65-plusser, waarvan een derde ouder is dan 80 jaar. De verbeterde gezondheidszorg zorgt al jaren dat aandoeningen in veel gevallen niet (direct) fataal hoeven te zijn en verbeterde diagnostische mogelijkheden zorgen dat we eerder van een aandoening weten. Mensen weten dus eerder dat ze iets mankeren en leven daar langer mee. Dit betekent ook dat deze ‘patiënten’ over een langere tijd gebruik maken van zorg. Mede door de verbeterde gezondheidszorg is de levensverwachting in westerse landen toegenomen.

LANGDURIGE ZORG DOOR CHRONISCHE ZIEKTEN

Chronische aandoeningen hebben een relatief lange duur en weinig progressie (WHO). Met de toename van het aantal ouderen stijgt de zorgvraag. Van de mensen van 65 jaar en ouder heeft 70 procent een chronische ziekte. Van de mensen van 75 jaar en ouder heeft de helft meer dan één chronische ziekte. Van de mensen van 75 jaar en ouder met een chronische ziekte, heeft 63 procent twee of meer chronische ziekten en 32 procent drie of meer. De vijf meest voorkomende chronische aandoeningen in de westerse wereld zijn diabetes mellitus, hart- en vaatziekten, COPD, kanker en dementie, vaak gerelateerd aan ouderdom. Het aantal sterfgevallen als gevolg van chronische aandoeningen zal naar verwachting in de periode 2015-2030 met 8 procent toenemen. Leefstijl wordt aan veel van deze chronische aandoeningen gekoppeld. De leefstijlfactoren die het meest bijdragen aan de ziektelast zijn roken, overgewicht, te weinig beweging en overmatig alcoholgebruik.

“Ik vind dat de complexiteit van de doelgroep enorm is toegenomen. Wat je op TV ziet is geen representatieve doelgroep voor wat onze branche in huis heeft. Vroeger had je cliënten met een verstandelijke beperking en daaruit volgde een aantal dingen die ze dan niet konden. Tegenwoordig is er sprake van een disharmonisch profiel, waarbij het steeds moeilijker is om in te schatten wat een cliënt fysiek en mentaal kan. De trend is dat de problematiek van onze cliënten niet zozeer niveaubepaald is met IQ, maar veel meer disharmonisch, dus begeleiders zouden van alle markten thuis moeten zijn”
– Steven Peters, Middin.

ZORGVRAGERS MET MEERDERE AANDOENINGEN

Doordat aandoeningen steeds minder vaak (direct) fataal zijn, zien we in toenemende mate mensen die meer dan één chronische aandoening hebben: Multi morbiditeit. Meer dan 1 op de 10 mensen in Nederland heeft 2 of meer aandoeningen. Bij mensen boven de 75 jaar is dit zelfs 1 op de 2. Een opstapeling van chronische aandoeningen brengt verschillende uitdagingen met zich mee. Voor dergelijke problematiek is zorg op maat en multidisciplinaire samenwerking nodig. De zorg is nu vaak nog gefocust op elke afzonderlijke aandoening in plaats van de patiënt als individu te zien en het totaalplaatje van zorg op elkaar af te stemmen.

Dit vraagt om verandering op meerdere niveaus: beleid, communicatie en afstemming, proces, ICT, etc. “Wijkverpleegkundigen krijgen ook meer te maken met complexere zorgvraag, omdat mensen langer thuis wonen. Dus het werk wordt anders, wat niet betekent dat dit per se naar Hbo verschuift, maar het werk moet wel anders bekeken worden. De mbo’ers moeten daar zelf ruimte voor hebben om er een goede invulling aan te geven”

Marco Borsboom, FNV.

MULTI-MORBIDITEIT ZORGT VOOR MEER MEDICIJN GEBRUIK

Door de complexe zorgvraag is er verder speciale aandacht nodig voor polyfarmacie; het gelijktijdig gebruik van minimaal vijf soorten medicatie. Dit is belangrijk omdat er o.a. risico’s ontstaan zoals het ontvangen van onnodige medicatie, het voorschrijven van verschillende medicatie die een tegenovergesteld effect hebben of dat er juist schadelijke combinaties ontstaan. Door de toename van het aantal multi-morbide zorgvragers neemt het gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen en de kans op interacties en bijwerkingen toe. Afstemming tussen alle betrokken partijen is van belang om de zorg te optimaliseren.

Mensen worden ouder, krijgen meerdere klachten en gebruiken ook meerdere medicijnen tegelijk. Daar moet anders mee worden omgegaan en er moet meer op gelet worden. Die complexere zorgvraag is een hele belangrijke maar ook dat mensen daar goed mee leren omgaan”
Pauline Hoogerwerf, Stichting Bedrijfsfonds Apotheken (SBA).

Het zorgsysteem komt door de toenemende en complexere zorgvraag onder druk te staan. Er zijn immers meer arbeidskrachten nodig door de vergrijzing en extra alertheid door de complexere zorgvraag. Binnen Zorg, welzijn en de assisterende gezondheidszorg wordt er steeds meer richting een zorgsysteem gedacht waarbij niet ‘ziekte’, maar de ‘gezondheid’ centraal staat. Speerpunten zijn meer multidisciplinair werken, de grenzen vervagen, meer aandacht voor preventie  en de zorg vindt vaker dichtbij de zorgvrager plaats.

VAN INTRAMURAAL NAAR EXTRAMURAAL

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) vindt dat het (medisch) inhoudelijke oordeel van een zorgprofessional niet de enige bron is waarop gevaren moet worden om tot goede zorg te komen. Zij brachten in 2017 een rapport uit met de titel: ‘Zonder context geen bewijs’. De RVS pleit vanwege het belang van de specifieke context van de zorgvrager voor ‘extramurale zorg’ in plaats van ‘intramurale zorg’. De inhoud van zorg en die manier waarop deze verleend wordt, kan per zorgvrager en per situatie verschillen. Intramurale zorg houdt volgens de RVS onvoldoende rekening met verschillen tussen zorgvragers en hun persoonlijke waarden, variëteit in het lichamelijk functioneren, en de dynamische setting waarin zorg plaatsvindt. Los van de verschillen van zorgvragers is er ook een enorme variatie in het soort zorg zoals bijvoorbeeld kleinschalige en grootschalige zorg, ouderenzorg, revalidatiezorg etc. Zelfs binnen de benoemde varianten van zorg kunnen er individuele verschillen zijn bij zorgvragers waardoor extramurale zorg steeds meer aandacht krijgt. Uiteindelijk moet extramurale zorg het werk makkelijker maken en de zorg verbeteren. Echter is de omslag van intramuraal naar extramuraal nog een uitdaging en vergt van professionals ander soort vaardigheden en werkhouding.  

Sinds de decentralisaties waardoor jeugdzorg nu onder gemeenten valt, ouderen langer thuis wonen en mensen met psychische problematiek zelfstandig in de wijk wonen is er meer vraag naar ondersteuning. Daarbij komt ook de crisis met toegenomen armoede en schulden bij, en de vele statushouders die moeten integreren. Zo is de druk op buurt- en wijkhulpverleners dus flink toegenomen.  Dit betekent ook iets voor de kennis en expertise die sociaal werkers (nu vaak werkzaam vanuit wijkteams) moeten hebben. Contact leggen, samenwerken met andere disciplines, de hulpvraag helder krijgen, eigen regie op waarde schatten, maar ook tijdig vrijwilligers, of juist zware zorg aanhaken. Je hebt verstand van verschillende leefgebieden nodig. Multi-problematiek heeft altijd elementen die  bijvoorbeeld financieel of psychisch van aard zijn. Wat kan de buurtbewoner zelf, wat doe jij zelf, waar haal je er iemand met bepaalde expertise bij.”
–  
Edwin Luttik, Sociaal werk

HOSPITAL AT HOME

Een voorbeeld van extramurale zorg is ‘Hospital at home’. Het bevordert o.a. de klinische kwaliteit van zorg, de betaalbaarheid en de uitzonderlijke patiëntervaring. In de toekomst zal de zorg rondom patiënten en cliënten dan ook steeds meer in eigen omgeving plaatsvinden (Gupta strategist). In vergelijking met de patiënten die het ziekenhuis worden behandeld ervaren de patiënten die thuis worden behandeld betere klinische resultaten, namelijk:

  • Lagere sterftecijfers;
  • Minder gebruik van sederende medicatie;
  • Betere tevredenheid van patiënt en gezin;
  • Minder stress van zorgverleners;
  • Betere functionele resultaten;
  • Kostenbesparingen van 19 procent tot 30 procent in vergelijking met traditionele intramurale zorg;
  • Lagere gemiddelde verblijfsduur;
  • Minder laboratorium- en diagnostische tests vergeleken met vergelijkbare patiënten in acute ziekenhuiszorg.

“Je ziet een enorme trend naar huis, extra muralisering. In verpleeghuizen is de doorlooptijd al minder dan negen maanden. In de gehandicapten zorg zie je steeds meer ouderen op locatie wonen. De zorgvraag wordt daardoor complexer en zwaarder. Dus waar mensen voorheen in hun werk afwisseling hadden tussen mensen die minder en meer zorg nodig hadden, heeft nu iedereen meer zorg nodig. Dit verandert het werk ook”
– Rian van Nispen, FNV.

Impact beroepsonderwijs

Omdat de zorg complexer is en er intensiever zorg verleent moet worden moet de deskundigheid omhoog. De zorgverleners binnen de branches Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg moeten zich gaan ontwikkelen als T-shaped professional. Zij zijn expert in hun eigen werkveld en leggen tegelijkertijd verbindingen met aanpalende disciplines. Ook wordt het belangrijker om te kunnen inschatten wanneer men moet ‘zorgen voor’ en wanneer men ‘moet zorgen dat’. Door de sterkere focus op preventie moeten studenten motiverende gesprekstechnieken ontwikkelen. Weten hoe iemand te motiveren daadwerkelijk gedrag te veranderen. Als student is het nu al belangrijk te leren hoe de zorgvrager de beste ongefragmenteerde zorg krijgt. Dit betekent dat samenwerking met andere disciplines  goede afstemming met elkaar belangrijker wordt.

Het belangrijkste wat een student te leren heeft is om zich eigenaar te voelen van het probleem en om vragen te blijven stellen tot hij/zij erachter komt hoe het echt zit. Kennis is niet meer een reden om nog naar school te gaan, ook na de studie moet steeds nieuwe kennis vergaard worden”
Elise Nieuwhof, ’s Heeren Loo.

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS ZORG, WELZIJN EN ASSISTERENDE GEZONDHEIDSZORG