Sport dient meerdere doelen

1. Groeiende maatschappelijke rol van sport

Nederland profileert zich graag als ‘sportland’. Op het gebied van topsport zijn er veel ambities, maar ook de breedtesport is van groot belang. Sport is verschoven van een marginaal cultureel verschijnsel naar een maatschappelijk belangrijk fenomeen (Hoekman, Elling en Schaars). De alledaagse ervaringen van mensen in de sport, een toenemend maatschappelijk geloof in de ‘kracht van sport’ én de toenemende urgentie rondom maatschappelijke problemen zoals overgewicht, ‘leefstijlziekten’ (o.a diabetes type 2 en cardiovasculaire aandoeningen) en de (re)socialisatie en maatschappelijke integratie van kwetsbare groepen hebben bijgedragen aan stijgende beleidsverwachtingen rondom sport (Mulier Instituut).

Jo Lucassen, Mulier instituut

De sport en bewegen branche raakt steeds intensiever verbonden met andere domeinen. Met gezondheidszorg maar ook participatie en leefbaarheid. Ook die verbinding met cultuur is iets wat meer en meer in beeld komt. De verbinding met beleidssectoren wordt intensiever en breder. Sport wordt vaker ingezet als middel voor het bevorderen van bijvoorbeeld gezondheidszorg of participatie.

SPORT MEER IN BEELD BIJ ANDERE SECTOREN

Sport wordt steeds minder een doel op zich, maar steeds meer een middel om diverse maatschappelijke doelen en gemeentelijke opgaven te realiseren. Denk aan de inzet van sport en bewegen bij het terugdringen van gezondheidsachterstanden en de inzet binnen de zorg- en welzijnssector. Tevens biedt sport steeds meer kansen voor de economische ontwikkeling van gemeenten: sport kan ingezet worden bij citymarketing en er is ruimte voor innovaties.

De afgelopen jaren is sport langzaam meer in beeld gekomen bij andere sectoren. Zo zijn er enerzijds samenwerkingsverbanden tussen sportorganisaties en anderzijds met jeugd-, jeugdzorg- en onderwijsinstellingen. Daarmee is er meer aandacht gekomen voor de maatschappelijke, participatieve, pedagogische en gezondheidswaarde van sport en bewegen voor jeugd. Die waarde wordt steeds breder onderschreven en dat is ook terug te zien in landelijke en lokale gezondheids-, onderwijs- en jeugdnota’s. Steeds vaker wordt daarin verwezen naar en een link gelegd met sportbeleid. Ook binnen het jeugdbeleid is sport de laatste jaren dus meer in beeld gekomen.

“Een ontwikkeling is de verbinding van sport met zorg en welzijn. Een voorbeeld is de nieuwe functie/rol: de beweegmakelaar. Deze persoon koppelt sportaanbod van verenigingen aan de mensen die meer moeten sporten en bewegen. De mensen worden vaak doorverwezen vanuit de 1e en/of 2e-lijns zorg (ziekenhuis/huisarts). Het gaat dan bijvoorbeeld over mensen met obesitas, hartfalen of COPD”
– Jan Minkhorst, NOC*NSF.

SPORT EN BEWEGEN VOOR MAATSCHAPPELIJK BELANG

Sport en bewegen zorgt voor sociale interactie en wordt steeds vaker ingezet voor een maatschappelijk doel. Zeker sinds de decentralisatie van overheid naar gemeenten. Zo wordt geprobeerd om mensen via sport of het werken voor sportclubs makkelijker naar de arbeidsmarkt te leiden. Ook wordt sport vaker ingezet om burgers langer mobiel en gezond te houden zodat zij bijvoorbeeld langer zelfstandig kunnen wonen.

Zo past het sportdoel ‘meedoen en verenigingsleven bevorderen’ perfect in het huidige welzijns- en participatiebeleid van gemeenten. Vanuit het doel ‘gezondheid bevorderen door te bewegen’ vindt de sportwereld aansluiting bij het volksgezondheidsbeleid, zowel lokaal als landelijk (SCP).

Om gemeenten te ondersteunen in het creëren van voldoende sport- en beweegaanbod voor alle inwoners van jong tot oud, investeert het ministerie van VWS in de uitbreiding en een bredere inzet van combinatiefuncties met extra buurtsportcoaches. Buurtsportcoaches hebben als specifieke opdracht het organiseren van een sport- en beweegaanbod in de buurt en het maken van een verbinding tussen sport- en beweegaanbieders en andere sectoren zoals zorg, welzijn, jeugdzorg en kinderopvang en onderwijs. Doordat zij zowel werkzaam zijn bij een sport- of beweegaanbieder als in tenminste één andere sector, dragen zij eraan bij dat meer mensen in hun eigen nabije omgeving kunnen sporten en bewegen.

SPORTEN ALS CURATIEF EN
PREVENTIEF MIDDEL

In de gezondheidszorg gaat steeds meer aandacht naar het stimuleren van gezond gedrag in plaats van behandeling en genezing. Sport en beweging kunnen een rol spelen bij de preventie van zowel fysieke als cognitieve gezondheidsklachten. Met fysieke gezondheid worden zaken als gewicht en verschillende (chronische) ziekten bedoeld. Met cognitieve gezondheid worden bepaalde hersenfuncties, zoals het geheugen en concentratievermogen bedoeld. Gezondheid is echter een veel breder begrip: het gaat ook om het mentale en sociale welzijn. Zowel in het commerciële circuit als in de gezondheidszorg streeft men ernaar dat mensen zich gezonder en/of zich weer gezond gaan voelen. Behandelplannen in de gezondheidszorg en trainingsschema’s in sportcentra worden op maat gemaakt. Vervangen door: Zowel preventief als curatief geldt bewegen als een prima middel voor het verbeteren van de gezondheid.

Ap te Winkel, Graafschap College

Het systeem dat we hebben voor de financiering van de gezondheidszorg is nog teveel gebaseerd op ziek zijn, niet op gezond zijn. Tegenwoordig zie je een langzame verschuiving richting ‘positive health’ wat gezondheid definieert als mensen die bewegen, gezond eten en een betekenisvol leven leiden. Tot voor kort werd er veel te weinig geïnvesteerd in preventie, maar tegenwoordig komt daar veel meer aandacht voor.

Impact beroepsonderwijs

Dat sport en bewegen meerdere sectoren includeert geeft goede vooruitzichten voor het arbeidsperspectief van sportprofessionals. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat sportprofessionals multi-inzetbaar of breder inzetbaar worden. Zo kunnen ze bijvoorbeeld binnen verschillende domeinen terecht. Omdat de gezondheidszorg een van de sectoren is die hierin een belangrijke rol spelen zouden sportstudenten meer kennis moeten opdoen van bepaalde ziektebeelden, zoals longziekten en hart- en vaatziekten. Op het moment dat studenten hier meer achtergrond in verkrijgen kunnen er betere op de patiënt afgestemde behandel/trainingsschema’s gemaakt worden. Ook is het goed om studenten bewust te maken van de verschillende contexten waarin sport tegenwoordig een prominentere rol is gaan spelen. Zo kunnen zij verschillende terreinen ontdekken en gerichter hun carrière pad uitstippelen.

In de samenwerking met andere sectoren hebben sportfunctionarissen vaak heel nadrukkelijk de verbindende rol in het contact met andere organisaties. Dit vraagt bepaalde capaciteiten van de afgestudeerde en verdient aandacht in het opleidingsprogramma.

Ik denk dat je vroeger een sport deed of naar de sportschool ging en dan werd je gymleraar. Tegenwoordig is de functie sport en bewegen veel breder inzetbaar. Je ziet bijvoorbeeld een buurtsportcoach die de verbindende rol heeft of dat de professionals multi-inzetbaar worden om sport te stimuleren in verschillende sectoren. Ik denk dat we studenten daar meer op moeten voorbereiden, zodat ze weten dat ze bij meerdere instellingen terecht kunnen komen dan alleen die gymleraar in de gymzaal.”
Floor Gunst, NCOI Opleidingen. 

Jan Minkhorst, NOC*NSF

Er is vaker een samenwerking bijvoorbeeld met een buitenschoolse opvang waarbij kinderen minimaal 1 uur sporten en bewegen wordt aangeboden. Er zijn inmiddels ook verenigingen die bijvoorbeeld statushouders een dagopvang bieden met diverse activiteiten zoals koken, sporten, taallessen enz. of verenigingen waarbij mensen met een beperking dagbesteding krijgen. Vaak gebeurt dit in een intensieve samenwerking met organisaties vanuit betrokken sectoren.

SPORT EN BEWEGEN INHOUDSOPGAVE