De grenzen vervagen

4. Branchetransformatie

Door de branchevervaging in het sociaal domein en de eerstelijnszorg wordt door verschillende branches zorg en ondersteuning geboden. Dit heeft gevolgen voor het toekomstige benodigde functieniveau per zorgbranche en over branches heen. Bovendien neemt de werkdruk in de Zorg, welzijn en assisterende gezondheidzorg toe, mede als gevolg van de toenemende bureaucratie, en worden zwaardere eisen gesteld aan de professionaliteit van sociale werkers. De werkzaamheden in welzijn veranderen en er treedt branchevervaging op met bijvoorbeeld Jeugdzorg, maar ook andere branches die actief zijn in de wijkteams.

“Voor het werken in wijkteams wordt van specialistische professionals verwacht dat zij kunnen werken als generalisten in een generalistische functie die voor iedere functionaris van dat wijkteam geldt. Dit levert natuurlijk enkele vraagstukken op, zoals; hoe behoud je de kennis van je specialisme? Hoe ga je om met de (soms verschillende) belangen van een wijkteam en je specifieke werkgever etc.”
Rian van Nispen, FNV.

 DECENTRALISATIE VERSNELT ONTSCHOTTING

De transities in het sociaal domein en de verschuiving van derdelijns naar tweedelijns en van tweedelijns-, intramurale zorg naar eerstelijnszorg ontwikkelen steeds verder. De inzet van verpleegkundigen buiten de ziekenhuismuren leidt tot een verschuiving van werkgelegenheid van tweede naar eerste lijn. Door de verschuiving van zorgtaken naar de eerste lijn zal de huisartsenzorg blijven groeien door de toename van chronische aandoeningen en de complexere zorgvraag. Er treedt tevens een verschuiving op van GGZ naar de huisartsenzorg. Het leidt in bijna alle branches tot een meer complexe werkomgeving en een hogere werkdruk. De grenzen van de gezondheidszorg en tussen organisaties, branches en lijnen vervagen: er wordt volop ‘ontschot’. De gezondheidszorg verbreedt en raakt steeds meer aan de welzijn en volksgezondheid. Deze verbreding is niet alleen zichtbaar bij organisaties, branches en lijnen in de zorg, maar ook bij de verschillende domeinen waaronder wonen, werken, onderwijs en zorg. Verschillende problemen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Bij het streven naar samenhangende zorg met de cliënt als uitgangspunt, moeten zorgorganisaties en zorgprofessionals verder kijken dan hun eigen aanbod en belangen. De decentralisatie heeft ‘ontschotte’ manier van samenwerken versneld. Gemeenten staan dichter bij de burger en streven naar een integrale aanpak. Er komen steeds meer multidisciplinaire teams van specialisten die nauw met elkaar samenwerken. Dit gebeurt (al) onder meer bij de aanpak van ziektebeelden als COPD en obesitas en bij de behandeling van psychische aandoeningen.

“De contacten worden steeds warmer omdat we op bepaalde terreinen dezelfde dingen willen bereiken. Er wordt op steeds meer vlakken samen gewerkt. Daarnaast ontstaan er ook instellingen die én ouderenzorg, maar ook revalidatie en gehandicaptenzorg aanbieden. Er zijn behoorlijk wat instellingen die onder twee of drie branches vallen en die kijken ook of personeel uitgewisseld kan worden. Er zit echter wel een cultuurverschil tussen de verschillende zorgvormen. Als het echt deze kant op gaat is de vraag wel wat dit betekent voor de professional? Het zal belangrijker worden dat zij kunnen schakelen tussen verschillende doelgroepen”
– Aart Bertijn, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN).

Ook in de apothekersbranche is er een verschuiving gaande. Er is sprake van enerzijds schaalvergroting bij bestaande aanbieders en anderzijds een stijging van het aantal apothekerscollectieven en/of apotheekketens. Daarnaast vindt er minder bereiding plaats in de apotheek en wordt er steeds meer uitbesteed aan collega-apothekers (grootbereiding).

 PUBLIEK VS-privaat

Door de focus op een domein overstijgende aanpak en maatschappelijk rendement, wordt het domein van de gezondheidszorg verder opgerekt. Het wordt, zoals gezegd, diffuser wat er wel en niet onder zorg valt. Deze ‘identiteitsvervaging’ wordt versterkt doordat steeds meer private partijen de zorg betreden. Zo biedt hotelketen Van der Valk gasten gekwalificeerde revalidatiezorg aan en verzorgt Albert Heijn speciale kant-en-klaarmaaltijden voor bewoners van zorgwoningen. De auteurs van het rapport ‘Nieuwe financieringsvormen voor publieke waarde’ stellen dat publiek ondernemerschap de concurrentie kan aangaan met bestaande overheidstaken en -voorzieningen – zoals zorg en sociale verzekeringen – en deze zelfs kan vervangen. Volgens de auteurs is het de rol van de overheid om een vangnet te bieden voor alle gevallen waarin publieke initiatieven achterwege blijven. Voor al het andere geldt dat er geen principiële reden is om te veronderstellen dat de overheid betere of efficiëntere voorzieningen kan organiseren. Niet alleen betreden in toenemende mate private partijen de zorg, ook de zorg zelf verbreedt en is steeds meer naar buiten gericht.

Zo zien we zorgorganisaties aparte labels oprichten waarin niet-verzekerde ‘zorg’ – zoals aanvullende mantelzorg, hulp bij de administratie en klusjes in huis – wordt aangeboden. Ook de verplaatsing van zorg naar mantelzorgers en vrijwilligers maakt dat de grenzen van (professionele) zorg vervagen.

Je ziet dat de kinderopvang steeds meer onderdeel gaat uitmaken het sociale domein, dat betekent ook iets voor de professionals. De T-shaped professional is dat elke professional zijn eigen expertise houdt, maar daarbovenop wel leert hoe er met andere disciplines kan worden samengewerkt”
Carla Schipperheijn, Brancheorganisatie Kinderopvang

Impact beroepsonderwijs

Branchetransformatie verhoogt samenwerking. Voor het goed kunnen samenwerken is het belangrijk dat studenten leren in een leerklimaat waar ze continu worden uitgedaagd de verbinding met elkaar op te zoeken. Leeromgevingen waarin ze gestimuleerd worden actief te zijn, in beweging te komen, samen te werken en buiten de grenzen van hun eigen vakgebied te kijken of in zekere hoogte naar vakken die tegen het eigen vakgebied aan grenzen. Door het samenwerken, raken de leerlingen intrinsiek gemotiveerd, zijn bereid om problemen op te zoeken, gaan uitdagingen aan, verkennen nieuwe dingen en onderzoeken wat wel of niet goed werkt in hun eigen specifieke (werk)omgeving. Het accent ligt verder op het vermogen om steeds meer te leren en nieuwe vaardigheden op te doen. 

Hoe je deze vaardigheden vervolgens snel en effectief kunt toepassen in nieuwe uitdagende situaties hoort daar ook bij. Het onderscheid tussen leer- en werkomgeving wordt veel kleiner. Leervermogen wordt het belangrijkste criterium voor toekomstig succes. In de nabije toekomst is het voor een studenten noodzakelijk om zich voortdurend te ontwikkelen en aan te passen aan de exponentiële ontwikkelingen. De snelheid waarmee je zelfkennis en vaardigheden kunt verwerven wordt belangrijker dan de kennis op zich. Skills die nadruk leggen op co-creatie flexibiliteit, multidisciplinair samenwerken en ondernemerschap zorgen ervoor dat studenten moeiteloos kunnen mee gaan in de ontwikkeling die ervoor zorgen dat grenzen tussen sectoren vervagen.

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS ZORG, WELZIJN EN ASSISTERENDE GEZONDHEIDSZORG