Een nieuwe manier van werken

6. Digitalisering

De digitalisering van gegevens speelt een steeds grotere rol binnen de Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg. Recente technologische innovaties brengen eHealth in een stroomversnelling; er zijn elektronische patiëntendossiers, zorgsystemen en applicaties die wat zeggen over leefstijlactiviteiten. Medische instrumenten en sensoren worden steeds kleiner en betaalbaarder waardoor patiënten/ cliënten zelf metingen kunnen doen (indien mogelijk). Ook kunnen zorgvragers steeds vaker digitaal afspraken maken of recepten aanvragen. Daarnaast vindt elektronische communicatie plaats over cliëntgegevens en uitslagen en wordt onderling digitaal contact tussen cliënten gefaciliteerd.

 WERKEFFICIËNTIE

Een groot probleem in de zorg is dat er veel tijd verloren gaat aan secundaire processen. Zo zijn zorgverleners bijna 40 procent van hun tijd kwijt aan administratie. Het blijkt dat nog veel data handgeschreven worden overgedragen. Veel van deze handelingen zijn dubbel werk, kosten veel tijd en zijn foutgevoelig. Door deze processen te digitaliseren, kunnen zorgmedewerkers veel tijd en ergernis besparen. Digitale werkplekken maken niet alleen processen gemakkelijker, ze integreren ook meerdere functies. Daardoor kunnen zorgmedewerkers gemakkelijker bij de oplossingen die ze nodig hebben. Dat scheelt enorm veel schakelen tussen verschillende tools. Daarnaast helpen digitale werkplekken efficiënter vergaderen en samenwerken. Ook de intake van patiënten kan dankzij digitale technologie goedkoper én tegelijkertijd klantvriendelijker. Chatbotsystemen helpen bellende of chattende patiënten sneller en gemakkelijker aan de gewenste informatie te komen. Volgens onderzoek kunnen chatbots in 2020 in 90 procent van de gevallen menselijke taken overnemen. Het onderzoek voorspelt dat de succesratio van intakes door de inzet van chatbots stijgt van de huidige 12 procent naar 75 procent (Wortell).

“Als je op het fenomeen van digitalisering ingaat. Een heel belangrijk onderdeel is het uitwisselen van gegevens tussen professionals. Momenteel is dat nog erg beperkt. Het is soms wel beter op regionaal niveau tussen huisartsen en apothekers, maar tussen ziekenhuizen en huisartsen is het heel slecht. Digitalisering is dus nog echt een vraagstuk waarvan minister Bruins nu ook wel heeft gezegd dat gegevensuitwisseling tussen zorgprofessionals via de digitale route een uitgangspunt is”
– Tjitte Alkema, De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). 

 HET INTERNET OF MEDICAL THINGS

Binnen Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg wordt er ook steeds meer gewerkt met IoT- toepassingen. We spreken in de deze drie branches dan vaak ook over het Internet of Medical Things (IoMT).  Het IoMT is aan een flinke opmars bezig en verbindt bezoekers, patiënten en medewerkers met elkaar. Ook steeds meer medische apparaten, beveiligingsapparatuur of sensoren krijgen een netwerkverbinding en kunnen zo waardevolle gegevens delen met de zorginstellingen. Verschillende afdelingen binnen één zorginstelling worden zo beter met elkaar verbonden, maar ook zorginstellingen extern zijn beter verbonden met andere partijen. Verder is de verwachting dat wearables in de toekomst bij veel behandelingen een rol gaan spelen. Naast de wearables die we nu kennen zoals armbanden en horloges, zullen we in de toekomst hoogstwaarschijnlijk te maken krijgen met ‘wearables’ in de vorm van (onderhuidse) tatoeages. 

Door middel van deze technologie kan de gezondheid van patiënten gemonitord worden. Stress, pijn in de borst, adem te kort of bijvoorbeeld diabetes kunnen direct worden opgemerkt. Daarnaast zullen patiënten overal en altijd toegang hebben tot hun persoonlijke medische gegevens en zullen ze via verschillende mogelijkheden, zoals chatsystemen, contact met hun behandelaar kunnen opnemen.

Elise Nieuwshof, ‘S Heeren Loo

Zorgprofessionals moeten meer met digitale middelen doen. Dit is niet waar ze (nog) veel zelfvertrouwen in hebben. Studenten moeten leren hoe je een applicatie gebruikt en professionele applicaties beheert.

IoMT kan ook worden gebruikt om medische apparatuur zoals MRI- en CT-scanners op afstand toegankelijk te maken. Een arts van een ander ziekenhuis kan dan via internet meekijken voor een eventuele second opinion. IoMT maakt het ook mogelijk om patiënten op afstand te bewaken door apparaten als pompen en pacemakers via een netwerkverbinding te monitoren (Rathenau Instituut3). Er kan dan indien nodig ook adequaat ingeregen worden op momenten dat het nodig is. Met monitoring en controle op afstand, kunnen patiënten eerder naar huis of zelf langer thuis (blijven) wonen.

“De apotheek werkt steeds vaker met  automatische herhaalmedicatie. Dat betekent dat patiënten via online platforms hun herhaalmedicatie kunnen aanvragen en dat ze een code krijgen waarmee de medicatie kan worden opgehaald. Soms kunnen patiënten ook medicijnen ophalen uit een soort kluisje buiten de openingstijden van de apotheek. In dat geval zien de assistenten de patiënten niet . Dit vraagt om andere vormen van communicatie voor de medicatiebegeleiding zoals telefonisch of digitaal. ‘De vaardigheden die hiervoor nodig zijn vragen soms om ontwikkeling.’
– Pauline Hoogerwerf, SBA

 3D- MONDSCANNERS IN MONDZORG

In de mondzorg vinden veel vernieuwingen plaats op het gebied van digitale technologieën. Naast het contact met patiënten dat vooral gedigitaliseerd is, veranderen er ook een heleboel technieken. Voorbeelden hiervan zijn digitale röntgenapparaten en 3D-mondscanners waarmee het maken van gipsafdrukken kan worden vervangen. Digitale beeldvorming kan bijdragen aan het vaststellen van een diagnose, maar kan ook worden ingezet om gebitsontwikkeling bij patiënten te volgen. Verder zijn er diverse ontwikkelingen op het gebied van CAD-CAM ten behoeve van het maken van kronen en bruggen.

Hans van Zijp, KNMT

De digitalisering neemt overal toe. Dat is in de tandheelkunde niet anders. Het contact gebeurt digitaal, maar ook een heleboel technische handelingen digitaliseren. Afdrukken nemen doet binnenkort iedere tandarts digitaal. Was daar nog niet zo lang geleden een fors apparaat voor nodig, tegenwoordig kan het ook al met een laptop, de ontwikkelingen gaan razendsnel! Tandartsassistenten moeten mee gaan in de digitalisering en de nieuwe werkwijze die daarbij hoort. Ik denk dat daar ook het onderwijs op aangepast moet worden.

 DIGITALISERING STAAT NOG IN DE KINDERSCHOENEN

Echter zijn we nog niet zo ver, binnen Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg wordt digitalisering nog maar mondjesmaat toegepast. Innovatie kan de processen makkelijker doen verlopen, maar de integratie hiervan staat nog in de kinderschoenen.

Digitalisering moet vooral zorgen voor efficiënter werken voor medewerkers en zelfredzaamheid voor patiënten/ cliënten. Los van de digitale patiëntendossiers wordt er ook een digitaliseringsslag gemaakt in de omgang met patiënten en cliënten. Zo kunnen patiënten met een zware aandoening zoals reuma of hartkwalen makkelijker contact leggen via tablet met de arts. Dit scheelt een reis naar het ziekenhuis wat voor bijvoorbeeld COPD-patiënten een enorme verlichting is. Binnen welzijn is er een app waarmee cliënten zelfstandig kunnen reizen en oefenen. Lichtverstandelijke gehandicapte jongeren kunnen nu zelfs met een VR-applicatie oefenen om beter voor zichzelf op te komen. Ook helpt digitalisering om het sociale systeem van een cliënt goed te informeren. Ouders kunnen bijvoorbeeld ondersteuningsplannen en rapportages direct inzien. 

Sociaal werk is in de eerste plaats mensenwerk. We zien wel meer digitale platforms, steeds meer apps (vooral bij jongerenwerk) en bijvoorbeeld online mogelijkheden om maatjes, vrijwilligers en hulpvragers te koppelen. Vooral  rond schuldhulp worden ook door gemeenten en andere partijen apps ontwikkeld. Punt is dat veel van de bewoners waar wij mee te maken hebben juist moeite hebben met lezen, armoede, taal of laag IQ”
Edwin Luttik, Sociaal Werk.

Impact beroepsonderwijs

Digitale vaardigheden aanleren klinkt als een open deur. Toch zijn studenten vaak minder digitaal aangelegd dan verwacht. Het gaat erom dat je in de zorg digitaal vaardig kunt zijn (bijvoorbeeld het eigen maken van systemen). Digitalisering zorgt voor een efficiëntere manier van werken, daar moet ook op worden ingespeeld in het onderwijs. Digitale vaardigheden gaan verder dan alleen het kunnen gebruiken van apparatuur. De vaardigheden zijn verweven met de zorginhoudelijke competenties van zorgprofessionals. Ze bestaan uit de volgende deelvaardigheden:

  • Bedieningsvaardigheden: weten welke functies de eHealth-applicatie biedt en hoe deze te bedienen is;
  • Informatievaardigheden: weten waar informatie te vinden is en die beoordelen op bruikbaarheid en betrouwbaarheid;
  • Didactische vaardigheden: uitleg geven aan zorgvragers, mantelzorgers en collega’s over eHealth-applicaties en waartoe deze dienen;
  • Afwegingen kunnen maken over de inzet van eHealth: weten wanneer en voor welke zorgvrager/mantelzorger eHealth verantwoord te gebruiken is voor preventie, diagnose, behandeling en/of monitoring;
  • Communicatieve vaardigheden: kennis van de geschreven en ongeschreven regels en van de risico’s van communiceren via eHealth-toepassingen;
  • Ethisch en veilig omgaan met eHealth: veilig vastleggen van gegevens, omgang met privacy en de beveiliging van gegevens;
  • Gegevensuitwisseling in de keten: integratie van digitale en niet-digitale overdracht, nauwkeurig, begrijpelijk en eenduidig rapporteren en doublures voorkomen;
  • Meedenken in de ontwikkeling van eHealth-applicaties: inzicht in zorgprocessen, de organisatie daarvan en de kansen voor eHealth innovaties kunnen inschatten.

Bij digitalisering loop je aan tegen het gebrek aan vaardigheden bij medewerkers. Bijvoorbeeld het persoonlijk begeleiden via WhatsApp of andere apps. Maar als iemand goed kan omgaan met zijn of haar mobiel maakt dat hem of haar nog niet digitaal vaardig. Men is pas digitaal vaardig als ze makkelijk met Word en andere systemen overweg kunnen. Elke instelling heeft zijn eigen keuze gemaakt qua ICT-leverancier. Als professional zou je dus makkelijk en snel nieuwe administratiesystemen moeten aanleren en erop anticiperen”
– Aart Bertijn,
Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN).

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS ZORG, WELZIJN EN ASSISTERENDE GEZONDHEIDSZORG