Kiezen voor verbreding of ketenverkorting

5. Nieuwe businessmodellen

De grenzen tussen productie, groothandel en retail vervagen. Veel biologische bedrijven zijn multifunctioneel actief in agrarisch natuurbeheer, agrotoerisme en streekproducten. De openstelling en openheid van de bedrijfsvoering versterkt de belevingswaarde van biologisch voor de maatschappij. De in omvang en welvaart toenemende wereldbevolking biedt nog volop kansen voor schaalvergroting: uitbreiding van op duurzame bulkproductie gerichte verdienmodellen. Ook binnen de branche van dierverzorging en hoveniers is sprake van schaalvergroting en verbreding van het assortiment/diensten.

 MULTIFUNCTIONEEL

Ondanks de schaalvergroting is volgens de gegevens van Agrimatie het merendeel van de huidige bedrijven in de land- en tuinbouw te klein om uit het bedrijf een marktconforme beloning van arbeid en kapitaal te halen. In sommige gevallen zijn er aanvullende inkomsten nodig uit andere activiteiten. Dit kan een camping of bed and breakfast zijn, of een winkel aan huis (UWV2). Eén op de vier Nederlandse boeren en tuinders heeft tegenwoordig een multifunctioneel bedrijf. Naast de agrarische productie doen zij bijvoorbeeld aan zorglandbouw, kinderopvang, boerderijeducatie, boerderijverkoop, natuurbeheer of recreatie. De totale omzet van deze multifunctionele bedrijven verdubbelde tussen 2014 en 2019. De omzet van de multifunctionele landbouw wordt in 2018 geschat op bijna 890 miljoen euro. Dat is ruim 400 miljoen euro meer dan in 2013. In 2007, toen de eerste meting plaatsvond, bedroeg de omzet een kleine 300 miljoen euro. De omzetgroei deed zich voor in alle activiteiten, behalve boerderijeducatie (WUR7). Jules Sanders (LTO) bevestigt dat het goed is om in een multifunctionele landbouw te investeren: “Een relatief nieuw verdienvermogen is investeren in multifunctionele landbouw. Dus niet meer koeien of groente maar juist die multifunctionele activiteiten. Tien jaar geleden werd daar soms nog een beetje lacherig over gedaan. Maar nu zien bedrijven dat het echt hele goede business kan zijn. En het hoort bij ondernemerschap dat je dat soort ontwikkelingen ziet en dat je zegt misschien moet ik met mijn bedrijf een andere kant op. Een bedrijf kan bijvoorbeeld grenzen aan een natuurgebied en dan kan je misschien niet uitbreiden en moet je stoppen maar misschien zijn er ook hele andere activiteiten die perfect bij jouw bedrijf passen.”

“Het belangrijkste is om buiten het eigen bedrijf te leren kijken. Dat de ondernemer kansen leert te zien en leert in te schatten wat bepaalde keuzes voor het bedrijf opleveren. Daar hoort ook het schrijven van een bedrijfsplan bij, het onderhouden van contacten en draagvlak creëren in de omgeving. Het is wel belangrijk dat een student daar een gevoel voor leert te ontwikkelen. En daar ligt natuurlijk een aantal vaardigheden onder: een student moet cijfermatig inzicht hebben en moet weten hoe hij/zij een businessplan schrijft.”
– Jules Sanders, LTO

Er zijn grote verschillen in omzet tussen de multifunctionele activiteiten. In vergelijking met 2013 is zorglandbouw recreatie voorbijgegaan in omzet. In totaal zijn er 13.500 bedrijven die onder de definitie multifunctioneel vallen. In die beschrijving staat het tot stand komen van verbindingen tussen boeren en burgers/consumenten voorop. De ranglijst geeft de totale omzet, het aantal bedrijven dat in deze tak actief is, en de gemiddelde jaaromzet van deze tak. Sommige agrariërs zijn in meerdere takken actief.

  • Boerderijverkoop:
    271 miljoen euro (3.610 bedrijven, 75.000 euro)
  • Zorglandbouw:
    250 miljoen euro (1.250 bedrijven, 200.000 euro)
  • Recreatie:
    221 miljoen euro (3.140 bedrijven, 70.000 euro)
  • Agrarische kinderopvang:
    78 miljoen euro (245 bedrijven, 318.000 euro)
  • Natuurbeheer:
    66 miljoen euro (10.000 bedrijven, 6.600 euro)
  • Boerderijeducatie:
    1 miljoen euro (665 bedrijven, 1.500 euro)

(foodupbrabant.nl)

Boerderijverkoop: Onder boerderijverkoop wordt verstaan de directe afzet van een boer of tuinder aan consumenten, catering, instellingen en horeca. De verkoop langs de weg is gestegen door de grote groei van het aantal melk- en eierautomaten en dergelijke. Een aantal boerderijwinkels is gestopt en overgegaan op verkoop via automaten. Dat levert een forse arbeidsbesparing voor deze bedrijven op. Op boerenmarkten worden nu meer bewerkte versproducten verkocht, waardoor de omzet is gestegen. De omzetten van boerderijwinkels zijn sterk gestegen door verdergaande professionalisering en een toegenomen vraag naar regionale producten. De rechtstreekse levering van producten door boeren en tuinders via webwinkels en maaltijdboxen wordt steeds vaker gedaan door gespecialiseerde bedrijven (WUR7).

Zorgboerderij; De keuze voor een multifunctionele boerderij, zoals een zorgboerderij heeft impact op de gewenste bekwaamheden van medewerkers. Zo legt Jules Sanders (LTO) uit: “Een zorgboerderij zal wellicht iemand met een zorgachtergrond willen. En als je kinderopvang op een boerderij aanbiedt, moet je wel aan de vereisten van de kinderopvang voldoen. Als je als multifunctioneel bedrijf zorg aanbiedt: wanneer ben jij een boerderij met zorgactiviteiten erbij en wanneer ben jij een zorgbedrijf met koeien erbij?”

Recreatie: Bij recreatie op de boerderij gaat het zowel om dagrecreatie als verblijfsrecreatie. Voorbeelden van bedrijven met dagrecreatie zijn bedrijven met activiteiten, zoals boerengolf of poldersport. Onder verblijfsrecreatie vallen bedrijven met een boerderijcamping, groepsaccommodatie of bed & breakfast (B&B). Het aantal boerderijen dat recreatie aanbiedt, is sinds 2013 met ruim tien procent gestegen naar ongeveer 3.140 bedrijven. Binnen de dagrecreatie bieden de meeste bedrijven zowel losse activiteiten aan als arrangementen. De omzet van de verblijfsrecreatie is bijna verdubbeld (WUR7).

Kinderopvang: Bij agrarische kinderopvang gaat het om boerderijen die kinderen van anderen opvangen. Het aantal bedrijven dat kinderen opvangt, is ten opzichte van 2013 met twaalf procent toegenomen naar circa 245 bedrijven. De omzet in de agrarische kinderopvang is de afgelopen vijf jaar explosief gestegen: van 26 miljoen in 2013 naar 78 miljoen in 2018. Ook de marktvraag voor de relatief kleinschalige, agrarische kinderopvang neemt de laatste jaren substantieel toe (WUR7).

Natuurbeheer: Agrarisch natuurbeheer betekent dat ondernemers natuur op eigen grond onderhouden, zoals een houtwal of een bloemrijke akkerrand. Agrariërs kunnen hiervoor subsidie ontvangen ter compensatie van derving aan agrarische inkomsten. Het aantal agrarische bedrijven met opbrengsten uit agrarisch natuurbeheer wordt geschat op circa 10.000 in 2018. De omzet van het agrarisch natuurbeheer is tussen 2013 en 2018 met 5 miljoen euro gestegen tot 66 miljoen euro (WUR7).

Boerderijeducatie: Bij boerderijeducatie volgen schoolklassen uit (veelal) het basisonderwijs een of meerdere lessen op de boerderij of tuinbouwbedrijf. Belevend en ontdekkend leren staan tijdens deze boerderijlessen centraal. De aangeboden lesprogramma’s sluiten aan op de thema’s uit het onderwijs. Vaak terugkerende thema’s zijn: de groei van planten en dieren, de herkomst van ons voedsel herkennen, gezond voedsel voor mens en dier, de seizoenen, de boer en zijn omgeving, duurzaamheid en klimaat. Het aantal agrarische bedrijven met educatieve activiteiten is de laatste vijf jaar gedaald met ruim vijftien procent tot ongeveer 665 bedrijven. De omzet is gedaald tot onder de één miljoen euro door minder bedrijven en afname van het aantal groepen dat educatieboerderijen bezoekt (WUR7).

Paardenbedrijven zoeken naar verbreding en nieuwe markten die aansluiten bij het gevoel en de beleving van de consument. Denk hierbij aan workshops, huifkartochten, managementtrainingen en teambuildingsactiviteiten. Ook zijn er nieuwe doelgroepen zoals jongens en 50-plussers die (weer) gaan paardrijden (Rabobank9).

Er wordt bij kinderboerderijen ingespeeld op trends als urban farming, duurzaamheid en eerlijke voedingsproducten. Een kinderboerderij heeft ruime openingstijden en vaak een belangrijke recreatieve, sociale en educatieve functie. Respondenten geven aan dat de toegenomen multifunctionaliteit vaak een financiële reden heeft. Veel kinderboerderijen hebben hun takenpakket uitgebreid om meer inkomsten te genereren. Dit uit zich in verschillende projecten en aanvullende functies. Voorbeelden hiervan zijn de combinatie van een kinderboerderij met pension of kinderdagopvang, integratieprojecten, het organiseren van verjaardagsfeestjes, horeca en boerderijwinkel. Ook ontstaan er andere samenwerkingsvormen door de verhuur van zalen op een kinderboerderij (SBB1 en Vereniging Samenwerkende KinderBoederijen Nederland)

 SCHAALVERGROTING IN AGRARISCH-GROENE SECTOR

De groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart bieden nog volop kansen voor uitbreiding van verdienmodellen gericht op duurzame bulkproductie. Het aantal bedrijven in de agrarisch-groene sector neemt al jaren sterker af dan het aantal hectare cultuurgrond (grond dat gebruikt wordt voor agrarische activiteiten). Hiermee is de omvang van de bedrijven die overblijven toegenomen, oftewel schaalvergroting. 

Ook het aantal dieren per bedrijf is toegenomen. Door schaalvergroting zijn nieuwe functies ontstaan, zoals een middenkader dat leidinggevende en managementtaken vervult op zowel mbo- als hbo-niveau. Ook is er behoefte aan technici, ict’ers, marketeers, salesdeskundigen, logistiek en HR medewerkers en teeltspecialisten. Dit soort functies vraagt om specialistische kennis (UWV2). Volgens Dick Klop (Cumela) worden door de schaalvergroting meer eisen gesteld aan een loonwerker, zo vertelt hij: “Voorheen had je veel meer boeren die allemaal een paar koeien hadden maar tegenwoordig is het aantal bedrijven verminderd maar het aantal koeien is toegenomen. Dus die boeren worden veel meer manager en dan heb je ook een goeie partner nodig die de randvoorwaarden verzorgt. Voor boeren is het soms te duur om een machine zelf te kopen dus dan komt onze sector te hulp. Voorheen belde een boer dat hij morgen het gras gemaaid wil hebben of de mais geoogst. Nu zie je dat de loonwerker een partner van die boer wordt. Ze spreken dan samen af dat de boer genoeg voedsel voor de koe heeft maar hoe je het doet dat mag je zelf beslissen en daar zit hem het verschil in. Een loonwerker moet zelf meer verstand hebben van hoe alles werkt. De loonwerker is veel meer opgenomen in het totale proces. Het aanbod van trainingen passen we aan op deze ontwikkeling. We bieden bijvoorbeeld vanuit Cumela een training aan ‘partner in ruwvoer’.

Jules Sanders (LTO) vertelt wat schaalvergroting voor het ondernemerschap betekent: “Het begrip ondernemerschap wordt op een hele andere manier ingevuld dan vroeger. Tegenwoordig moet je als tuinder of boer ook om je heen kijken van waar liggen de kansen en meerwaarde voor mijn bedrijf en moet je de financiële gevolgen van de te maken keuzes kunnen inschatten. Aan de ene kant zien we een enorme tendens naar schaalvergroting. Bedrijven worden steeds groter en een efficiënte bedrijfsvoering hebben is belangrijk. Daarnaast zijn er ook bedrijven die ervoor kiezen om op een hele andere manier te ondernemen. Dan heb je het over multifunctionele landbouw dan kom je bijvoorbeeld bij activiteit als een zorg boerderij of kinderopvang of recreatie of horeca.”

 SCHAALVERGROTING BINNEN DIERVERZORGING

Binnen de branche van dierverzorging is schaalvergroting zichtbaar en verbreding van het assortiment. Er is sprake van integratie van allerlei diensten gerelateerd aan gezelschapsdieren, zoals een trimsalon, dierenartspraktijk en trainingsruimte. Dierenspeciaalzaak Pets Place is gestart met een pilot, waarbij het idee is dat er bij de dierenwinkel een dierenarts is, die nagenoeg alle medische handelingen voor huisdieren uitvoert. De verwachting is dat meer dierenwinkels een dergelijke samenwerking aangaan met dierenspeciaalzaken. Samenwerkingsverbanden met dierverzorgingsdiensten bieden kansen om bezoekers te trekken. Dit betekent een combinatie van verschillende diensten onder één dak. Een andere trend is specialisatie naar deelsegmenten of diersoort. Dat vraagt om meer kennis van personeel. Er is een toenemende vraag naar hoger opgeleiden, een verschuiving van niveau 2/3 naar 4 (Adformatie).

Henk van Houwelingen (Dibevo) legt uit dat dierspeciaalzaken ook te maken hebben met schaalvergroting: “Het kopen van huisdieren, voeding of benodigdheden is aan verandering onderhevig. Aan de ene kant zien we schaalvergroting. Dus grotere winkels waar alles onder 1 dak aangeboden wordt. Denk aan een dierenspeciaalzaak, een trimsalon, een dierenarts, een trainingsruimte onder 1 dak. En aan de andere kant juist die kleinere gespecialiseerde leuke dierenwinkel in de binnenstad.”

Besluit Houders van Dieren beperkt mogelijkheden

In 2014 is het Besluit Houders van Dieren ingevoerd. Het Besluit houdt in dat bedrijven die met dieren werken een erkend bewijs van vakbekwaamheid moeten hebben, gericht op de diergroepen hond en kat, overige zoogdieren, vogels, vissen en amfibieën en reptielen. Dit geldt bijvoorbeeld voor dierenspeciaalzaken, tuincentra, dierenpensions, groothandels en bedrijfsmatige fokkers. In sommige gevallen kan het ertoe leiden dat bedrijven zullen stoppen met de verkoop van dieren, of juist dat werknemers worden aangetrokken die voldoen aan de eis van de verplichte vakbekwaamheid (SBB1 en LICG)

 SCHAALVERGROTING VERSUS VERKORTING KETEN IN DE BLOEMENBRANCHE

Opschalende retailbedrijven in groothandel bloemen en planten zorgen voor schaalvergroting en consolidatie in de bedrijfstak. Groothandelaren die de rol van serviceprovider bij retail kunnen vervullen hebben een voorsprong. Blijvers zetten in op online methoden en het gebruiken data om tot nieuwe verdienmodellen te komen. Ketenoptimalisatie via nauwe samenwerking met telers(verenigingen) en afzet hoort hierbij (Rabobank6).

In de bloemenbranche is ook sprake van ketenverkorting, m.n. door de komst van online-platformen koopt de bloemist steeds vaker en meer direct in bij de bron. Enkele nieuwe spelers zetten in op het verkorten van de keten. Zo maakt Bloomon zelf afspraken met kwekers, om de weg tussen de kweker en de consument zo kort mogelijk te maken. Bloomon is een online bloemenwinkel waar je een (flexibel) abonnement kunt afsluiten om iedere week, maand of tweewekelijks een verse bos bloemen die bij je wordt thuisbezorgd. En ook bij Flower Family staat een korte keten centraal. De grote hoeveelheid schakels zorgt er vaak voor dat de kwaliteit, maar ook de duurzaamheid van een product verloren gaat. De Flower Family werkt samen met gespecialiseerde kwekers, die rekening houden met energievoorziening, waterhuishouding en letten op het gebruik van pesticiden voor ongedierte op de bloemen. Zij bouwen met hun geselecteerde groep van kwekers een duurzame relatie op om vervolgens data te kunnen uitwisselen over de behoefte en vraag van hun klanten (family members).

Een enorm assortiment, kleine bestelhoeveelheid en full-service pakket van thuisbezorgen en in de toekomst mogelijk zelfs service merchandisingsconcepten zijn denkbaar bij de fysieke bloemist. De service bij een bloemist verandert volgens Marco Maase (VBW) door de digitale veranderingen: “Een (digitale) bloemist zal straks niet alles meer op voorraad hebben, maar dat hij het wel snel kan bestellen bij de kweker. Een bloemist zal dan een soort mooie digitale etalage hebben. De consument gaat zelfstandig op de site of in de winkel met de bloemist samen uitzoeken wat hij hebben wil. Als de consument iets ziet wat hij wil bij de bloemist of diens website, dan bestelt hij dat.”

Bloemist wordt meer de adviseur en begeleider. Marco Maase (VBW) legt uit: “Er zijn twee types bloemisten straks. De een is de bloemist voor alledaags bloemwerk. Die bloemist is gericht op omloopsnelheid, heeft een dagelijks vers assortiment, werkt snel en klantgericht en biedt weinig service. Het andere type bloemist is de interieuradviseur die met de klant diepere gesprekken kan voeren. Als klant zou je ook een filmpje van je huis kunnen maken. Dan kan de bloemist op afstand meedenken over hoe je je huis verder kan aankleden met kleuren, vormen etc. De bloemist kan er de juiste bloemen en planten bij uitkiezen. De bloemist geeft dan interieuradvies passend bij de stijl die de consument voor ogen heeft. Dat kan ook de bloemist in het hogere segment zijn die informatie, advies en begeleiding geeft. Dat is de bloemist die bijvoorbeeld een jaarbudget heeft om bij bedrijven de bloemen passend bij het interieur te verzorgen. En bij de consument eraan bijdraagt dat alles er verzorgd uitziet. Die rol zien we als een toekomstige ontwikkeling. Van een student vraagt dat om antenne te hebben voor de behoefte en wensen van de klant: wat wil de klant nou echt? Dat gaat om een ander niveau van klantcontact. Ook bloemwerk voor alle bijzondere momenten van het leven en persoonlijk en opmaat bloemwerk wordt door deze bloemist aangeboden.”

Het is voor de bloemist van belang om meer ter leren denken vanuit de wensen van de consument, volgens Marco Maase (VBW): “De consument kan andere verwachtingen hebben dan hetgeen de bloemist heeft. We gaan nog altijd erg uit van het beschikbare aanbod. De bloemist doet veelal wat hij interessant vindt. We willen dat meer proberen om te draaien: bloemisten die zich speciaal richten op specifieke consumententypes. We hebben consumentenonderzoek uit laten voeren waar vijf types consumenten uitkwamen die allen een eigen voorkeur hebben. We proberen de kennis bij de bloemist bij te brengen van de consumenten types bij hem in de buurt. En om deze bloemist bewust te maken van de inzet van de marketing mix. We willen de manier van werken bij de bloemist maar ook bij scholen aan te passen. Dat vraagt van de student een houding van goed kunnen kijken en luisteren van wat de huidige en toekomstige klant wil, een houding van gastvrijheid en hospitality, goed communiceren en een goed ondernemersplan kunnen opstellen.”

De veranderingen vragen een andere manier van opleiden waarbij het niet gaat om het verkrijgen van een diploma dat een beroep kunt uitoefenen, maar om het verkrijgen van een set van skills: “De toekomst gaat niet om een beroep, maar om het verzamelen van skills die een student kan uitbouwen. Dat studenten later niet een bloemist worden, maar iemand die goed is met planten en mensen en creatief is in vormgeving. Hierdoor kan een student meerdere kanten op en krijgen we dus een bredere en flexibelere aansluiting op de veranderende vraag en markt.
– 
Aafje Nijman – Bureau Nijman + van Haaster

“Skills van de bloemist van de toekomst zijn klantgericht werken, hospitality en communicatievaardigheden, persoonlijk advies en op maat productie, het ontzorgen van de klant, een product aan kunnen bieden passend bij het interieur van de klant en zorg voor de omgeving.”
Marco Maase (VBW)

 UITBREIDING VAN TAKEN VOOR HOVENIERS

In deze maatschappij waarin iedereen verbonden en online is, bieden parken en tuinen een belangrijke ruimte voor diegenen die een plek zoeken om tot rust te komen. Een hovenier kan hierop inspelen door zijn/haar diensten uit te breiden door hulp en advies aan te bieden over bijvoorbeeld verticale tuinen, waterpartijen, het aantrekken van insecten en vogels, composteren, waterbehoud en het gebruiken van milieuvriendelijkere producten (zoals biologische alternatieven voor pesticides) (LandscaperPro).

“Mensen zoeken meer rust in het dagelijks leven Groen kan daarin een belangrijke rol spelen. Er is meer geld en aandacht voor beschikbaar. Elk bedrijf in Nederland noemt zich groen, iedereen wil een groene uitstraling hebben, de aandacht voor groen is booming. Dat is ook een probleem want we hebben de mensen er niet voor. Er wordt veel gebouwd, en daarbij explodeert de bouw van groen eromheen. Vaak is het voor elke vierkante meter die je bouwt dat je een aantal groen moet terugplaatsen.”
– Jeroen Zijlmans, VHG

De vrije tijd die mensen hebben is schaars en een tuin onderhouden kost tijd. Er worden steeds vaker gazonnen van kunstgras aangelegd in tuinen om de schaarse vrije tijd te beschermen, zodat er meer tijd is om te besteden aan leuke dingen doen en minder tijd (en geld) aan het (laten) maaien van het gras (LandscaperPro).

INHOUDSOPGAVE SECTORALE TRENDS GROEN