De zorg naar een hoger niveau

5. Functiedifferentiatie

Ontwikkelingen in de maatschappij en in de branches Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg zorgen ervoor dat er in de toekomst behoefte is aan een andere mix van kennis, vaardigheden en gedrag van professionals. Een voorbeeld van zo’n ontwikkeling is bijvoorbeeld meer preventiebeleid of de stijging van informele zorg. In de huidige context gaat het eerder om ‘horizontale functiedifferentiatie’ wat specialisatie betekent. Door de tekorten in de branches Zorg, welzijn en assisterende gezondheidszorg kan horizontale differentiatie een oplossing bieden.  

 VAN CURATIEF NAAR PREVENTIEF

Zowel in Zorg, welzijn als in de assisterende gezondheidszorg neemt de aandacht toe voor vroegtijdige signalering van risicovolle situaties, en tijdige interventie ter voorkoming van zwaardere ondersteuning en zorg. De focus op bestrijding van ziekte en intensieve ondersteuning verschuift naar een focus op behoud van gezondheid en eigen kracht door aanpassing van leefstijl en preventie. Deze ontwikkeling wordt versterkt doordat er steeds meer informatie beschikbaar is over wat wel en niet gezond is. Preventieve zorg is een uitdaging omdat patiënten en cliënten meestal pas in contact komen met een professional als er een zorgvraag is. Het vraagt van zorgprofessionals een andere manier van aanpakken en andere vaardigheden.

“Er is steeds meer focus op preventie en gezondheidsbevordering. Apotheken zijn veelal gericht op behandeling van aandoeningen. Nu gaat het ook over preventie en gezondheid bevorderen. Dat vraagt andere vaardigheden van het apotheekteam. Een patiënt komt met een recept voor hart- en vaatziekten. Die zou je kunnen adviseren om bijvoorbeeld te stoppen met roken. Of iemand die ongezond eet, advies geven over vitamines en mineralen. Het is dus steeds meedenken met de patiënt en daarnaar handelen. Doktersassistenten doen dat ook, maar apothekersassistenten kunnen direct iets leveren vanuit de handverkoop. Die kunnen dus meer ‘producten’ eraan koppelen”
Pauline Hoogerwerf, Stichting Bedrijfsfonds Apotheken (SBA).

 MEER VERANTWOORDELIJKLHEID

Zorgprofessionals werken niet langer alleen in zorgorganisaties, maar ook in wijkteams, netwerken en steeds vaker als zzp’er. Hun rol en functie verandert. Dit komt mede door een nieuw concept van gezondheid, waarbij niet de ziekte centraal staat, maar veerkracht en zelfmanagement. Veel banen in de zorg krijgen een bredere invulling. Nieuwe taken zijn bijvoorbeeld het vervullen van een poortwachtersrol, signalering en samenwerken met mantelzorgers en vrijwilligers. 

Een andere ontwikkelingen die samenhangt met functiedifferentiatie is de toenemende verantwoordelijkheid voor zorg, welzijn en assisterende professionals. Zo moeten bijvoorbeeld tandartsassistenten patiënten injecteren, polijsten en afdrukken nemen. De verpleegkundige en verzorgenden hebben naast het verlenen van zorg ook steeds meer regeltaken.

“Tandartsassistenten krijgen steeds meer verschillende taken. Omdat er tegenwoordig steeds meer gedifferentieerde tandartsen komen (parodontologie, endontoloog en implantoloog), is er ook meer vraag aan gespecialiseerde tandartsassistenten die speciaal bij specifieke behandelingen kunnen assisteren. Dus ook binnen het beroep tandartsassistent is er sprake van beroepsdifferentiatie”
Hans van Zijp, Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT).

 HERSCHIKKING VAN TAKEN

Onder functiedifferentiatie wordt het herschikken van taken in nieuwe en/of hernieuwde functies verstaan. In het geval van horizontale functiedifferentiatie worden professionals met een specialisatie of aandachtsgebied ingezet voor een bepaalde groep cliënten. Bij verticale functiedifferentiatie gaat het om onderscheiding van beroepsgroepen, als voorbeeld het onderscheid tussen de mbo- en hbo-verpleegkundigen. De complexiteit van de zorgvraag is veranderd en ook de doelgroep zorgvragers die soms meerdere (chronische) ziekten en multi-problematiek hebben. Zo ontstaan er dus ook meer verschuivingen in functies, denk hierbij aan bijvoorbeeld meer taken voor niveau 2 of een uitbreiding van taken voor niveau 3.

Zorgprofessionals krijgen ook steeds meer te maken met ‘functie mix’. Dit vraagt om andere, meer persoon gerichte zorg en verdere professionalisering van het vak. Daarnaast is er een tekort een verpleegkundigen en verzorgenden door onder andere de groeiende vraag naar zorg. Om hierop in te spelen is door de beroepsvereniging een onderscheid in het vak in gang gezet van één verpleegkundigen functie naar twee beroepsprofielen, gebaseerd op opleidingsniveau. De ‘verpleegkundige’ is verantwoordelijk voor dagelijkse zorg aan patiënten met vastgestelde richtlijnen en protocollen. De ‘regieverpleegkundige’ heeft naast de rol van verzorgende ook een regierol over het totale zorgproces en is een reflectieve zorgprofessional. Vanaf 2020 wordt deze verandering doorgevoerd in het BIG-registratie en zal herregistratie op basis van deskundigheid voor deze nieuwe profielen plaatsvinden. Of deze verandering wordt doorgezet is doorgaans niet duidelijk vanwege de vele protesten van verpleegkundigen.

Marco Borsboom, FNV

Wat zeker een trend is, er wordt binnen en buiten verpleeghuizen erg gekeken naar functiemix. Wat heb ik nodig en wat heb ik mensen te bieden? Het kwaliteitskader stelt ook dat er veel meer gekeken moet worden naar wat cliënten nodig hebben.

Binnen de kinderopvang komen in en tussen organisaties en samenwerkingspartners meer combinatiefuncties voor. Ook is binnen de functie van pedagogisch medewerker een grotere differentiatie aan taken, inhoud en verantwoordelijkheden gegroeid. Het functiegebouw sluit daardoor niet altijd meer aan op de praktijk. Het gaat dan om bijvoorbeeld instroomfuncties (start bekwaam versus vakbekwaam) en diverse soorten van combifuncties. 

“Je ziet ook wel in de kinderopvang meer functiedifferentiatie ontstaan. Het is niet allemaal maar één pot nat. Denk aan de functies pedagogisch medewerker, gespecialiseerd pedagogisch medewerker, beleidsmedewerker en coach. Dit is een leuke ontwikkeling die meer doorgroeimogelijkheden betekent voor medewerkers”
Carla Schipperheijn, Brancheorganisatie Kinderopvang.

 INFORMELE ZORG

De zorgprofessional verandert in zijn rol en functie. Er ontstaat een nieuw concept van gezondheid, waarbij niet de ziekte centraal staat maar veerkracht en zelfregie. Het leggen van verbindingen in het netwerk van zorg en ondersteuning, samenspel met cliënten en informele zorg wordt belangrijker. Ook zijn er meer mantelzorgers en vrijwilligers die de informele zorg op zich nemen.

Er wordt steeds een driehoek getekend: cliënt, familie en begeleider. Het gaat niet om de discussie aan gaan maar meer om het vormen van een dialoog. En vooral het leren over de-escaleren is zo belangrijk. De kunst is niet om gelijk te krijgen, maar om de situatie om te buigen”
– Elise Nieuwhof, ’s Heeren Loo.

 FLEXIBILISERING ZORG

De werkdruk en administratieve lasten stijgen voor de meeste zorgprofessionals. De tijd aan administratie en registratie is soms wel meer dan de tijd voor patiënten en cliënten. Dit maakt het werk voor professionals vaak minder leuk en zorgt ervoor dat een deel van het vast personeel ontslag neemt om zich vervolgens als zzp’ers weer in dienst te nemen. Dit heeft als gevolg dat de werkdruk en administratie voor het vaste personeel stijgt.

Vroeger werkte je je hele leven in de zorg, dat wordt nu steeds minder. Door die werkdruk wordt de zorg onaantrekkelijker. Er is geen gegarandeerde werkgelegenheid wat ervoor zorgt dat mensen sneller weg stromen. Zeker in deze tijden, waar bijna alle sectoren staan te springen om personeel. We zien ook wel dat jongeren kiezen voor een flexibele indeling van hun carrière pad, en bijvoorbeeld voor meerdere werkgevers werken”
– Marco Borsboom, FNV.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt dringt dus ook door in de zorgsector. In de gezondheids- en welzijnszorg werken 1,4 miljoen mensen. De sector is qua werkgelegenheid sterk afhankelijk van politiek-bestuurlijke besluitvorming, bezuinigingen of juist extra uitgaven. Het aantal werkenden met een flexibel arbeidscontract is gestegen, van 14 procent in 2003 naar 21 procent in 2015. Een groot deel van de mensen die werkzaam zijn in de zorg, Welzijn, jeugdzorg en kinderopvang heeft een vast contract met vaste uren, terwijl ruim tien procent een contract heeft zonder vaste uren (dit zijn zowel vaste als tijdelijke contracten en is inclusief de oproep- of invalkrachten). Ruim 21 procent is dus werkzaam als zelfstandige. De (relatieve) omvang van de flexibele schil is in de periode 2010- 2015 toegenomen en het aandeel van mensen met een vast contract en vaste uren is afgenomen (van 66 procent naar 62 procent) (CBS5). In de branches huisartsen en gezondheidscentra, GGZ en kinderopvang werken de meeste zzp’ers, terwijl in de verpleging, verzorging, thuiszorg en kinderopvang het aandeel mensen met een contact zonder vaste uren het hoogst is (CBS5).

De administratieve druk is waanzinnig toegenomen. Alles moet verantwoord worden. Iedere stakeholder wil alles op papier en mail. Het heeft ook te maken met het aantal cliënten dat is toegenomen. Je krijgt dan ook nog eens de privacywet, wat allerlei aparte programma’s als gevolg heeft”
Steven Peters, Middin.

Impact beroepsonderwijs

Studenten moeten in het onderwijs voorbereid worden op een breder palet aan werkzaamheden. Je hebt hoofdtaken, maar ook een stijging van regel- en extra taken. Dit betekent dat studenten flexibiel moeten zijn en creatief in het oplossen van problemen. De uitdaging is om een goede balans te vinden in werkzaamheden en de verdeling daarvan op één dag. Daarin zijn tijdsmanagement en wederom communicatieve skills nodig. Communicatieve skills in relatie tot de functiedifferentiatie betekent vooral ‘op tijd hulp kunnen vragen’ en goed kunnen communiceren met mantelzorgers. Het betekent ook dat studenten meer moeten signaleren en de juiste collega’s tijdig moeten raadplegen. Daarbij is dus ook kennis nodig van andere disciplines.

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS ZORG, WELZIJN EN ASSISTERENDE GEZONDHEIDSZORG